Alle soortenKoekoeksvogelsKoekoeken › Geelsnavelkoekoek

Geelsnavelkoekoek

Coccyzus americanus | Yellow-billed cuckoo | Cuclillo piquigualdo

Een slanke Noord-Amerikaanse koekoek die in oktober met de restanten van een Atlantische storm in Europa aanspoelt. Vrijwel alle gevallen liggen in Ierland en het westen van Groot-Brittannië; de vogels zijn meestal uitgeput en laten zich dan van dichtbij bekijken.

Geelsnavelkoekoek (Coccyzus americanus)
Foto: Andy Reago & Chrissy McClarren — CC BY 2.0 · Wikimedia Commons

Geluid

Op de broedplaats een hol, houterig kow-kow-kow-kowlp-kowlp dat naar het eind toe trager en lager wordt, en een reeks zachte koe-noten. Dwaalgasten in Europa zwijgen; op geluid zult u er geen vinden.

Luister: ZangXC143181

Opname: Jonathon Jongsma — CC BY-SA 3.0 · Wikimedia Commons

Herkenning

Slank en langgerekt, met een lange staart en een licht gebogen snavel waarvan de ondersnavel en de snijrand van de bovensnavel geel zijn. Bovendelen effen grijsbruin met een koperige glans, onderdelen zuiver wit. In de open vleugel lichten de handpennen roestrood op. De onderstaart is zwart met zes grote, scherp begrensde witte ovalen. Rond het oog loopt een smalle gele ring.

Verwarrings­soorten

De zwartsnavelkoekoek is de enige serieuze verwarringssoort. Die heeft een geheel donkere snavel zonder geel, bij volwassen vogels een rode oogring in plaats van een gele, en geen roest in de vleugel. Het verschil dat op foto's het meest oplevert is de onderstaart: bij de geelsnavelkoekoek grote witte ovalen op zwart, bij de zwartsnavelkoekoek smalle witte randjes aan de punt van grijsbruine staartpennen. Pas op met jonge vogels: een juveniele zwartsnavelkoekoek kan een lichte snavelbasis en een geelachtige oogring tonen, en een juveniele geelsnavelkoekoek heeft een vager staartpatroon en minder geel op de snavel. Beoordeel dan de vleugel en de staart samen, nooit één kenmerk alleen.

Leefgebied

In Noord-Amerika ooibos van wilg en populier, dichte struwelen en verwilderde boomgaarden. In Europa zit de vogel in de eerste dekking na landval: esdoornbosjes bij een kerkhof of een boerderij op een eiland, tuinen met dichte struiken, houtwallen en wilgenstruweel.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld volgens EUNIS — de Europese standaard voor leefgebieden.

Verspreiding en trek

Broedvogel van het oosten en midden van Noord-Amerika, overwinterend in Zuid-Amerika. In Europa is het een najaarsdwaalgast met veruit de meeste gevallen in Ierland, Cornwall, Scilly, Wales en op de westelijke Schotse eilanden, plus een reeks gevallen op de Azoren. Nederlandse en Spaanse gevallen zijn zeldzaam.

Waar en wanneer kijken

Volg eind september en oktober de banen van diepe depressies die vanaf Newfoundland de oceaan oversteken; twee tot vier dagen daarna is de kans het grootst. Zoek op een eiland de dichtste luwe struiken en de esdoorns af. De vogels foerageren traag en laag en zijn vaak op enkele meters te benaderen, dus dring niet aan.

Staat van instandhouding

Wereldwijd niet bedreigd, maar de westelijke populatie in de Verenigde Staten is sterk gekrompen door het verdwijnen van ooibossen langs rivieren en geniet daar aparte bescherming. Ook in het oosten lopen de aantallen terug door versnippering en bestrijdingsmiddelen. Voor Europa is de soort alleen van belang als dwaalgast.