Alle soorten › Pelikaanachtigen › Reigers › Geelkruinkwak
Geelkruinkwak
Nyctanassa violacea | Yellow-crowned night-heron | Martinete coronado
De geelkruinkwak is een Amerikaanse nachtreiger met een zware snavel en lange poten, die vooral van krabben leeft. Hij staat rechter op en oogt topzwaarder dan de kwak, met een grote kop en een snavel die gemaakt is om schalen te kraken. In ons gebied is het een late aanwinst, vrijwel alleen bekend van de Azoren en Madeira.
Geluid
Een enkele, harde, blaffende kwaak, hoger en korter dan het diepere kwok van de kwak, uitgestoten in de vlucht en vaak 's nachts. In de kolonie komen daar een jankend jup-jup en een vlak huh bij, en de jongen bedelen met een zacht, herhaald tsjoe-tsjoe-tsjoe. Een dwaalgast in ons gebied is bijna altijd stil, zodat het geluid hier weinig praktische waarde heeft.
Voor deze soort is nog geen vrij gelicentieerde opname beschikbaar.
Herkenning
De adult is een egaal blauwgrijze vogel met een opvallend gebandeerde kop: glanzend zwart, met een brede witte wangvlek en een crème tot lichtgele kruin, zodat het gezicht als afwisselend zwarte en witte banen leest. In broedkleed hangen twee tot drie lange witte veren van de nek. De schouderveren zijn grijs met zwarte kern en lichte zoom, wat de rug geschubd maakt. De snavel is kort, zeer dik en geheel zwart, het oog groot en oranjerood, de poten geel en zo lang dat in vlucht de voeten en een stuk van het loopbeen voorbij de staart uitsteken. Juveniel is grijsbruin, fijn en gelijkmatig beige gespikkeld boven, gestreept onder, met een dofgeel oog.
Verwarringssoorten
De kwak is de soort om uit te sluiten, en bij juveniele vogels vraagt dat echte aandacht. Een jonge geelkruinkwak is grijzer en kouder bruin, met kleine, nette, gelijkmatige spikkels op de bovendelen, terwijl een jonge kwak warmer bruin is met grote, duidelijke witte druppels. De snavel geeft de doorslag: dik en geheel donker bij de geelkruinkwak, slanker en met een bleekgele basis en ondersnavel bij de kwak. In vlucht steekt bij de geelkruinkwak de hele voet plus een stuk been voorbij de staart, bij de kwak alleen de tenen. De geelkruinkwak staat bovendien rechter en oogt langpotiger en dikker in de hals. Adulte vogels zijn onmiskenbaar: geen andere reiger bij ons heeft een zwart-witte kop met bleke kruin.
Leefgebied
Bovenal kustgebonden: getijdenkreken en slikken, mangrove, kwelder, rotskusten en keienstranden, havenkades en hellingen, en beekmondingen. In het binnenland beboste oevers van plassen en rivieren. Hij eet vooral krabben en rivierkreeften, die hij traag en bedachtzaam pakt, en werkt op de uren die het tij voorschrijft in plaats van strikt 's nachts. Overdag rust hij in bomen en struiken langs het water.
Waar de vogel het meest zit, ingedeeld volgens EUNIS — de Europese standaard voor leefgebieden.
Verspreiding en trek
De soort broedt in de warmere delen van Amerika, van het oosten en zuiden van de Verenigde Staten via Midden-Amerika en het Caribisch gebied tot de kusten van noordelijk Zuid-Amerika; noordelijke vogels trekken in het najaar zuidwaarts. In ons gebied kwam hij pas in de laatste twee decennia op de lijst, dankzij een reeks waarnemingen op de Azoren en Madeira tussen 2009 en 2014: vogels op Terceira, Pico, Santa Maria en Corvo en één in de haven van Funchal. Het ging meestal om eerstejaars vogels, die vaak weken tot maanden bleven, en de data zijn over het hele jaar verspreid in plaats van opgehoopt in het najaar. Buiten de Atlantische eilanden blijft de soort uitzonderlijk; voor Nederland is er nog geen aanvaard geval.
Waar en wanneer kijken
Op de Azoren en Madeira is dit eerder een vogel van havens en rotskust dan van moerassen: loop bij afgaand tij de keienstranden, scheepshellingen en beekmondingen na en zoek een reiger die lang en roerloos op natte rots staat. Omdat deze vogels de neiging hebben te blijven, loont het meestal om een melding ook dagen of weken later nog na te lopen. Elders geldt: controleer bij elke afwijkende jonge nachtreiger eerst de snavel en de pootuitsteek, en pas daarna de rest.
Staat van instandhouding
Wereldwijd niet bedreigd (IUCN: Least Concern). De populatie is groot en heeft zich in de Verenigde Staten in de vorige eeuw noordwaarts uitgebreid, al staat de soort in een aantal staten binnen de eigen grenzen als bedreigd te boek. Zijn lot volgt dat van de krabben waarvan hij leeft: verlies van kwelder en mangrove en het verharden van getijdenoevers zijn de belangrijkste drukfactoren. Van dat alles speelt in ons gebied niets, waar hij louter als dwaalgast verschijnt.




