Alle soortenEendachtigenEenden, ganzen en zwanen › Topper

Topper

Aythya marila | Greater scaup | Porrón bastardo

De topper is de zee-eend onder de duikeenden: een robuuste Aythya die de winter doorbrengt op groot open water. Op het IJsselmeer en de Waddenzee duikt hij in dichte, ver uiteengetrokken vlotten naar mosselbanken.

Topper (Aythya marila)
Foto: Chuck Homler d/b/a Focus On Wildlife — CC BY-SA 4.0 · Wikimedia Commons

Geluid

Buiten de broedtijd meestal zwijgzaam. Baltsende mannetjes geven een zacht, duifachtig en kwetterend wa-hoe-oe, vaak met opgeworpen kop; het vrouwtje antwoordt met een rauwe, ratelende karr-karr-karr. In Nederland vooral te horen op stille, zonnige dagen in maart, wanneer de winterzwermen al beginnen te baltsen.

Voor deze soort is nog geen vrij gelicentieerde opname beschikbaar.

Herkenning

Groter en breder gebouwd dan de kuifeend, met een ronde kop zonder kuif en een brede blauwgrijze snavel met een klein zwart nageltje. Het mannetje heeft een zwarte kop met groene glans, een zwarte borst en een lichtgrijs gevermiculeerde rug die op afstand wit oogt. Het vrouwtje is bruin met een brede witte snavelbasis; eerstewinters tonen die ring smaller en vuiler.

Verwarrings­soorten

De kuifeend is de enige echte valstrik. Let op de rug: bij de topper lichtgrijs en fijn gevermiculeerd, bij de kuifeend zwart. De kuifeend heeft een hoekige kop met kuif of nekbult en een breed zwart snavelnageltje; toppervrouwtjes hebben een grotere, scherper begrensde witte snavelbasis dan kuifeendvrouwtjes.

Leefgebied

Buiten de broedtijd een vogel van groot, ondiep zout en brak water met een harde bodem: de Waddenzee, het IJsselmeer, zeegaten en havenmonden. Hij duikt op mosselen, kokkels en driehoeksmosselen, meestal in minder dan vijf meter water. Broedt op toendra- en taigameren en langs kustlagunes in het hoge noorden.

Verspreiding en trek

Broedvogel van IJsland, Fennoscandinavië en Noord-Rusland. De West-Europese winterpopulatie concentreert zich in de Waddenzee, langs de Deense en Duitse Oostzeekust en in het Nederlandse IJsselmeergebied. In Spanje is de soort een zeldzame dwaalgast, vrijwel beperkt tot de Cantabrische kust en de Galicische rías in strenge winters.

  • Jaarrond
  • Broedvogel (zomer)
  • Winter
  • Doortrek
  • Trekrichting
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2024-08-01 – 2026-07-31), geteld per hokje van 0,7° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Waar en wanneer kijken

Ga in januari of februari naar de Afsluitdijk of de Houtribdijk en scan bij aflandige wind vroeg in de ochtend, als het water vlak ligt. Zoek langs de dijkvoet naar mosselbanken; de vlotten liggen vaak ver uit de kust, dus een telescoop is onmisbaar. De doortocht piekt eind maart.

Staat van instandhouding

De aantallen zijn in Noordwest-Europa sterk teruggelopen sinds de jaren tachtig. Verstoring en uitputting van schelpdierbanken, bijvangst in staand want, olievervuiling en de aanleg van windparken op zee drukken op de winterpopulatie; op de broedgronden speelt predatiedruk. Het zwaartepunt van de overwintering verschuift bovendien noordwaarts met zachtere winters.