Alle soortenSteltloperachtigenMeeuwen en sterns › Noordse stern

Noordse stern

Sterna paradisaea | Arctic tern | Charrán ártico

De noordse stern legt van alle vogels ter wereld de langste jaarlijkse reis af: van de Waddeneilanden naar het pakijs van Antarctica en terug. In een gemengde kolonie herken je hem aan een korter, ronder silhouet en een snavel die van basis tot punt bloedrood is.

Noordse stern (Sterna paradisaea)
Foto: Charles J. Sharp — CC BY-SA 4.0 · Wikimedia Commons

Geluid

Hoger, korter en zuiverder dan de visdief: een pittig, opgewekt pjie-pjie-pjie en een scherp, opklinkend krieer zonder de dalende tweede lettergreep van de visdief. Bij verstoring van de kolonie een ratelend kt-kt-kt terwijl de vogels op je hoofd duiken. Je hoort het van mei tot juli boven kolonies op de Waddeneilanden, in de Delta en overal langs de Scandinavische en IJslandse kust.

Luister: Alarmroepen bij de kolonieXC564600

Opname: Doug Hynes — CC BY-SA 4.0 · Wikimedia Commons

Herkenning

De snavel is egaal bloedrood zonder zwarte punt, en de poten zijn kort en helder rood, zo kort dat de vogel op een paal bijna op zijn buik lijkt te liggen. In rust steken de lange staartpennen voorbij de vleugelpunten uit, wat bij de visdief zelden gebeurt. De onderdelen zijn duidelijk grijs, waardoor een smalle witte wangstreep tussen de zwarte kap en de grijze borst oplicht. Van boven is de vleugel egaal grijs zonder donkere wig, en de zwarte achterrand van de hand is smal en messcherp begrensd; van onderen zijn alle handpennen doorschijnend wit met een dunne zwarte achterrand, zodat de vleugel tegen de lucht bijna transparant oogt. Juvenielen hebben een wit vlak in de armpennen, een zwakke donkere schoudervlek en een korte, donkere snavel; in winterkleed wordt het voorhoofd wit en de snavel zwart.

Verwarrings­soorten

Visdief is de soort waarmee je hem elke keer opnieuw moet vergelijken: die heeft een oranjerode snavel met een zwarte punt, langere poten, staartpennen die hooguit tot de vleugelpunt reiken, en van boven een donkere wig in de buitenste handpennen die in de loop van de zomer groeit. Van onderen toont de visdief een bredere, diffuus grijze achterrand aan de hand, waar de noordse stern een haarscherpe smalle lijn heeft. Dougalls stern is bleker en witter, met heel lange witte staartpennen, een overwegend zwarte snavel en een snellere, ondiepere vleugelslag. Op afstand blijft de combinatie stern-op-korte-pootjes met transparante vleugel het betrouwbaarst.

Leefgebied

Schelpenstrandjes, kwelders, lage duinvalleien, rotseilandjes en toendrapoelen; op trek volledig marien, vaak ver uit de kust. Vist met korte bidvluchten en steile stootduiken op zandspiering, jonge haring en garnalen, meestal in ondiep water met sterke stroming, zoals zeegaten en getijdengeulen. Broedt in losse kolonies op kale grond, geregeld tussen visdieven en dwergsterns.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld volgens EUNIS — de Europese standaard voor leefgebieden.

Verspreiding en trek

Circumpolair in het Noordpoolgebied, met de Europese kern in IJsland, Noorwegen, de Oostzee en de Britse Eilanden; Nederland ligt aan de zuidgrens van het areaal. De Nederlandse broedvogels zitten vrijwel allemaal op de Waddeneilanden en op Griend, met een handvol paren in de Delta. In Spanje is het uitsluitend een doortrekker op zee, vooral voor de kust van Galicië en in de Golf van Biskaje in mei en van augustus tot oktober.

  • Broedvogel (zomer)
  • Doortrek
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2024-08-01 – 2026-07-31), geteld per hokje van 0,7° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Waar en wanneer kijken

Ga eind april of begin mei naar een Waddendijk of een zeegat, wanneer noordse sternen en visdieven samen aankomen en je ze naast elkaar op een strekdam ziet zitten: dan pas je de snavel- en pootlengte in één blik. In juni levert een wandeling langs een kolonie op Texel, Terschelling of Griend de beste vluchtbeelden op, met de zon in de rug zodat je de doorschijnende hand ziet oplichten. Zeetrektellen in mei bij aanlandige wind geeft trekgroepen langs de kust, waarbij de kortere, snellere slag en het lichtere lichaam je op de soort zetten.

Staat van instandhouding

Wereldwijd niet bedreigd dankzij de enorme arctische populaties, maar in de Noordzee en de Oostzee gaat het slecht: de aantallen op de Waddeneilanden en in Schotland zijn de laatste decennia sterk gedaald. Voedselgebrek door warmer water en het wegvallen van zandspiering is de belangrijkste oorzaak, met daarnaast overstroming van laaggelegen kolonies bij zomerstormen en predatie door vossen en grote meeuwen. In Nederland staat de soort daarom op de Rode Lijst; kolonies op afgesloten eilandjes doen het duidelijk beter dan die op het vasteland.