Alle soortenEendachtigenEenden, ganzen en zwanen › Nonnetje

Nonnetje

Mergellus albellus | Smew | Serreta chica

De kleinste zaagbek van Europa en een echte vogel van strenge winters. Het mannetje is spierwit met fijne zwarte lijntjes, alsof er craquelé over porselein loopt; vrouwtjes en jonge vogels zijn grijs met een kastanjebruine kap.

Nonnetje (Mergellus albellus)
Foto: Andreas Trepte — CC BY-SA 2.5 · Wikimedia Commons

Geluid

Meestal zwijgzaam. Baltsende mannetjes geven een zacht, knarsend kruh-kruh en een mechanisch ratelend geluid dat over water nauwelijks draagt; vrouwtjes een lage kèrr. Alleen in februari en maart is er kans op geluid, en dan vooral bij groepjes die op korte afstand baltsen.

Voor deze soort is nog geen vrij gelicentieerde opname beschikbaar.

Herkenning

Het mannetje is overwegend wit met een zwarte oogvlek, zwarte lijnen op nek en flanken en een zwarte rug. Vrouwtjes en onvolwassen vogels, de zogenoemde redheads, hebben een roodbruine kap tot onder het oog, scherp begrensd tegen een witte wang en keel. De snavel is kort, grijs en gehaakt; in vlucht valt het grote witte vleugelveld van de man op.

Verwarrings­soorten

Redheads worden verward met vrouwtjes brilduiker en met kuifduiker. De brilduiker is groter, heeft een donkerder bruine kop zonder scherp afgesneden witte wang en een hoekige, driehoekige kopvorm. Bij het nonnetje is de grens tussen roodbruine kap en witte wang mesjescherp en oogt de vogel compact met een stomp snaveltje.

Leefgebied

Diepe, heldere zoetwaterplassen, grote meren, zandwinputten en rustige rivieren; bij strenge vorst wijken de vogels uit naar het laatste open water in het IJsselmeergebied en soms naar brakke havens. Broedt in boomholten in de noordelijke taiga, vaak in oude nesten van de zwarte specht bij bosmeren.

Verspreiding en trek

Broedvogel van Fennoscandië en Noord-Rusland, overwinterend in Noordwest- en Midden-Europa. Nederland is met het IJsselmeer, de Randmeren en de grote rivieren een van de belangrijkste overwinteringsgebieden. In Spanje is het nonnetje een zeldzame dwaalgast die alleen bij extreme koude-invallen opduikt.

  • Jaarrond
  • Broedvogel (zomer)
  • Winter
  • Doortrek
  • Trekrichting
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2024-08-01 – 2026-07-31), geteld per hokje van 0,7° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Waar en wanneer kijken

Ga in januari of februari naar de Randmeren of de Gelderse Poort, bij voorkeur na een koudegolf uit het oosten. Scan vroeg in de ochtend vanaf een dijk: nonnetjes duiken groepsgewijs en hun witheid valt al op een kilometer afstand op.

Staat van instandhouding

De wereldpopulatie is stabiel, maar in Nederland lopen de winteraantallen terug doordat zachtere winters de vogels verder oostwaarts laten overwinteren. Bedreigingen zijn verdrinking in staande netten, verstoring van ruiende en overwinterende groepen door watersport, en verlies van oude holenbomen in het broedgebied.