Alle soortenEendachtigenEenden, ganzen en zwanen › Kuifeend

Kuifeend

Aythya fuligula | Tufted duck | Porrón moñudo

De kuifeend is de gewoonste duikeend van Europa en past zich moeiteloos aan stadsvijvers en havens aan. Zijn hangende kuif en felgele oog maken hem tot de ideale ijkvogel voor alle andere Aythya-soorten.

Kuifeend (Aythya fuligula)
Foto: Richard Bartz — CC BY-SA 2.5 · Wikimedia Commons

Geluid

Doorgaans stil. Het mannetje geeft in de balts een zacht, snel en bellend wit-wit-wieuw, nauwelijks hoorbaar boven het geluid van de stad. Het vrouwtje laat een grommend, schor krrr-krrr horen, vooral bij het opvliegen en bij het verdedigen van jongen. Vooral vocaal van februari tot april.

Luister: RoepWikimedia Commons

Opname: Jamescandless — CC BY-SA 3.0 · Wikimedia Commons

Herkenning

Kleine, ronde duikeend met een hoge kop, blauwgrijze snavel met scherp begrensde zwarte nagel en een gele iris. Het mannetje is gitzwart met sneeuwwitte flanken en een lange hangende kuif. Het vrouwtje is donkerbruin met bleke flanken, een korte stompe kuif en soms wat wit aan de snavelbasis. In vlucht valt bij beide de brede witte vleugelstreep op.

Verwarrings­soorten

Toppereend is groter, ronder van kop, zonder kuif, met een grijs gevermiculeerde rug bij het mannetje en een brede witte snavelbasis bij het vrouwtje. Witoogeend is kleiner en warm kastanjebruin, met witte onderstaart. Vrouwtjes kuifeend met veel wit rond de snavel worden vaak ten onrechte voor topper aangezien; let op kuif en rugkleur.

Leefgebied

Vrijwel elk diep zoet water: meren, zandwinplassen, kanalen, stadsvijvers, havens en stuwmeren, in de winter ook brak water en beschutte zeearmen. Broedt op eilandjes en in dichte oevervegetatie, vaak bij kokmeeuwenkolonies. Duikt vooral naar tweekleppigen, met driehoeksmossel en quaggamossel als hoofdvoedsel.

Verspreiding en trek

Broedt van IJsland en Scandinavië tot Midden-Europa en oostwaarts door Rusland; in Nederland een algemene broedvogel. In de winter zwellen de aantallen op de grote meren en het IJsselmeergebied sterk aan met noordoostelijke vogels. In Spanje een schaarse maar regelmatige overwinteraar op stuwmeren en lagunes.

  • Jaarrond
  • Broedvogel (zomer)
  • Winter
  • Doortrek
  • Trekrichting
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2024-08-01 – 2026-07-31), geteld per hokje van 0,7° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Waar en wanneer kijken

Elke stadsvijver in januari volstaat om het verenkleed in te studeren, maar tel de echte concentraties op het IJsselmeer of Markermeer. Werk daar bij vlak licht elk vrouwtje af op kuiflengte, snavelpatroon en rugkleur: toppers en hybriden zitten er tussen.

Staat van instandhouding

Talrijk en niet bedreigd; de soort profiteerde sterk van de opkomst van exotische mosselen in Europese wateren. Lokaal zorgen afnemende mosselbestanden, botulisme, verstoring op slaapplaatsen en loodvergiftiging voor problemen. De Nederlandse broedpopulatie is de laatste decennia stabiel tot licht dalend, de winteraantallen schommelen met de ijsomstandigheden.