Alle soorten › Eendachtigen › Eenden, ganzen en zwanen › Nonnetje
Nonnetje
Mergellus albellus | Smew | Serreta chica
De kleinste zaagbek van Europa en een echte vogel van strenge winters. Het mannetje is spierwit met fijne zwarte lijntjes, alsof er craquelé over porselein loopt; vrouwtjes en jonge vogels zijn grijs met een kastanjebruine kap.
Geluid
Meestal zwijgzaam. Baltsende mannetjes geven een zacht, knarsend kruh-kruh en een mechanisch ratelend geluid dat over water nauwelijks draagt; vrouwtjes een lage kèrr. Alleen in februari en maart is er kans op geluid, en dan vooral bij groepjes die op korte afstand baltsen.
Voor deze soort is nog geen vrij gelicentieerde opname beschikbaar.
Herkenning
Het mannetje is overwegend wit met een zwarte oogvlek, zwarte lijnen op nek en flanken en een zwarte rug. Vrouwtjes en onvolwassen vogels, de zogenoemde redheads, hebben een roodbruine kap tot onder het oog, scherp begrensd tegen een witte wang en keel. De snavel is kort, grijs en gehaakt; in vlucht valt het grote witte vleugelveld van de man op.
Verwarringssoorten
Redheads worden verward met vrouwtjes brilduiker en met kuifduiker. De brilduiker is groter, heeft een donkerder bruine kop zonder scherp afgesneden witte wang en een hoekige, driehoekige kopvorm. Bij het nonnetje is de grens tussen roodbruine kap en witte wang mesjescherp en oogt de vogel compact met een stomp snaveltje.
Leefgebied
Diepe, heldere zoetwaterplassen, grote meren, zandwinputten en rustige rivieren; bij strenge vorst wijken de vogels uit naar het laatste open water in het IJsselmeergebied en soms naar brakke havens. Broedt in boomholten in de noordelijke taiga, vaak in oude nesten van de zwarte specht bij bosmeren.
Verspreiding en trek
Broedvogel van Fennoscandië en Noord-Rusland, overwinterend in Noordwest- en Midden-Europa. Nederland is met het IJsselmeer, de Randmeren en de grote rivieren een van de belangrijkste overwinteringsgebieden. In Spanje is het nonnetje een zeldzame dwaalgast die alleen bij extreme koude-invallen opduikt.
- Jaarrond
- Broedvogel (zomer)
- Winter
- Doortrek
- Trekrichting
- donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Waar en wanneer kijken
Ga in januari of februari naar de Randmeren of de Gelderse Poort, bij voorkeur na een koudegolf uit het oosten. Scan vroeg in de ochtend vanaf een dijk: nonnetjes duiken groepsgewijs en hun witheid valt al op een kilometer afstand op.
Staat van instandhouding
De wereldpopulatie is stabiel, maar in Nederland lopen de winteraantallen terug doordat zachtere winters de vogels verder oostwaarts laten overwinteren. Bedreigingen zijn verdrinking in staande netten, verstoring van ruiende en overwinterende groepen door watersport, en verlies van oude holenbomen in het broedgebied.
Andere soorten in deze familie
Mandarijneend · Nijlgans · Pijlstaart · Wintertaling · Wilde Eend · Kolgans · Grauwe Gans · Kleine rietgans · Sneeuwgans · Dwerggans · Taigarietgans · Indische gans · Toendrarietgans · Tafeleend · Kuifeend · Topper · Witoogeend · Rotgans · Grote canadese gans · Brandgans · Roodhalsgans · Brilduiker · IJseend · Zwarte zwaan · Kleine zwaan · Wilde zwaan · Knobbelzwaan · Amerikaanse smient · Smient · Krakeend · Grote zee-eend · Zwarte zee-eend · Grote zaagbek · Middelste zaagbek · Krooneend · Rosse stekelstaart · Eider · Slobeend · Zomertaling · Casarca · Bergeend