Alle soortenSteltloperachtigenVorkstaartplevieren › Steppevorkstaartplevier

Steppevorkstaartplevier

Glareola nordmanni | Black-winged pratincole | Canastera alinegra

De donkerste van de drie vorkstaartplevieren en de meest oostelijke: een vogel van de zilte steppes tussen Roemenië en Kazachstan. In Nederland is het de vaakst vastgestelde dwaalgast van de familie, met ruim vijftig aanvaarde gevallen, en toch blijft hij lastig hard te maken.

Steppevorkstaartplevier (Glareola nordmanni)
Foto: Попов Евгений — CC BY-SA 3.0 · Wikimedia Commons

Geluid

Een droog, hard kik-kik en een ratelend kirrik, meestal in de vlucht en vaak in groepjes. De roep lijkt sterk op die van de gewone vorkstaartplevier en is in het veld geen determinatiekenmerk; hij is hooguit het signaal dat er iets over komt waar je naar moet kijken.

Voor deze soort is nog geen vrij gelicentieerde opname beschikbaar.

Herkenning

Donkerder en warmer bruin op de bovendelen dan de gewone vorkstaartplevier, met een crèmekleurige keel in een zwarte omlijsting en een rode snavelbasis. De poten zijn lang en zwart, de witte oogring ontbreekt of is nauwelijks zichtbaar. De staart is diep gevorkt maar de staartpennen zijn kort en reiken in rust niet tot voorbij de vleugelpunten. Alles draait echter om de vlucht: witte stuit, zwarte staart, geen witte achterrand aan de vleugel, en een geheel zwarte ondervleugel die scherp afsteekt tegen de witte buik.

Verwarrings­soorten

Tegenover de gewone vorkstaartplevier zijn er vier punten, en drie ervan zijn alleen in vlucht te zien. De ondervleugel is zwart in plaats van kastanjebruin; de witte achterrand van de vleugel, bij de gewone soort een dunne maar duidelijke lijn langs de armpennen, ontbreekt hier volledig; en de staartpennen zijn korter, zodat de vork ondieper oogt en in rust niet voorbij de vleugelpunten steekt. Alle drie vragen ze om een vogel in vlucht, en het liefst tegen het licht in: dan lichten de doorschijnende armpennen op en is in één oogopslag te zien of er een witte achterrand zit, terwijl de ondervleugel als een egaal zwart vlak tegen de witte buik komt te staan. Op een zittende vogel, of bij vlak zijlicht, is het kenmerk waardeloos, want dan kan ook kastanjebruin zwart ogen. Van de oosterse vorkstaartplevier scheidt de zwarte ondervleugel hem meteen, maar die soort mist net als deze de witte achterrand.

Leefgebied

Broedt in kolonies op zilte steppes, drooggevallen meeroevers en drassige vlaktes met korte, opgevreten vegetatie, vaak in de buurt van sodameren en zoutpannen. Foerageert vliegend boven grasland en akkerland, achter zwermen sprinkhanen en kevers aan; in Zuidelijk Afrika volgt de soort in de zuidzomer de regen en de sprinkhaanplagen. In Nederland gevonden vogels zitten meestal op kale akkerranden, natte weilanden en drooggevallen slikplaten.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld volgens EUNIS — de Europese standaard voor leefgebieden.

Verspreiding en trek

Het broedgebied loopt van Roemenië en Oekraïne oostwaarts tot Oost-Kazachstan en Zuidwest-Siberië. De hele wereldpopulatie overwintert in Zuidelijk Afrika, vooral in Namibië, Botswana, Zimbabwe en het noordwesten van Zuid-Afrika. Nederland telt ruim vijftig aanvaarde gevallen, waarvan meer dan de helft sinds 2000; augustus is veruit de beste maand, met uitlopers tot in november.

  • Doortrek
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2024-08-01 – 2026-07-31), geteld per hokje van 0,7° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Waar en wanneer kijken

Augustus is het moment, en de vogels duiken op waar sprinkhanen en muggen boven het land staan: pas gemaaide graslanden, drooggevallen kleiputten en de randen van inlagen. Kies je plek naar het licht en niet naar de vogel: ga zo staan dat een overvliegende plevier tussen jou en de zon door komt, en wacht op een lage doorkomst in plaats van achter een zittende vogel aan te lopen. Fotografeer liever tien matige vluchtbeelden dan één mooi portret van de zittende vogel.

Staat van instandhouding

De soort staat als gevoelig te boek. De aantallen in Europees Rusland zijn sterk gedaald en uit Oekraïne is de soort in de jaren negentig vrijwel verdwenen, terwijl de populaties in centraal en noordoostelijk Kazachstan toenemen. Het grootste knelpunt is het broedsucces: vertrapping van nesten door vee, predatie, hagelbuien en droogte kosten in slechte jaren vrijwel de hele jonge generatie. Daarnaast speelt de omzetting van steppe in akkerland en het gebruik van bestrijdingsmiddelen tegen sprinkhanen.