Alle soortenEendachtigenEenden, ganzen en zwanen › Grote canadese gans

Grote canadese gans

Branta canadensis | Canada goose | Barnacla canadiense grande

Een forse, luidruchtige gans met een zwarte kous-hals en een wit gezicht: de meest algemene grote gans van het Nederlandse binnenland. De soort is hier ingevoerd en broedt inmiddels in vrijwel elk stadspark en elke polderplas.

Grote canadese gans (Branta canadensis)
Foto: Lystopad — CC BY-SA 4.0 · Wikimedia Commons

Geluid

Luidruchtig het hele jaar. De vluchtroep is een tweelettergrepig, trompetterend en naar boven omslaand a-honk, dieper bij het mannetje dan bij het vrouwtje; bij het nest sist hij met gestrekte hals. Vooral hoorbaar bij het uitvliegen in de ochtend en bij territoriale ruzies van maart tot mei.

Luister: Tweetonig 'a-honk' van invallende vogelsXC178135

Opname: Jonathon Jongsma — CC BY-SA 3.0 · Wikimedia Commons

Herkenning

Groot en langhalzig, met een zwarte hals en kop waarop een witte kinvlek doorloopt tot achter het oog, een bruine rug, lichte flanken en een wit achterlijf met zwarte staart. In vlucht vallen de trage, zware slag en de brede witte stuitband op. Jonge vogels hebben een vuilere, minder scherp begrensde wangvlek.

Verwarrings­soorten

Verwarring vooral met de kleine canadese gans hutchinsii, die veel kleiner is, met een korte hals, een steile ronde kop en een stompe snavel; de grote canadese gans oogt langgerekt en paardachtig. De brandgans is kleiner, met een geheel wit gezicht, een zwarte borst en een zilvergrijze bovenzijde.

Leefgebied

Zoet water met grazige oevers: stadsvijvers, recreatieplassen, zandwinningen, kanalen, uiterwaarden en boerenland. Ruit in juni en juli in grote groepen op veilig open water. Broedt op eilandjes, oevers en zelfs op groene daken, en graast op gazons, weilanden en wintergraan waar hij ongestoord wordt gelaten.

Verspreiding en trek

Van oorsprong een Noord-Amerikaanse soort, die van Alaska tot Newfoundland broedt en in de Verenigde Staten overwintert. In Europa gaat het om ingevoerde populaties: sinds de zeventiende eeuw in Engeland, later in Zweden, Duitsland en Nederland uitgezet. Standvogel in het Nederlandse binnenland; in Spanje vrijwel afwezig, met slechts ontsnapte vogels.

  • Jaarrond
  • Broedvogel (zomer)
  • Winter
  • Doortrek
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2024-08-01 – 2026-07-31), geteld per hokje van 0,7° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Waar en wanneer kijken

Het hele jaar makkelijk, maar juni en juli zijn het leerzaamst: zoek dan ruiende groepen op grote plassen zoals de Nieuwkoopse Plassen of de Reeuwijkse Plassen. Kom vroeg in de ochtend als de vogels van de slaapplaats naar het grasland trekken, en meet elk klein exemplaar aan de kleine canadese gans.

Staat van instandhouding

De Europese populaties groeien nog steeds en breiden zich uit. De soort veroorzaakt vraatschade aan gras en gewassen, vermest recreatiewateren en botst met de luchtvaart, en er is discussie over hybridisatie met inheemse ganzen. In Nederland wordt de stand beheerd met afschot en het onklaar maken van eieren.