Alle soorten › Spechtachtigen › Spechten › Syrische bonte specht
Syrische bonte specht | Dendrocopos syriacus
Syrian woodpecker | Pico sirio
De bonte specht van boomgaarden, dorpsranden en stadsparken, van Zuidoost-Europa tot Iran. Hij lijkt sprekend op de grote bonte specht en leeft graag dicht bij mensen, tussen notenbomen, moerbeien en oude hoogstamfruit. In de vorige eeuw is zijn areaal ver naar het noordwesten opgeschoven, tot in Oostenrijk en Polen.
Geluid
De roep is een zacht, wat gedempt kjoek, minder scherp en explosief dan het kik! van de grote bonte specht, bij opwinding uitlopend in een ratelend kwirrr. De roffel duurt merkbaar langer en sterft aan het eind weg, terwijl die van de grote bonte specht kort is en abrupt afbreekt. Van januari tot in april roffelt het mannetje, vaak vanaf een dode boomgaardtak of een paal langs de weg.
Voor deze soort is nog geen vrij gelicentieerde opname beschikbaar.
Herkenning
Even groot als de grote bonte specht, maar met een langere snavel en een opvallend wit, open gezicht. De zwarte baardstreep buigt naar achteren en loopt dood in het wit van de halszijde: er is geen zwarte band naar de nek, zodat wang en hals één doorlopend wit vlak vormen. De onderdelen zijn vuilwit tot beige, bij veel vogels met vage streepjes op de flanken, en de onderstaart is vuilroze in plaats van scharlaken. In de buitenste staartpennen staat weinig of geen wit. Het mannetje heeft een rode nekvlek, het wijfje geen rood, jonge vogels een zwart omzoomd rood petje.
Verwarringssoorten
Grote bonte specht is de vergelijking die telt: bij hem loopt de zwarte baardstreep door tot in de nek en snijdt het witte gezicht in stukken, de onderdelen zijn zuiver wit, de onderstaart scharlaken en de buitenste staartpennen duidelijk wit gebandeerd. Middelste bonte specht heeft bij beide geslachten een rode kruin zonder zwarte omlijsting en een zalmroze onderbuik. Kleine bonte specht is mussengroot met een dwarsgebandeerde rug. Waar de twee grote soorten samen leven komen kruisingen voor; een vogel met een halve baardstreep laat je beter onbenoemd.
Leefgebied
Halfopen, boomrijk cultuurland: hoogstamboomgaarden, notenbomen en moerbeien langs wegen, tuinen, begraafplaatsen, dorpsranden en stadsparken, zuidelijker ook olijfgaarden. Gesloten bos mijdt hij juist. Hij heeft losstaande oude bomen nodig met zacht, aangetast hout om een nesthol in te hakken, en klemt in het najaar noten en pitten in een vaste smidse.
Waar de vogel het meest zit, ingedeeld volgens EUNIS — de Europese standaard voor leefgebieden.
Verspreiding en trek
Van Zuidoost-Europa en Turkije door de Levant en Irak tot de Kaukasus en Iran. Sinds het eind van de negentiende eeuw is het areaal ver naar het noordwesten uitgebreid, over de Balkan, Hongarije, Slowakije, Oostenrijk en Polen; sinds ongeveer 2000 staat die westgrens vrijwel stil in West-Polen, Tsjechië, Oost-Oostenrijk en Slovenië. Nederland heeft hij niet bereikt, en dichterbij dan Oostenrijk komt hij voorlopig niet.
- Jaarrond
- Broedvogel (zomer)
- Winter
- Doortrek
- Trekrichting
- donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Waar en wanneer kijken
Zoek hem niet in het bos maar in het dorp. Loop in maart in Hongarije, Servië, Roemenië of Bulgarije een ochtend door een straat met oude notenbomen, langs een boomgaard of over een begraafplaats, en luister naar het zachte kjoek en naar een roffel die net iets te lang doorloopt. Duikt er een bonte specht op: kijk eerst naar de halszijde, dan onder de staart.
Staat van instandhouding
Niet bedreigd (IUCN: Least Concern) en in het grootste deel van het areaal talrijk. Aan de westrand is de uitbreiding sinds het begin van deze eeuw tot stilstand gekomen en lopen de aantallen plaatselijk terug, waarschijnlijk doordat oude hoogstamboomgaarden en solitaire notenbomen verdwijnen. Het sparen van oude fruit- en notenbomen in en om dorpen is de eenvoudigste maatregel.



