Alle soorten › Zangvogels › Lijsters › Grote lijster
Grote lijster
Turdus viscivorus | Mistle thrush | Zorzal charlo
De grote lijster is de grootste en de meest onverschrokken lijster van Europa: hij zingt vanaf de hoogste top in het bos terwijl de wind giert en de regen tegen de takken slaat. De Engelse volksnaam stormcock vat hem beter samen dan welke veldkenmerkbeschrijving ook.
Geluid
De zang is een reeks korte, luide, melancholieke fluitstrofen die op die van de merel lijken maar eenvoudiger, herhalender en ruwer zijn, met lange stiltes ertussen; hij zet ze wijd verspreid en van bovenaf neer, alsof hij tegen het weer in roept. Juist bij storm, regen en somber licht zingt hij door, vanaf half december tot in mei, en hij begint als eerste van het jaar. De roep is het handelsmerk: een droge, houtige ratel, trrrrt, als een houten ratel of een voortschuivende kaartspel, in de vlucht en bij onraad.
Opname: Benoît Van Hecke — CC BY-SA 4.0 · Wikimedia Commons
Herkenning
Fors, hoogbenig en opvallend lang gestaart, met een rechte, bijna arrogante houding op de grond. Bovendelen koel grijsbruin zonder warme tint; de onderdelen zijn wit tot vuilwit met grote, ronde en onregelmatig verspreide zwarte vlekken, die op de flanken het dichtst staan. In vlucht springen twee dingen eruit: een helder witte ondervleugel, en witte punten aan de buitenste staartpennen die bij het landen even opflitsen. De vlucht is diep golvend, met de vleugels tussendoor tegen het lichaam gesloten. Geslachten gelijk.
Verwarringssoorten
Kramsvogel deelt de witte ondervleugel en is in vlucht de grootste valkuil, maar heeft een blauwgrijze kop en stuit, een kastanjebruine mantel en een zwarte staart zonder witte punten; bovendien roept hij schetterend in plaats van ratelend. Zanglijster is duidelijk kleiner, warmer bruin, korter gestaart, met kleine pijlpuntvlekken en een okergele ondervleugel. Op trek langs de kust of in de bergen kan een grote lijster van veraf op een sperwer of een kleine roofvogel lijken door zijn golvende vlucht.
Leefgebied
Halfopen landschap met hoge, vrijstaande bomen naast kort grasland: parkachtig bos, bosranden, lanen, boomgaarden, heidevelden met opgaande dennen, begraafplaatsen en golfbanen. In Zuid-Europa tot hoog in de bergen, in dennenbos en op alpenweiden; in de winter in gemengde troepen op grasland en bij maretak- en jeneverbesbessen.
Waar de vogel het meest zit, ingedeeld volgens EUNIS — de Europese standaard voor leefgebieden.
Verspreiding en trek
Van Ierland en Iberië tot Siberië, en in het zuiden tot in het hooggebergte van Noord-Afrika. In Nederland een schaarse tot vrij schaarse broedvogel van bosrijke zandgronden, met achtduizend tot tienduizend paren; daarnaast doortrekker en wintergast in wisselend aantal. In Spanje is hij wijdverbreid en talrijk in bergachtige streken, van de Cantabrische bossen tot de dennenbossen van de Sierra Nevada.
- Jaarrond
- Broedvogel (zomer)
- Winter
- Doortrek
- Trekrichting
- donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Waar en wanneer kijken
Ga in februari op een grijze, winderige dag naar een oude laan of een bosrand met hoge beuken en luister naar de trage fluitstrofen die van boven komen — het is vaak de enige vogel die dan zingt. Zoek in de nazomer en de vroege herfst een grasland langs een bosrand af: familiegroepen foerageren daar op tien meter van elkaar, en zodra ze opvliegen zie je de witte ondervleugel en de witte staartpunten in één beeld.
Staat van instandhouding
Niet bedreigd op wereldschaal, maar in West-Europa gaat het duidelijk minder. In Nederland is de soort sinds de piek rond 1995 sterk teruggelopen en staat hij sinds 2017 als kwetsbaar op de Rode Lijst; vooral in het zuiden zijn hele streken leeggelopen. Verlies van kruidenrijk kort grasland, het verdwijnen van grote insecten en regenwormen door intensivering en verdroging, en het opruimen van oude solitaire bomen zijn de belangrijkste knelpunten. In Zuid-Europese berggebieden houdt de soort zich beter staande.




