Alle soortenEendachtigenEenden, ganzen en zwanen › Wilde Eend

Wilde Eend

Anas platyrhynchos | Mallard | Ánade azulón

De wilde eend is zo gewoon dat hij nauwelijks nog bekeken wordt, en juist daarom is hij de beste leermeester. Eclipskleden, ruivolgorde en verwilderde kruisingen leer je hier het snelst.

Wilde Eend (Anas platyrhynchos)
Foto: Richard Bartz — CC BY-SA 2.5 · Wikimedia Commons

Geluid

Het klassieke kwak-kwak-kwak komt van het vrouwtje: een luide, dalende reeks van vier tot acht kwakken. Het mannetje is veel stiller en brengt een kort, nasaal en hees rreb plus een dun gefloten piu tijdens de balts. Het meest vocaal van oktober tot april, wanneer baltsgroepjes ontstaan.

Luister: Roep (vrouwtje)XC518422

Opname: Marie-Lan Taÿ Pamart — CC BY-SA 4.0 · Wikimedia Commons

Herkenning

Grote, zwaar gebouwde zwemeend. Het mannetje in broedkleed heeft een flesgroene kop, witte halsring, purperbruine borst, grijs lichaam, zwart gekrulde middelste staartveren en een gele snavel. Het vrouwtje is bruin gestreept met donkere oogstreep en een oranje snavel met donkere zadelvlek. Beide geslachten hebben een blauwe, wit omzoomde spiegel; in juli lijkt de man op een vrouw maar houdt zijn gele snavel.

Verwarrings­soorten

Krakeend is grijzer en fijner gebouwd, met een witte spiegel en steilere kop. Vrouwtjes pijlstaart zijn slanker met een langere hals. De echte valkuil zijn soepeenden en kruisingen: onregelmatig wit, een te zware bouw of een bonte kop verraden gemengde afkomst, dus controleer eerst spiegel en snavelkleur.

Leefgebied

Vrijwel elk zoet water: sloten, vaarten, stadsvijvers, zandwinplassen, rivieren, bospoelen en fonteinen. In de winter ook op brak water en in ondiepe zeearmen. Vogels foerageren vaak 's nachts op stoppelvelden en ondergelopen akkers en rusten overdag op veilig open water.

Verspreiding en trek

Overal in Europa, van IJsland tot Iberië. Nederlandse vogels zijn grotendeels standvogel en krijgen in de winter gezelschap van grote aantallen uit Scandinavië, de Baltische staten en Rusland. In Spanje een wijdverspreide broedvogel van zoetwaterlagunes, rijstvelden en stuwmeren, met een sterke noordelijke instroom in de winter.

  • Jaarrond
  • Broedvogel (zomer)
  • Winter
  • Doortrek
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2024-08-01 – 2026-07-31), geteld per hokje van 0,7° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Waar en wanneer kijken

Besteed in januari of februari een uur aan de balts op een stadsvijver: kopknikken, het plotselinge opsprongetje waarbij water wordt weggeschept en het optillen van de staart zijn hier beter te zien dan waar ook. Kom in juli terug voor eclipskleden, de beste training voor zeldzamere eenden.

Staat van instandhouding

Talrijk en niet bedreigd, maar in Noordwest-Europa loopt het aantal broedparen terug: minder kuikens overleven door verdroogde slootkanten, gladde beschoeiing, predatie en verkeer. Genetische vermenging met uitgezette en verwilderde eenden speelt lokaal een rol. Als wintervogel blijft de soort onverminderd talrijk.