Alle soorten › Eendachtigen › Eenden, ganzen en zwanen › Taigarietgans
Taigarietgans
Anser fabalis | Taiga bean-goose | Ánsar campestre de la taiga
De grootste en langst gesnavelde rietgans, een vogel van boreale venen die in kleine, plaatstrouwe groepen in Nederland overwintert. Ze is donkerder en forser dan haar toendra-tegenhanger en tegenwoordig veel schaarser.
Geluid
Diep en nasaal, in twee of drie lettergrepen: ung-unk of kajak-kajak, lager en trager dan de kolgans en met een hese ondertoon. Een opvliegende troep klinkt zwaar en brommend. Vooral te horen bij het verlaten van de slaapplaats in de ochtendschemering, van november tot februari.
Voor deze soort is nog geen vrij gelicentieerde opname beschikbaar.
Herkenning
Grote, langgerekte gans met een lange hals en een lange, wigvormige snavel waarin de oranje band vaak meer dan de helft van de snavellengte beslaat. Kop en hals zijn donkerbruin, het lichaam warm bruin met smalle bleke veerranden. Poten oranje. De voorvleugel is donker, zonder het grijs van grauwe gans of kleine rietgans.
Verwarringssoorten
Toendrarietgans is de enige echte concurrent: die is kleiner en kortnekkiger, met een korte, hoge, stompe snavel waarop vaak alleen een smal oranje bandje achter de nagel staat. De taigarietgans heeft een vlakker voorhoofd en een snavel die in profiel lang en recht oogt. Kleine rietgans heeft roze poten en snavelband.
Leefgebied
In de winter op vochtig, extensief beheerd grasland, veenweiden en oogststoppels, met slaapplaatsen op vennen, moerassen en ondiepe plassen. Trouw aan een handvol vaste terreinen. Broedt in de taigazone bij hoogvenen, beekjes en meertjes in open naaldbos, veel zuidelijker dan de toendrarietgans.
Verspreiding en trek
Broedt van Midden-Scandinavië door Noord-Rusland tot Midden-Siberië. De West-Europese vogels overwinteren in Zuid-Zweden, Denemarken, Noord-Duitsland en Nederland, waar Zuidwest-Friesland en de Peel de klassieke gebieden zijn. Vroeger waren de aantallen aanzienlijk groter. In Spanje is de rietgans een dwaalgast, met vooral historische waarnemingen in het noorden.
- Jaarrond
- Broedvogel (zomer)
- Winter
- Doortrek
- donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Waar en wanneer kijken
December en januari, vroeg in de ochtend bij de slaapplaats. Zuidwest-Friesland rond de Friese meren en de Groote Peel bieden de beste kansen. Scan een rietganstroep strikt in profiel en zoek de langste, vlakste snavel met veel oranje; beoordeel altijd meerdere vogels naast elkaar, want individuen overlappen.
Staat van instandhouding
De West-Europese populatie is sterk afgenomen en wordt nauwlettend gevolgd; in Nederland ging de soort van talrijk naar schaars. Jacht in delen van de trekroute, verandering van landgebruik en ontwatering van boreale venen spelen mee, terwijl zachtere winters de vogels noordelijker houden. Inmiddels geldt een internationaal beheerplan.
Andere soorten in deze familie
Mandarijneend · Nijlgans · Pijlstaart · Wintertaling · Wilde Eend · Kolgans · Grauwe Gans · Kleine rietgans · Sneeuwgans · Dwerggans · Indische gans · Toendrarietgans · Tafeleend · Kuifeend · Topper · Witoogeend · Rotgans · Grote canadese gans · Brandgans · Roodhalsgans · Brilduiker · IJseend · Zwarte zwaan · Kleine zwaan · Wilde zwaan · Knobbelzwaan · Amerikaanse smient · Smient · Krakeend · Grote zee-eend · Zwarte zee-eend · Nonnetje · Grote zaagbek · Middelste zaagbek · Krooneend · Rosse stekelstaart · Eider · Slobeend · Zomertaling · Casarca · Bergeend