Alle soorten › Steltloperachtigen › Meeuwen en sterns › Stormmeeuw
Stormmeeuw
Larus canus | Common gull | Gaviota cana
De stormmeeuw is de meeuw van het middenformaat, met een zachte uitdrukking die volledig op het donkere oog berust. In de winter staan er honderdduizenden in Nederlandse weilanden, in de zomer broeden er nog maar een paar duizend paren in de duinen.
Geluid
Hoger en schriller dan de andere grote meeuwen: een klagend, miauwend kiii-a en in kolonies een nasaal kjau. De lange roep begint met korte hikkende noten en gaat over in een reeks luide kreten, waarbij de vogel de kop diep achterover legt. Vooral van maart tot juni te horen boven duinkolonies en havens, en in de winter op slaapplaatsen.
Opname: Ryan Hodnett — CC BY-SA 4.0 · Wikimedia Commons
Herkenning
Middelgrote meeuw met een middelgrijze mantel, donkerder dan die van de kokmeeuw en veel lichter dan die van de kleine mantelmeeuw. De snavel is dun en geelgroen zonder rode vlek, in winterkleed vaak met een vage donkere band; de poten zijn geelgroen en het oog is donker, met een rode oogring. De vleugelpunt is zwart met twee grote witte spiegels op de buitenste handpennen, die ook op de zittende vogel als witte stippen te zien zijn. In winterkleed is de kop fijn grijsbruin gestreept. Eerstejaars hebben al een grijze mantel, geschubde bruine dekveren, een scherpe zwarte staartband en een donkere snavel met lichte basis; tweedejaars lijken op adulten maar houden een snavelband en wat bruin in de vleugel.
Verwarringssoorten
Zilvermeeuw is fors groter, heeft een geel oog met gele oogring, een zware gele snavel met rode vlek en vleeskleurige poten. Kokmeeuw is kleiner, heeft een witte wig langs de vleugelvoorrand en rode snavel en poten. De zeldzame ringsnavelmeeuw is groter en zwaarder gebouwd, met een bleek oog, een brede zwarte band op een dikkere snavel en kleinere spiegels. Bij twijfel op afstand beslist de combinatie donker oog, geelgroene poten en de grote spiegels.
Leefgebied
Broedt in open duinen, op strandvlakten, kwelders en schorren, en in toenemende mate op platte daken en industrieterreinen. Foerageert lopend in weilanden op regenwormen en insecten, op het wad op zeepieren en schelpdieren, en langs de vloedlijn op alles wat aanspoelt. Slaapt in de winter in grote groepen op open water, zandplaten en havenbekkens.
Verspreiding en trek
Broedvogel van Noord- en Noordwest-Europa, met het zwaartepunt in Scandinavië en het Oostzeegebied. Nederland telt nog enkele duizenden broedparen, vooral in de duinen en het Deltagebied, maar herbergt in de winter honderdduizenden vogels uit het noorden, die zich over kustweilanden en het binnenland verspreiden. In Spanje is de soort een wintergast in bescheiden aantallen langs de Cantabrische en Galicische kust en veel schaarser richting het zuiden en de Middellandse Zee.
- Jaarrond
- Broedvogel (zomer)
- Winter
- Doortrek
- Trekrichting
- donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Waar en wanneer kijken
Ga in december of januari bij invallende schemering naar een groot water waar meeuwen slapen en scan de aanvliegende groepen: stormmeeuwen komen in strakke formaties binnen en zijn aan hun kleine kop en donkere oog te herkennen. Overdag loont doorzoeken van natte weilanden na regen, wanneer ze trippelend wormen omhoog trommelen; op korte afstand zie je dan meteen de spiegels op de gevouwen vleugelpunt. Vergelijk daarbij steeds met de kokmeeuwen ernaast: het formaatverschil en de zwaardere kop maken de soort ook op grote afstand herkenbaar.
Staat van instandhouding
Wereldwijd niet bedreigd en als wintergast nog steeds zeer talrijk, maar als Nederlandse broedvogel duidelijk achteruitgegaan sinds de piek rond 1980. Vossen die duinkolonies leegroven, verruiging van broedterreinen en concurrentie met grote meeuwen zijn de belangrijkste oorzaken; daken en afgesloten bedrijfsterreinen vangen een deel op. Verstoring van slaapplaatsen en van broedkolonies blijft het gevoeligste punt.
Andere soorten in deze familie
Witwangstern · Witvleugelstern · Zwarte stern · Kokmeeuw · Lachstern · Dwergmeeuw · Reuzenstern · Zwartkopmeeuw · Zilvermeeuw · Pontische meeuw · Kleine mantelmeeuw · Visdief