Alle soorten › Steltloperachtigen › Meeuwen en sterns › Witwangstern
Witwangstern
Chlidonias hybrida | Whiskered tern | Fumarel cariblanco
De witwangstern is de grootste en meest sternachtige van de drie moerassterns, met een brede vleugel en een krachtige, minder dansende vlucht. Boven waterlelies en rijstvelden pikt hij prooi van het wateroppervlak zonder te duiken.
Geluid
Schor en krassend, in kolonies aanhoudend: een raspend krsjek of kèrrsj, lager en voller dan bij de zwarte stern. Bij verstoring van de kolonie zwelt het geluid aan tot een aanhoudend koor. Vooral te horen van mei tot juli boven broedplaatsen; buiten de kolonie is de soort meestal zwijgzaam.
Opname: Sharadapte — CC BY-SA 4.0 · Wikimedia Commons
Herkenning
In broedkleed donkerleigrijze onderdelen tussen een gitzwarte kap en een opvallend witte wangstreep, met witte onderstaartdekveren, bloedrode snavel en poten. De bovenvleugel is licht zilvergrijs, stuit en staart grijs. In winterkleed wordt hij wit met een gestreepte kruin, een donkere oorvlek en een zwarte snavel; het lichaam blijft schoon wit zonder schoudervlek. Juveniel met bruin gezoomde mantel die contrasteert met grijze vleugels.
Verwarringssoorten
In broedkleed onmiskenbaar, maar in winter- en juveniel kleed sterk op zwarte stern en witvleugelstern lijkend. De witwangstern is groter en zwaarder gebouwd, met een langere, dikkere snavel, breder vleugelvlak en een egaal grijze stuit; hij mist de donkere schoudervlek van de zwarte stern. Op afstand kan hij zelfs voor een kleine visdief worden aangezien.
Leefgebied
Ondiepe, warme zoet- en brakwatermoerassen met veel drijfbladplanten: oude rivierarmen, visvijvers, rijstvelden en verlandende lagunes. De kolonies drijven op waterlelie-, gele plomp- of krabbenscheervelden. Foerageert laag boven het water en boven natte weiden, waar hij libellen, kikkervisjes en waterinsecten van de oppervlakte plukt.
Verspreiding en trek
Zwaartepunt in Zuid- en Oost-Europa; talrijk in Spanje, met grote kolonies in de Ebrodelta, de Albufera van Valencia en de marismas van Doñana. Noordwaarts uitbreidend, met inmiddels regelmatige broedgevallen in Nederland, vooral in de Gelderse en Overijsselse laagveenmoerassen. Overwintert in Afrika ten zuiden van de Sahara en rond de Middellandse Zee.
- Jaarrond
- Broedvogel (zomer)
- Winter
- Doortrek
- Trekrichting
- donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Waar en wanneer kijken
Bezoek in mei en juni een laagveenmoeras of rijstveldcomplex in de vroege ochtend, wanneer de lucht stil is en de vogels laag over de vegetatie jagen. Zoek in Nederland tussen de zwarte sterns bij krabbenscheervelden; een witbuikige moerasstern met rode snavel valt dan direct op.
Staat van instandhouding
Wereldwijd niet bedreigd en in Europa in areaal uitbreidend, mede door de opkomst van rijstteelt en viskwekerijen. Lokaal kwetsbaar voor peilbeheer dat drijvende nesten laat droogvallen of overstromen, en voor het verdwijnen van drijfbladvegetatie door eutrofiëring en karperbezetting. In Nederland nog een zeldzame, sterk beschermde broedvogel.
Andere soorten in deze familie
Witvleugelstern · Zwarte stern · Kokmeeuw · Lachstern · Dwergmeeuw · Reuzenstern · Zwartkopmeeuw · Zilvermeeuw · Pontische meeuw · Stormmeeuw · Kleine mantelmeeuw · Visdief