Alle soorten › Eendachtigen › Eenden, ganzen en zwanen › Kleine canadese gans
Kleine canadese gans
Branta hutchinsii | Cackling goose | Barnacla canadiense chica
Een canadese gans op zakformaat, nauwelijks groter dan een brandgans, met een stomp snaveltje en een steil voorhoofd. In Europa zit hij vrijwel altijd verstopt in koppels brandganzen of Groenlandse kolganzen, en daar wordt hij ook gevonden. Wie hem zoekt, kijkt vooral naar verhoudingen, niet naar kleur.
Geluid
Hoger en ijler dan de grote canadese gans: een snel, jankend kakelen, kèk-kèk of rink-rink, zonder de diepe tweetonige trompetstoot. In een gemengd koppel is dat vaak het eerste wat opvalt; als je zo'n stem hoort, loop de groep dan systematisch met de telescoop na.
Voor deze soort is nog geen vrij gelicentieerde opname beschikbaar.
Herkenning
Zwarte kop en hals met een witte kinband, bruine rug en flanken, witte stuit en zwarte staart: het patroon van de grote canadese gans, maar in een compacte vogel met een korte, dikke hals, een bolle kruin en een snavel die duidelijk korter is dan de kop hoog is. De borstkleur wisselt per ondersoort: de in Europa gevonden hutchinsii is bleek grijsbruin, minima is klein en donker chocoladebruin, leucopareia heeft vaak een witte halsring aan de voet van het zwart. In vlucht oogt de vogel kort en gedrongen, met een snellere vleugelslag dan zijn grote naamgenoot.
Verwarringssoorten
De grote canadese gans is de valkuil: veel groter, met een lange hals, een langgerekte snavel en een vloeiend aflopend voorhoofd. Vergelijk snavellengte met kophoogte, dat is de betrouwbaarste maat: bij de kleine is de snavel korter, bij de grote langer. Kleine verwilderde grote canadese ganzen en kruisingen met brandgans of grauwe gans leveren de meeste onterechte meldingen. De brandgans heeft een geheel wit gezicht in plaats van een kinband en een zilvergrijze, zwart gebandeerde rug; de rotgans mist de kinband en heeft een wit halsvlekje.
Leefgebied
Kwelders en zilte graslanden, kort begraasd zeegras, natte binnendijkse weilanden en stoppelvelden, met slaapplaatsen op ondiep water, plassen en het wad. In Europa vrijwel altijd binnen een koppel brandganzen, kolganzen of rotganzen, waarmee de vogel ook mee naar de slaapplaats vliegt.
Waar de vogel het meest zit, ingedeeld volgens EUNIS — de Europese standaard voor leefgebieden.
Verspreiding en trek
Broedt in de toendra van Alaska en Noord-Canada en overwintert in Noord-Amerika. In Europa een zeldzame dwaalgast, met het zwaartepunt in Ierland en West-Schotland tussen brandganzen en Groenlandse kolganzen. Nederland telt elf aanvaarde gevallen van hutchinsii, vanaf 1997, met de meeste vogels in Friesland. Omdat kleine vormen van de grote canadese gans hier verwilderd broeden en in collecties worden gehouden, weegt het gezelschap zwaar: een vogel tussen wilde arctische ganzen is kansrijk, een losse vogel op een stadsvijver niet.
- Jaarrond
- Broedvogel (zomer)
- Winter
- Doortrek
- donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Waar en wanneer kijken
Ga in oktober en november naar de Friese en Groningse kwelders, of naar Islay en Wexford, en werk de brandgans- en kolganskoppels rand voor rand af. Zoek een gans die merkbaar kleiner oogt en een stomp snaveltje heeft, en toets daarna kophoogte tegen snavellengte. Fotografeer de vogel naast een brandgans in dezelfde houding; dat beeld is het bewijsmateriaal dat telt.
Staat van instandhouding
Niet bedreigd; de meeste ondersoorten zijn talrijk. De Aleoetenvorm leucopareia is sterk hersteld nadat op de eilanden uitgezette poolvossen waren verwijderd. Knelpunten zijn jachtdruk langs de trekbanen, predatie op de broedgronden en het verdwijnen van kwelders en natte graslanden in de overwinteringsgebieden.



