Alle soortenEendachtigenEenden, ganzen en zwanen › Casarca

Casarca

Tadorna ferruginea | Ruddy shelduck | Tarro canelo

Een grote, roestoranje ganzachtige eend met een bleke kop en een luide, klagende roep. In Nederland gaat het vrijwel altijd om vogels uit de verwilderde Noordwest-Europese populatie, die in de zomer op de Wadden ruit.

Casarca (Tadorna ferruginea)
Foto: Timothy Gonsalves — CC BY-SA 4.0 · Wikimedia Commons

Geluid

Zeer luidruchtig: een nasaal, klaaglijk en ver dragend aangh of chorr dat aan een misthoorn of een grauwe gans doet denken, maar hoger en scherper klinkt. Roept het hele jaar door, vooral in vlucht en bij territoriale ruzies, en ook 's nachts boven ruiplaatsen.

Luister: RoepXC466477

Opname: Pascal Christe — CC BY-SA 4.0 · Wikimedia Commons

Herkenning

Het lichaam is egaal roestoranje, de kop duidelijk bleker en crèmekleurig, snavel en poten zwart. In vlucht is de soort verrassend contrastrijk: grote witte voorvleugelvelden, een groene spiegel en zwarte handpennen en staart. In de zomer heeft het mannetje een smalle zwarte halsband die het vrouwtje mist; vrouwtjes tonen vaak een wittere kop rond snavelbasis en oog.

Verwarrings­soorten

Juveniele bergeenden en ontsnapte exoten als de nijlgans zorgen voor de verwarring. De nijlgans is bruiner, langpotiger en heeft een donkere oogvlek en een borstvlek; de casarca is egaal roestoranje zonder tekening. De bergeend is wit met een groene kop en een kastanjebruine borstband.

Leefgebied

Open landschappen bij zoet en brak water: steppemeren, stuwmeren, riviermondingen, kwelders en akkerland. Broedt in holen, rotsspleten, gebouwen en soms konijnenholen, vaak ver van het water. In Nederland vooral op ruiplaatsen langs de Waddenkust en bij zandwinplassen, foeragerend op grasland en akkers.

Verspreiding en trek

Broedt van Zuidoost-Europa en Turkije tot Centraal-Azië, met kleine populaties in Noord-Afrika en Zuid-Spanje, waar de soort in Andalusische en Manchegaanse lagunes toeneemt. In Noordwest-Europa broedt een verwilderde populatie, waarvan honderden tot duizenden vogels in het Nederlandse en Duitse Waddengebied ruien.

  • Jaarrond
  • Broedvogel (zomer)
  • Winter
  • Doortrek
  • Trekrichting
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2024-08-01 – 2026-07-31), geteld per hokje van 0,7° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Waar en wanneer kijken

In Nederland zijn juli en augustus het beste, langs de Waddenkust en bij grote zandwinplassen; kijk in de late namiddag wanneer ruiende groepen vanaf het water naar grasland trekken. In Spanje bieden de lagunes van Doñana en La Mancha in het voorjaar de meeste kans.

Staat van instandhouding

De wereldpopulatie is stabiel tot toenemend, en in Zuid-Spanje breidt de soort zich uit. De Noordwest-Europese vogels stammen uit gevangenschap en worden als exoot beheerd, met discussie over hybridisatie en concurrentie. Echt wilde dwaalgasten uit het oosten zijn nauwelijks te onderscheiden.