Alle soorten › Zangvogels › Klauwieren › Klapekster
Klapekster
Lanius excubitor | Great gray shrike | Alcaudón norteño
De klapekster is een zangvogel met de instelling van een roofvogel: hij zit uren rechtop in de top van een berkje of op een draad, tuurt over de heide en slaat muizen en kleine vogels, die hij op doornen en prikkeldraad spietst. In Nederland is hij als broedvogel verdwenen en tegenwoordig alleen nog wintergast.
Geluid
In de winter meestal zwijgzaam, maar bij opwinding een schor, ratelend tsjèk-tsjèk en een hard, nasaal waaid. Het opmerkelijkst is de zachte, langdurige zang, ook in het winterkwartier op zonnige dagen te horen: een aarzelende, wat krassende babbel waarin hij andere vogels nabootst — brokjes van boerenzwaluw, spreeuw, vink en zelfs de roep van een torenvalk of holenduif zitten erin. Die imitaties dienen mede om zangvogels binnen slagafstand te lokken.
Opname: Pascal Christe — CC BY-SA 4.0 · Wikimedia Commons
Herkenning
Een forse, langstaartige klauwier ter grootte van een merel maar slanker. Bovenzijde helder asgrijs, onderzijde vuilwit en bij de nominaatvorm bij nauwkeurig kijken heel fijn golvend gebandeerd op de borst. Door het oog loopt een breed zwart masker dat aan de voorkant boven de snavel doorloopt en aan de bovenrand door een dun wit lijntje wordt begrensd. De vleugel is zwart met één opvallende witte vlek aan de basis van de handpennen; in vlucht flitsen de witte vleugelvlek en de witte buitenste staartpennen. De snavel is zwaar en gehaakt als bij een kleine roofvogel. Jonge vogels zijn bruiner grijs, met een dofferzwart masker en duidelijker golfstreping op de onderzijde. Het silhouet is kenmerkend: kaarsrecht op een hoge, vrije uitkijkpost, vaak met wippende staart, en de vlucht is laag en golvend met een snelle opstijging naar de volgende zitplaats.
Verwarringssoorten
Grauwe klauwier is kleiner, korter van staart en warm bruin van rug; het vrouwtje is bruin met halvemaanvormige golflijnen en heeft geen wit in de vleugel. Kleine klapekster (Lanius minor) is compacter, korter van staart, met langere vleugels, een zwart voorhoofd dat door het masker heen loopt en een roze waas over de borst; die is bij ons een dwaalgast in het zomerhalfjaar en overlapt nauwelijks in tijd. In Spanje is de zuidelijke klapekster (Lanius meridionalis) de standaardsoort: die is donkerder grijs, heeft een duidelijk roze-oker aangelopen onderzijde, een breder wit wenkbrauwstreepje boven het masker en meestal minder wit in de vleugel. Een grijze klauwier in Nederland in december is echter vrijwel altijd een klapekster.
Leefgebied
Wijd, halfopen landschap met veel losse uitkijkposten en veel muizen: heidevelden met jonge berken en vliegdennen, hoogveen, stuifzand, jonge aanplant, ruige akkerranden, natuurontwikkelingsterreinen en boomrijke polders. Elke winter houdt een klapekster een groot, vast territorium van vaak vele tientallen hectaren, waarin hij een handvol vaste uitkijkbomen afwerkt. Prooien worden in voorraad gespietst op meidoorn, sleedoorn of prikkeldraad.
Waar de vogel het meest zit, ingedeeld volgens EUNIS — de Europese standaard voor leefgebieden.
Verspreiding en trek
Broedt in Noord- en Oost-Europa, van Scandinavië en de Baltische staten oostwaarts door Rusland; de zuidwestgrens van het broedareaal is in de twintigste eeuw ver teruggetrokken. In Nederland verdween de klapekster als broedvogel rond 1999 — de laatste paren zaten op de Drentse en Brabantse heiden — maar jaarlijks overwinteren nog enkele honderden vogels uit het noordoosten op de Veluwe, in Drenthe, de Peel en de Brabantse heidegebieden. In Spanje is de soort een zeldzame wintergast in het noordoosten; de vogel die je daar op een draad ziet is vrijwel altijd de zuidelijke klapekster.
- Jaarrond
- Broedvogel (zomer)
- Winter
- Doortrek
- donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Waar en wanneer kijken
November tot februari, op een heldere, windstille winterochtend. Ga bij een groot heideveld of hoogveen op een verhoging staan en scan systematisch alle uitstekende toppen — vliegdennen, berkentoppen, hekpalen, draden. De klapekster zit graag op het hoogste punt in de wijde omgeving en is op afstand herkenbaar aan het witte, rechtopstaande silhouet. Loop je territorium niet plat: hij verplaatst zich vaak honderden meters, dus wachten en scannen werkt beter dan zoeken.
Staat van instandhouding
Niet bedreigd op wereldschaal (IUCN: Least Concern), maar in Europa is Lanius excubitor sterk afgenomen aan de west- en zuidrand van zijn areaal, met verlies van broedvogels in Nederland, België en delen van Duitsland en Frankrijk. Oorzaken zijn de vermesting en vergrassing van heide, het dichtgroeien of juist opruimen van kleinschalige landschapselementen en de achteruitgang van grote insecten en muizenrijke ruigten. Let op dat de vroegere brede soort inmiddels is opgesplitst: de zuidelijke vormen rond de Middellandse Zee worden nu als aparte soorten behandeld, waaronder de zuidelijke klapekster, die in Spanje een eigen, eveneens dalende trend kent.




