Alle soortenZangvogelsKlauwieren › Langstaartklauwier

Langstaartklauwier | Lanius schach

Long-tailed shrike | Alcaudón schach

De langstaartklauwier is een Aziatische soort die zelden tot in Europa doordringt: in de hele noordwesthoek van het werelddeel gaat het om enkele aanvaarde gevallen. Het is een forse klauwier met een opvallend lange, getrapte staart, die net als onze eigen soorten vanaf een uitkijkpost jaagt en prooi op doorns en prikkeldraad spiest. Wie er een vindt, doet er goed aan de vogel uitgebreid vast te leggen.

Langstaartklauwier (Lanius schach)
Foto: Yogendra174 — CC BY 2.0 · Wikimedia Commons

Geluid

Meestal zwijgzaam bij ons. In het broedgebied is de soort luidruchtig, met harde, krassende scheldreeksen die vaak worden vergeleken met het gepiep van een kikker in nood: een schor gwèr-lek-gwèr-lek, gevolgd door blaffende jaau-jaau-tonen. Ook deze klauwier bootst andere vogels na en vlecht die imitaties door een zachte, langdurige babbelzang.

Voor deze soort is nog geen vrij gelicentieerde opname beschikbaar.

Herkenning

Groter en langer gestaart dan de grauwe klauwier, met een staart die bij het opvliegen als een lange, zwarte spies achterblijft en waarvan de buitenste pennen duidelijk korter zijn dan de middelste. De vorm die in Europa is vastgesteld, heeft een grijze kruin en nek die naar achteren geleidelijk in een roestbruine rug overgaat, een zwart voorhoofd dat doorloopt in een breed zwart oogmasker, een witte keel, roestbruine flanken en stuit, en zwarte vleugels met een kleine witte vlek aan de basis van de handpennen. Sommige oostelijke vormen hebben een geheel zwarte kop en een veel donkerder bovenzijde. Jonge vogels zijn doffer, met een fijne golftekening op flanken en rug en een bruiner masker. De snavel is zwaar en sterk gehaakt.

Verwarrings­soorten

De klapekster is asgrijs op de rug zonder enig roestbruin, heeft een rechte staart met veel wit en een wit vleugelveld, en is minder langgestaart. Het mannetje van de grauwe klauwier heeft ook een grijze kruin en een bruine rug, maar is duidelijk kleiner en veel korter van staart, mist het zwarte voorhoofd boven de snavel en heeft een zwart-witte staart in plaats van een lange zwarte. De roodkopklauwier heeft een roestrode kruin en nek en een witte schoudervlek en stuit. Doorslaggevend zijn de lengte en de getrapte vorm van de staart, samen met de geleidelijke overgang van grijze kruin naar roestbruine rug.

Leefgebied

In Azië een vogel van open terrein met verspreide struiken: doornstruweel, ruige graslanden, akkerland en moestuinen met heggen, oevers en bermen, en tuinen en dorpsranden. Steeds gaat het om lage uitkijkposten met open, kortbegroeide grond eronder. De weinige Europese vogels zijn gevonden in vergelijkbaar terrein aan de kust: duinstruweel, ruige akkerranden en heggen.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld volgens EUNIS — de Europese standaard voor leefgebieden.

Verspreiding en trek

Broedt van Centraal-Azië door het Indisch subcontinent en China tot Zuidoost-Azië, Indonesië en Nieuw-Guinea. Alleen de vorm van Kazachstan en Afghanistan trekt echt weg en overwintert in de laagvlakten van Zuid-Azië; die vorm is het die als dwaalgast in Europa wordt verwacht en ook is vastgesteld. Aanvaarde gevallen zijn er onder meer uit Turkije (1987), Zweden (1999), Schotland (2000), Denemarken (2007), Nederland (Den Helder, oktober 2011) en België (het Zwin, 2017); tot en met 2024 gaat het per land om één geval.

Waar en wanneer kijken

Hier valt niets te plannen. Wel loont het om in oktober en november op de klassieke trekplekken aan de kust elke klauwier goed te bekijken en niet te snel af te doen als grauwe klauwier of klapekster. Let bij een langgestaarte, grijs-en-bruine klauwier op de zwarte voorhoofdsband, de roestbruine stuit en de getrapte staart, en maak zo veel mogelijk foto's van rug, staart en vleugel: een beoordelingscommissie let juist daarop.

Staat van instandhouding

Niet bedreigd op wereldschaal (IUCN: Least Concern): het areaal is enorm en de soort profiteert in delen van Azië van kleinschalige landbouw. Voor Europa is de soort alleen als dwaalgast van belang. Omdat langstaartklauwieren in delen van Zuidoost-Azië als kooivogel worden gehouden, weegt een beoordelingscommissie altijd mee of een vogel op eigen kracht kan zijn gekomen; de aanvaarde gevallen betreffen de trekkende Centraal-Aziatische vorm en vallen in het najaar, wanneer ook andere Aziatische dwaalgasten in Europa opduiken.