Alle soorten › Eendachtigen › Eenden, ganzen en zwanen › Mandarijneend
Mandarijneend
Aix galericulata | Mandarin duck | Pato mandarín
Een uitheemse boomeend die zich op bosvijvers en beschaduwde beken thuis voelt. Het mannetje is met zijn oranje zeilveren, gestreepte kop en paarsrode borst zonder twijfel de bontste eend van het continent.
Geluid
Zwijgzaam voor een eend. Het baltsende mannetje laat een kort, opgetrokken fluitje horen, hwiek, terwijl het vrouwtje bij opvliegen een scherp en klaaglijk kèt geeft. Vooral te horen van maart tot mei bij groepjes baltsende vogels op bosvijvers, en van vrouwtjes die hun jongen bijeenroepen.
Voor deze soort is nog geen vrij gelicentieerde opname beschikbaar.
Herkenning
Het mannetje is onmiskenbaar: oranje bakkebaarden, een paarsrode borst met witte strepen en twee omhoogstaande oranje zeilveren op de rug. Het vrouwtje is grijsbruin met een witte oogring die als een dunne, potloodfijne streep naar achteren doorloopt, met scherpe witte druppelvlekken op de flanken en een grijze snavel met bleke nagel. Mannetjes in eclips lijken op vrouwtjes maar houden hun rode snavel.
Verwarringssoorten
Alleen het vrouwtje geeft problemen, en dan met het vrouwtje van de Carolina-eend. Die heeft een brede, druppelvormige oogvlek en een geschubde, diffuus gevlekte borst, terwijl de mandarijneend een smalle oogstreep en scherp afgetekende flankvlekken toont. De snavelnagel is bij de mandarijneend bleek, bij de Carolina-eend donker.
Leefgebied
Beschutte zoetwaterplassen met overhangende bomen: parkvijvers, oude landgoedwateren, bosbeken en met wilgen omzoomde sloten. Broedt in boomholten en nestkasten, soms hoog boven het water en op ruime afstand van de oever. Buiten het broedseizoen in kleine groepjes op rustige vijvers, zelden op groot open water.
Verspreiding en trek
Van oorsprong een Oost-Aziatische soort van Zuidoost-Rusland, China en Japan. Alle Europese vogels stammen af van ontsnapte parkvogels; Groot-Brittannië herbergt de grootste populatie. In Nederland broeden verwilderde vogels op landgoederen en in beekdalen, met een zwaartepunt op de Veluwe en in Twente. In Spanje slechts enkele lokale ontsnapte exemplaren.
- Jaarrond
- Broedvogel (zomer)
- Winter
- Doortrek
- Trekrichting
- donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Waar en wanneer kijken
April is de beste maand: dan zitten paartjes vroeg in de ochtend op takken boven het water of langs de oever van een parkvijver. Loop rustig langs beschaduwde oevers en let op overhangende wilgen, want de vogels drukken zich in de schaduw en vliegen pas laat op. Kijk ook omhoog naar boomholten.
Staat van instandhouding
In Europa neemt de verwilderde populatie langzaam toe en de soort geldt niet als schadelijk, want ze concurreert nauwelijks met inheemse eenden. In het oorspronkelijke Oost-Aziatische areaal gaat de soort juist achteruit door de kap van oude loofbossen langs rivieren, het verdwijnen van nestholten en vangst voor de vogelhandel.
Andere soorten in deze familie
Nijlgans · Pijlstaart · Wintertaling · Wilde Eend · Kolgans · Grauwe Gans · Kleine rietgans · Sneeuwgans · Dwerggans · Taigarietgans · Indische gans · Toendrarietgans · Tafeleend · Kuifeend · Topper · Witoogeend · Rotgans · Grote canadese gans · Brandgans · Roodhalsgans · Brilduiker · IJseend · Zwarte zwaan · Kleine zwaan · Wilde zwaan · Knobbelzwaan · Amerikaanse smient · Smient · Krakeend · Grote zee-eend · Zwarte zee-eend · Nonnetje · Grote zaagbek · Middelste zaagbek · Krooneend · Rosse stekelstaart · Eider · Slobeend · Zomertaling · Casarca · Bergeend