Alle soortenStormvogelachtigenPijlstormvogels › Noordse stormvogel

Noordse stormvogel

Fulmarus glacialis | Northern fulmar | Fulmar boreal

De noordse stormvogel lijkt op afstand een meeuw, maar vliegt als geen enkele meeuw: stijf, op strak gestrekte vleugels, in lange bogen door de golfdalen. Het is de enige stormvogel die in Noordwest-Europa het hele jaar door op zee te vinden is en die in de kolonie op tientallen meters afstand blijft zitten.

Noordse stormvogel (Fulmarus glacialis)
Foto: Hobbyfotowiki — CC0 · Wikimedia Commons

Geluid

Op zee stil, behalve bij ruzie om voedsel achter een viskotter, waar een schor gekakel opklinkt. In de kolonie luidruchtig: een diep, ratelend en gorgelend ag-ag-ag-arrr dat het paar met open snavel en gestrekte hals naar elkaar uitstoot, vanaf de richel of vanuit de nestkom. Het geluid hoor je van maart tot augustus op kliffen in Schotland, Noorwegen, IJsland en op Helgoland.

Luister: Ratelend paar op de nestrichelWikimedia Commons

Opname: British Library — CC BY-SA 4.0 · Wikimedia Commons

Herkenning

Het vliegbeeld doet alles. De vleugels zijn recht, stijf en opvallend smal aan de basis, met een dikke, korte hals en een stompe kop die naar voren steekt; de vogel houdt de vleugels vrijwel stil en wisselt korte, snelle series slagen af met lange, kaarsrechte glijvluchten die door de golfdalen scheren. In het licht is de romp wit, de vleugel grijs met een bleke, lichtere vlek aan de basis van de handpennen, en de staart grijs zonder zwarte band. Van onderen is de vogel egaal wit met een grijzige vleugelrand. De snavel is kort, dik en geel met een duidelijke buisneus bovenop, op korte afstand het beslissende kenmerk. In het noorden komen donkere ('blue') vormen voor, egaal grijs zonder wit.

Verwarrings­soorten

Zilver- en stormmeeuw zijn de eeuwige verwarring op zeetrektellingen: die hebben zwarte vleugelpunten met witte spiegels, een langere hals, geknikte vleugels en flappen met soepele, diepe slagen, waar de stormvogel de vleugels stijf gestrekt houdt. Drieteenmeeuw heeft scherp afgesneden zwarte punten zonder wit en een veel lichtere, dansende vlucht. Grote jager is donkerder en toont witte handbasisvlekken op beide vleugels. Een echt lastige situatie is de donkere stormvogelvorm tegenover een grauwe pijlstormvogel: let dan op de dikke nek, de stompe kop en de veel stijvere vleugels van de stormvogel.

Leefgebied

Buiten de broedtijd volledig op open zee, vaak boven de rand van het continentaal plat en rond visgronden, waar hij achter kotters op afval en olieachtige resten aast. Broedt op rotsrichels en kliffen, ook op lage kustkliffen en soms op gebouwen en oude bunkers, waar één ei op de kale rots wordt gelegd. Verdedigt het nest door een stinkende maagolie te spuiten, die het verenkleed van een aanvaller onbruikbaar maakt.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld volgens EUNIS — de Europese standaard voor leefgebieden.

Verspreiding en trek

Broedvogel van IJsland, de Faeröer, Noorwegen, Spitsbergen, Groot-Brittannië, Ierland, Bretagne en Helgoland. Nederland heeft geen kolonies, maar op de Noordzee is de soort het hele jaar aanwezig, met de hoogste aantallen langs de kust bij aanhoudende noordwestenwind in de late herfst en winter; regelmatig spoelen exemplaren aan met plastic in de maag. In Spanje is hij vooral wintergast in de Golf van Biskaje en voor Galicië, met kleinere aantallen richting de Straat van Gibraltar.

  • Jaarrond
  • Broedvogel (zomer)
  • Doortrek
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2024-08-01 – 2026-07-31), geteld per hokje van 0,7° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Waar en wanneer kijken

Zeetrektellen bij noordwester tot noorderstorm, van oktober tot februari, geeft de beste kans; Westkapelle, de Brouwersdam, IJmuiden en Camperduin zijn de klassieke posten en het eerste uur na zonsopkomst levert het meeste op. Herken hem al op grote afstand aan de stijve, snijdende glijvlucht door de golfdalen, niet aan het verenkleed. Bij Galicië en in de Golf van Biskaje leveren de veerboten Plymouth – Santander en Portsmouth – Bilbao van oktober tot maart tientallen tot honderden vogels per overtocht op; in de Straat van Gibraltar is hij daarentegen schaars.

Staat van instandhouding

Wereldwijd niet bedreigd, maar in Europa gaat het slecht: op de Europese rode lijst staat de soort als bedreigd, na een langdurige afname van de kolonies in Schotland en op de Faeröer. Het inzakken van de visserij-afvalstroom, klimaatverandering en veranderende voedselaanbod op de Noordzee spelen mee. Noordse stormvogels zijn bovendien de standaardsoort in het Europese meetnet voor plasticvervuiling: verreweg de meeste aangespoelde vogels hebben plastic in de maag.