Alle soortenEendachtigenEenden, ganzen en zwanen › Pijlstaart

Pijlstaart

Anas acuta | Northern pintail | Ánade rabudo

Slank, langgerekt en elegant: de pijlstaart is de windhond onder de zwemeenden. In het winterhalfjaar zwemt hij in losse groepen op ondergelopen grasland en getijdengebied, waar hij met zijn lange hals diep naar de bodem reikt.

Pijlstaart (Anas acuta)
Foto: Frank Schulenburg — CC BY-SA 4.0 · Wikimedia Commons

Geluid

Het mannetje fluit hoog en helder, een klaaglijk prriep dat aan de wintertaling doet denken maar voller en gerekter klinkt. Het vrouwtje geeft een lage, hese en afgeknepen reeks, èrr-èrr. Vooral te horen in baltsende groepjes van december tot maart, en soms van overtrekkende vogels in het donker.

Luister: VluchtroepXC543138

Opname: Luis Alvarez Menendez — CC BY-SA 4.0 · Wikimedia Commons

Herkenning

Lange dunne hals, kleine kop en spits toelopend achterlijf. Het mannetje heeft een chocoladebruine kop met een witte streep die langs de halszijde omhoogloopt, een fijn grijs gevermiculeerd lichaam, een crèmegele vlek voor de zwarte onderstaart en twee lange staartpennen. Het vrouwtje is egaal koffiebruin met een ongetekend gezicht en een geheel grijze snavel; de man in eclips lijkt op haar maar blijft grijzer en langer gestaart.

Verwarrings­soorten

Vrouwtjes wilde eend en krakeend zorgen voor de meeste verwarring, maar beide zijn compacter en korter van hals. De pijlstaart heeft een egale ongestreepte kop, een geheel grijze snavel zonder oranje en een bronzen spiegel met een smalle witte achterrand. In vlucht beslissen de spitse vleugels en de ver uitstekende hals.

Leefgebied

Ondiep, voedselrijk water met open oevers: ondergelopen graslanden, kwelders, brakke kreken, slikplaten en rijstvelden. Broedt schaars in vochtige duinvalleien en op moerassige eilanden in het noorden. Foerageert grondelend en met kop en hals onder water, bij voorkeur waar het water tot de buik reikt.

Verspreiding en trek

Broedvogel van toendra en taiga in Noord-Europa en Siberië; in Nederland broeden slechts enkele paren. Grote aantallen overwinteren in het Deltagebied, langs de Waddenzee en in natte polders. Iberië heeft belangrijke overwinteringsgebieden in Doñana, de Ebrodelta en de rijstvelden rond de Albufera van Valencia.

  • Jaarrond
  • Broedvogel (zomer)
  • Winter
  • Doortrek
  • Trekrichting
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2024-08-01 – 2026-07-31), geteld per hokje van 0,7° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Waar en wanneer kijken

Zoek in december en januari langs ondergelopen polders en kom in de late namiddag, wanneer groepen van de rustplaats naar het foerageergebied vliegen. Scan met de telescoop slapende eendengroepen: de lange hals en het spitse achtereind steken boven wilde eenden uit en verraden de soort meteen.

Staat van instandhouding

Als broedvogel in West-Europa zeldzaam en kwetsbaar door ontwatering en nestpredatie in graslanden. Als wintergast nog talrijk, al verschuift het zwaartepunt met zachtere winters naar het noordoosten. Het verlies van ondiepe, extensief beheerde wetlands en jacht in delen van het overwinteringsgebied blijven de belangrijkste bedreigingen.