Alle soorten › Steltloperachtigen › Meeuwen en sterns › Zwarte stern
Zwarte stern
Chlidonias niger | Black tern | Fumarel común
De zwarte stern jaagt met dansende, wippende vlucht boven laagveenmoerassen en plassen en pikt insecten van het wateroppervlak. In augustus verzamelen honderden zich boven het IJsselmeer om er te ruien en te rusten.
Geluid
Vrij zwijgzaam buiten de kolonie. De roep is een kort, scherp en enigszins nasaal kik of kjèk, dikwijls in korte reeksen tijdens achtervolgingen. Bij verstoring van de kolonie een aanhoudend, klagend kriejèh. Vooral te horen van mei tot begin juli boven broedplaatsen en soms van nachtelijke trekkers in augustus.
Opname: Jonathon Jongsma — CC BY-SA 4.0 · Wikimedia Commons
Herkenning
In broedkleed roetzwarte kop en onderdelen, leigrijze vleugels, rug en staart, en opvallend witte onderstaartdekveren die als een wit spatje achter het zwarte lichaam zitten. Snavel zwart, poten donkerrood. In winterkleed wit onder met een zwarte halve kap die tot achter het oog doorloopt en, beslissend, een donkere vlek op de borstzijde voor de vleugelbocht. Juveniel met bruingrijs, weinig contrasterend zadel.
Verwarringssoorten
Witvleugelstern in najaarskleed is de klassieke valkuil: die mist de donkere schoudervlek, heeft een witte in plaats van grijze stuit en een kleinere, geïsoleerde oorvlek. Witwangstern is groter, zwaarder gesnaveld en effener wit op het lichaam. Ver weg kan een jagende dwergmeeuw eenzelfde fladderende indruk maken, maar die heeft ronde vleugeltoppen en een lichter voorkomen.
Leefgebied
Voedselrijke laagveenmoerassen, petgaten, oude rivierarmen en ondiepe plassen met drijvende vegetatie, vooral krabbenscheer. Buiten de broedtijd op grote zoete en brakke wateren en langs de kust. Foerageert vliegend, waarbij hij insecten, kleine visjes en kikkervisjes van het wateroppervlak of uit de lucht grijpt zonder onder te duiken.
Verspreiding en trek
Broedt van Iberië en Frankrijk tot ver in Rusland. Nederland heeft met de laagveengebieden van Noordwest-Overijssel, Friesland en de Gelderse Poort een belangrijke West-Europese populatie, grotendeels op kunstmatige nestvlotjes. In Spanje broedt hij schaars in de noordelijke moerassen, maar trekt hij talrijk door langs de Ebrodelta en de Andalusische lagunes.
- Broedvogel (zomer)
- Doortrek
- donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Waar en wanneer kijken
Ga in mei of juni naar een krabbenscheerplas in de vroege ochtend en let op de nestvlotjes. Voor aantallen kun je beter in augustus naar de IJsselmeerkust of het Markermeer gaan, waar in de late namiddag grote groepen boven het water foerageren en op strekdammen en boeien verzamelen.
Staat van instandhouding
In West-Europa in de twintigste eeuw sterk afgenomen door ontwatering, eutrofiëring en het verdwijnen van krabbenscheer; in Nederland stabiliseert de stand dankzij nestvlotjes en herstel van waterkwaliteit. Verstoring van kolonies, golfslag en een tekort aan insecten in het broedseizoen blijven knelpunten, evenals droogte in de Afrikaanse overwinteringsgebieden.
Andere soorten in deze familie
Witwangstern · Witvleugelstern · Kokmeeuw · Lachstern · Dwergmeeuw · Reuzenstern · Zwartkopmeeuw · Zilvermeeuw · Pontische meeuw · Stormmeeuw · Kleine mantelmeeuw · Visdief