Alle soortenRoofvogelsHavikachtigen › Arendbuizerd

Arendbuizerd | Buteo rufinus

Long-legged buzzard | Busardo moro

De arendbuizerd is de grote, langvleugelige buizerd van de steppen, kale hellingen en graanvlaktes rond de Middellandse Zee en verder oostwaarts. Hij oogt zwaarder en trager dan een buizerd, bijna als een kleine arend, en een adulte vogel verraadt zich al op afstand door zijn egaal oranjebruine staart. In Noordwest-Europa blijft hij een zeldzame verschijning.

Arendbuizerd (Buteo rufinus)
Foto: El Golli Mohamed — CC BY-SA 4.0 · Wikimedia Commons

Geluid

Buiten het territorium vrijwel altijd zwijgzaam. Bij het nest en in de baltsvlucht een langgerekt, klagend pieeeh-a, schorrer en lager dan het miauwen van de buizerd en met een raspende inzet die eerder aan een kraai doet denken. Bij opwinding komt daar een korte, scherpe reeks keh-keh-keh bij. Een dwaalgast in Noordwest-Europa laat zich vrijwel nooit horen.

Voor deze soort is nog geen vrij gelicentieerde opname beschikbaar.

Herkenning

Groter en forser dan een buizerd, met lange en brede vleugels, een lange arm en een naar verhouding langere staart; de kop steekt duidelijk voor de vleugel uit. Hij zeilt met de vleugels in een uitgesproken V en slaat traag en zwaar, meer als een kleine arend dan als een buizerd. Bij het gewone lichte type zijn kop en borst roomwit tot licht okerbruin, terwijl buik en broek diep roodbruin tot vrijwel zwart zijn: die donkere buikvlek steekt scherp af tegen de bleke borst. De ondervleugel is grotendeels wit, met grote zwarte polsvlekken en een donkere achterrand; van boven valt een bleek veld in de basis van de handpennen op. De staart van de adult is egaal oranjebruin tot roestrood zonder banden, van onderen vaak bijna doorschijnend wit. Jonge vogels zijn valer en warmer geel-bruin, met een fijn en vaag gebandeerde, minder oranje staart, een smallere donkere achterrand aan de vleugel en een lichte iris. Er bestaat ook een donkere vorm, vrijwel egaal zwartbruin, waarbij het bleke veld in de hand het houvast blijft.

Verwarrings­soorten

De buizerd is de maat waaraan alles wordt afgemeten en het verschil zit eerst in bouw: de buizerd is compact, met brede afgeronde vleugels, een korte brede staart en een kop die weinig uitsteekt, terwijl de arendbuizerd een slag groter is, langer van vleugel en arm, en de kop verder naar voren draagt. Doorslaggevend is de staart. Bij de adulte arendbuizerd is die egaal oranjebruin zonder banden; bij de buizerd is hij altijd fijn gebandeerd met een donkere eindband, hoe bleek de vogel verder ook is. Een lichte buizerd heeft eveneens donkere polsvlekken en een lichte kop, maar zijn donkere tekening op de onderdelen ligt als een onderbroken, U-vormige band over de borst, hoger en losser dan de compacte donkere buikvlek van de arendbuizerd. De ruigpootbuizerd lijkt op papier verwarrend veel op hem: ook een bleke kop, ook een donkere buikvlek, ook grote zwarte polsvlekken op een witte ondervleugel. Weer beslist de staart: bij de ruigpootbuizerd zuiver wit aan de basis met een scherp afgetekende brede zwarte eindband, bij de arendbuizerd oranjebruin en bandloos. Let daarnaast op gedrag en vleugelslag: de ruigpootbuizerd hangt minutenlang biddend in de wind, de arendbuizerd bidt maar zelden en zeilt met een tragere, zwaardere slag en een duidelijkere V. Jonge arendbuizerds zijn het lastigst, want hun staart is bleker en vaag gebandeerd; vertrouw dan op de grootte, de lange arm, de zware snavel en de lange, kaal ogende poten. Op afstand kan een jonge schreeuwarend of bastaardarend door de V-vormige zweefstand en de bleke handpenbasis even in het spel komen, maar die hebben een veel langere hand, een kortere staart en een donkerder, egaler lijf.

Leefgebied

Droge, open en heuvelachtige landschappen: steppe en halfwoestijn, kale hellingen met rotsbanden, ravijnen en tafelbergen, uitgestrekt graanland met braak, en in Noord-Afrika ook de randen van wadi's en oases. Broedt op een rotsrichel, in een lage boom of op een hoogspanningsmast. Jaagt vanaf een paal, een rotspunt of laag zeilend langs de helling op grondeekhoorns, woelmuizen en jonge hazen, en verder op hagedissen, slangen en grote insecten; bij aas voegt hij zich moeiteloos tussen wouwen en gieren.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld volgens EUNIS — de Europese standaard voor leefgebieden.

Verspreiding en trek

Broedvogel van Zuidoost-Europa, het Middellandse Zeegebied en Centraal-Azië: Griekenland, Bulgarije en de rest van de Balkan, Turkije, de Kaukasus, Zuid-Rusland, Iran en verder oostwaarts, en met de ondersoort cirtensis in Noord-Afrika van Marokko tot Libië en op het Arabisch schiereiland. Noordelijke en oostelijke vogels trekken naar Oost-Afrika en het Midden-Oosten; de zuidelijke populaties blijven grotendeels ter plaatse. In Zuidoost-Europa is de soort de laatste decennia toegenomen en noordwaarts opgeschoven. In Nederland blijft hij een echte zeldzaamheid: één geval tot en met 1979 en ongeveer tien sinds 2000, waarvan een vogel die drie winters achtereen op de Maasvlakte verbleef. In Spanje is hij eveneens een dwaalgast, met waarnemingen in Andalusië, Murcia en op de Canarische Eilanden; alleen in Ceuta staat de soort als standvogel te boek.

  • Jaarrond
  • Broedvogel (zomer)
  • Winter
  • Doortrek
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2024-08-01 – 2026-07-31), geteld per hokje van 0,7° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Waar en wanneer kijken

Zoek hem waar hij thuishoort. Rijd in maart, april of mei door de open heuvels van Thracië, Lesbos of de Bulgaarse steppe en scan hellingen, rotsbanden en hoogspanningsmasten; op een zonnige ochtend komt hij vanzelf omhoog en dan zie je de oranje staart tegen het licht oplichten. Ziet u in Nederland een opvallend grote, bleekkoppige buizerd, fotografeer hem dan van achteren wanneer hij wegvliegt: de staart is het enige kenmerk dat de zaak beslecht.

Staat van instandhouding

Wereldwijd niet bedreigd (IUCN: Least Concern), met een ruim areaal en een stabiele tot licht toenemende Europese stand; in Griekenland, Bulgarije en Roemenië is de soort de laatste decennia duidelijk in aantal en areaal gegroeid. Toch drukken vergiftiging door illegaal uitgelegd aas, elektrocutie op middenspanningsmasten en illegaal afschot lokaal zwaar. Het omzetten van steppe en extensief graanland naar intensieve akkerbouw of aanplant kost jachtgebied, en in Noord-Afrika worden nesten geplunderd voor de valkerij.