Alle soortenEendachtigenEenden, ganzen en zwanen › Grote zaagbek

Grote zaagbek

Mergus merganser | Common merganser | Serreta grande

De grootste zaagbek van Europa: een lange, zware viseter die als een torpedo over open water ligt. In de winter verzamelen zich honderden op het IJsselmeer en de grote rivieren.

Grote zaagbek (Mergus merganser)
Foto: Tony Hisgett — CC BY 2.0 · Wikimedia Commons

Geluid

Meestal zwijgzaam. In balts geeft de man een merkwaardig snorrend, twangend krro-krraa dat aan een verre kikker doet denken, terwijl het vrouwtje een hard, kort karr karr laat horen. Vooral in februari en maart, wanneer groepjes mannetjes met opgeheven kop rond een vrouwtje zwemmen.

Luister: Baltsroep van een mannetjeXC513502

Opname: Pascal Christe — CC BY-SA 4.0 · Wikimedia Commons

Herkenning

Groot, langgerekt en laag op het water, met een dunne, rode haaksnavel. De man is romig wit met een roze waas over borst en flanken, een glanzend donkergroene kop zonder duidelijke kuif en een zwarte rug. Het vrouwtje heeft een roodbruine kop met een korte ruige kuif, een witte kinvlek en een scherpe grens tussen de bruine hals en de grijze borst. Jonge vogels lijken op het vrouwtje.

Verwarrings­soorten

De middelste zaagbek is de spiegelsoort. Bij vrouwtjes is de grens tussen kop en hals doorslaggevend: bij de grote zaagbek scherp afgesneden en met een witte kin, bij de middelste geleidelijk vervloeiend en zonder wit. De man is wit op de borst tegenover roestbruin gestreept, en zijn kop is glad in plaats van dubbel gepunt.

Leefgebied

Helder, visrijk zoet water: grote meren, stuwmeren, snelstromende rivieren en diepe zandwinplassen; alleen bij zware vorst wijkt hij uit naar brak water. Broedt in boomholten en nestkasten langs beboste rivieren en meren. Duikt achter vis aan, vaak in groepen die samen een school opdrijven.

Verspreiding en trek

Broedvogel van Noord- en Midden-Europa en van de bergrivieren van de Alpen; in Nederland broeden inmiddels enkele paren in boomholten. Grote aantallen overwinteren op het IJsselmeer, de Randmeren en de grote rivieren. In Spanje is de soort een schaarse wintergast in het noorden, met een klein broedbestand in de Pyreneeën.

  • Jaarrond
  • Broedvogel (zomer)
  • Winter
  • Doortrek
  • Trekrichting
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2024-08-01 – 2026-07-31), geteld per hokje van 0,7° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Waar en wanneer kijken

December tot februari, vroeg in de ochtend langs het IJsselmeer, de Randmeren of de Waal, wanneer de vogels actief vissen voordat de recreatie op gang komt. Bij invallende vorst concentreren ze zich op het laatste open water bij sluizen en stuwen; kijk die groepen na op nonnetjes en middelste zaagbekken.

Staat van instandhouding

Het Europese bestand is stabiel tot toenemend en de soort breidt zich naar het zuidwesten uit. Lokaal drukken het verdwijnen van oude holle bomen langs rivieren, verstoring door recreatie en illegale vervolging bij viskwekerijen op de aantallen. Verdrinking in staande netten speelt in visrijke wateren een rol.