Alle soortenHoenderachtigenFazantachtigen › Alpensneeuwhoen

Alpensneeuwhoen

Lagopus muta | Rock ptarmigan | Lagópodo alpino

Een hoen dat drie keer per jaar van pak wisselt en het hele jaar boven de boomgrens blijft. Op de kale steenvelden van de Alpen loopt een vogelaar er zo langs: het dier verroert zich niet tot je op tien meter staat, en dan schuift het lopend weg tussen de blokken.

Alpensneeuwhoen (Lagopus muta)
Foto: böhringer friedrich — CC BY-SA 2.5 · Wikimedia Commons

Geluid

Droog en krakend, meer een geluid dan een zang. De haan geeft een schrapend arr-arr-ka-ka-ka, alsof iemand een stok over een kam haalt, vaak vanaf een steenblok of tijdens een korte baltsvlucht waarbij hij met stijve vleugels naar beneden zweeft. In de vlucht klinkt een kort kèr-kèr. Op stille ochtenden draagt het krassen honderden meters over het steenveld en verraadt het de vogel eerder dan het oog.

Luister: Baltsroep (Glenshee, Schotland)Wikimedia Commons

Opname: Lawrence Shove / British Library — CC BY-SA 4.0 · Wikimedia Commons

Herkenning

Klein, rond hoen met een opvallend fijne, korte snavel en volledig bevederde poten. In winterkleed spierwit met een zwarte staart die alleen in vlucht te zien is; de haan draagt dan een zwarte teugelstreep van snavelbasis door het oog en boven het oog een rode wenkbrauwroos. In zomerkleed grijsbruin met dichte donkere golfbandering, buik en vleugels blijven wit. Het herfstkleed is koeler en egaler asgrijs. De handpennen zijn het hele jaar wit. De foto toont een haan in zomerkleed, begin juni in de Alpen.

Verwarrings­soorten

Alles draait om het moerassneeuwhoen, dat in Scandinavië op dezelfde bergen kan zitten. In winterwit is de haan van het alpensneeuwhoen de enige met een zwarte teugelstreep; die streep ontbreekt bij de hen, dus het ontbreken ervan bewijst niets. In zomerkleed is het alpensneeuwhoen koel grijs met fijne golfbandering, het moerassneeuwhoen warm roodbruin met grovere tekening en bij de haan een roestrode kop en hals tegen een nog wit lijf. In herfstkleed is het alpensneeuwhoen egaal asgrijs, het moerassneeuwhoen warmer bruin en breder gebandeerd. De snavel is het betrouwbaarst: bij het alpensneeuwhoen klein en tenger, bij het moerassneeuwhoen duidelijk zwaarder en hoger. Het schotse sneeuwhoen is in dit gezelschap eenvoudig, want het is de enige die nooit wit wordt en het hele jaar roodbruin blijft.

Leefgebied

De alpiene zone boven de boomgrens: puinhellingen, blokvelden, korte alpiene graszoden met dwergstruiken en de randen van sneeuwvelden. In de Alpen en Pyreneeën vanaf ongeveer 1800 meter tot boven de 3000 meter, in Scandinavië en op IJsland veel lager op stenige toendra en kale bergruggen. Foerageert lopend op knoppen, blad en bessen van dwergwilg, rijsbes en kraaihei; in de winter graaft hij zich in sneeuwholen in.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld volgens EUNIS — de Europese standaard voor leefgebieden.

Verspreiding en trek

IJsland, de Scandinavische bergen en Noord-Rusland, de Schotse Hooglanden en in geïsoleerde berggebieden de Alpen en de Pyreneeën. Nederland heeft geen enkele waarneming en zal die ook niet krijgen: de soort verlaat zijn berg niet. Voor een Nederlandse vogelaar is het dus altijd een reisdoel, en de dichtstbijzijnde zekere gebieden zijn de Zwitserse en Oostenrijkse Alpen.

  • Broedvogel (zomer)
  • Doortrek
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2024-08-01 – 2026-07-31), geteld per hokje van 0,7° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Waar en wanneer kijken

Neem in juni of juli een kabelbaan naar boven en volg vandaar een graat of een blokveld op zo'n 2200 tot 2600 meter, vroeg in de ochtend als het nog windstil is. Luister eerst naar het krassen en scan daarna met de kijker de stenen af op iets dat de verkeerde kleur heeft; verse keutels op een plat blok zijn een goede aanwijzing dat er vogels rondlopen. Blijf op het pad en houd honden aan de lijn, want de kuikens drukken zich in de zode.

Staat van instandhouding

Wereldwijd niet bedreigd, maar in de zuidelijke berggebieden gaat het bergafwaarts. Skigebieden versnipperen de leefgebieden, vogels vliegen zich dood tegen kabels en liftinstallaties, en toerskiën en sneeuwschoenlopen verstoren de vogels juist in de maanden dat ze het krapst zitten. Daarbovenop krimpt de zone met langdurige sneeuwbedekking, waardoor een witte vogel steeds vaker op een bruine ondergrond staat.