Alle soortenSpechtachtigenSpechten › Iberische groene specht

Iberische groene specht | Picus sharpei

Iberian green woodpecker | Pito ibérico

De specht van vrijwel het hele Iberisch Schiereiland, waar hij de groene specht vervangt. Hij wordt sinds 2011 als aparte soort behandeld en verschilt vooral aan het grijze, nagenoeg maskerloze gezicht.

Iberische groene specht (Picus sharpei)
Foto: Luis García (Zaqarbal) — CC BY-SA 3.0 ES · Wikimedia Commons

Geluid

Een luide lachroep als die van de groene specht, maar sneller, scherper en iets hoger van klank: kju-kju-kju-kju, zakkend in toonhoogte en aan het eind wegstervend. Het hele jaar te horen, het luidst van februari tot mei. Roffelt weinig, en dan kort en zacht; in de vlucht een hard kjuk.

Voor deze soort is nog geen vrij gelicentieerde opname beschikbaar.

Herkenning

Groot en zwaargebouwd, olijfgroen van boven met een contrasterende geelgroene stuit en vuilwitte, ongetekende onderdelen. De kruin is rood tot in de nek, maar het gezicht is grijs: rond het lichte oog staat hooguit een grauwe ring, nooit een zwart masker. Het mannetje heeft een geheel rode baardvlek met een haarfijn zwart randje, het wijfje een donkergrijze. De onderstaartdekveren zijn vrijwel ongebandeerd. Zware, diep golvende vlucht.

Verwarrings­soorten

De groene specht overlapt alleen in de Pyreneeën en het uiterste noordoosten; die lijst het lichte oog in met zwart, heeft bij het mannetje de rode baardvlek in een brede zwarte omranding, en toont duidelijk gebandeerde onderstaartdekveren. In de smalle contactzone komen tussenvormen voor die niet altijd zijn thuis te brengen. Op het schiereiland zelf is er geen andere grote groene specht om mee te verwarren.

Leefgebied

Alle beboste en halfopen landschappen van het schiereiland: dehesa met verspreide steen- en kurkeiken, uitgedunde pijnboombossen, eiken- en kastanjebos, ooibos langs rivieren, en parken en grote tuinen tot midden in de stad. Altijd met kort gras, kale grond of mierenbulten binnen bereik en met oude bomen om een nestholte in te hakken. Van zeeniveau tot hoog in de bergen.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld volgens EUNIS — de Europese standaard voor leefgebieden.

Verspreiding en trek

Vrijwel het hele Iberisch Schiereiland, van Portugal tot Catalonië, plus een smalle strook Zuid-Frankrijk van de Aude tot de Pyrénées-Atlantiques. Ontbreekt op de Balearen en op de Canarische Eilanden. Hij is de talrijkste specht van Spanje en Portugal en schaars alleen in de boomloze delen van Extremadura, de Ebrovallei en de Levantijnse kust. In Nederland komt hij niet voor. Standvogel.

  • Jaarrond
  • Winter
  • Doortrek
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2024-08-01 – 2026-07-31), geteld per hokje van 0,7° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Waar en wanneer kijken

Elke reis naar Spanje of Portugal levert hem op: loop in maart of april vroeg door een dehesa of een open pijnboombos en volg de lach tot aan de boom. In stadsparken van Madrid en Lissabon foerageert hij rustig op het gazon. Let bij elke vogel op de wang: grijs zonder zwart masker is het kenmerk dat telt.

Staat van instandhouding

Talrijk en wijdverbreid, zonder ernstige bedreigingen. In de kaalste streken neemt hij af door het verdwijnen van oude bomen en het omzetten van dehesa in akkerland, terwijl bosaanplant en verruigende, verlaten landbouwgrond hem elders juist ruimte geven. Het opruimen van oude en dode bomen in parken en dehesa's kost lokaal nestholtes.