Alle soorten › Zangvogels › Kraaiachtigen › Taigagaai
Taigagaai | Perisoreus infaustus
Siberian jay | Arrendajo funesto
De taigagaai is een onopvallende grijsbruine vogel die vrijwel altijd eerder bij jou is dan jij bij hem. Hij komt zonder geluid door het sparrenbos aangezweefd, gaat op een tak boven je hoofd zitten en blijft daar kijken — en pas als hij zich draait, zie je waar zijn kleur zit: roestrood op de staartzijden, op de vleugelbocht en op de stuit.
Geluid
Meestal zwijgt hij, en juist dat maakt de ontmoeting zo stil. Wie hem hoort, hoort meestal een hoog, klagend en ver dragend kèèèh, dat verrassend veel op een roepende buizerd lijkt, en daarnaast een zacht, keelachtig krruu waarmee de leden van een familiegroep elkaar in het gaan houden. Van dichtbij zingt hij binnensmonds, een lang aaneengeregen mengsel van piepjes, knarsen, fluitjes en trillers, met daartussen imitaties van andere bosvogels. Het hele jaar te horen, maar altijd zachtjes.
Voor deze soort is nog geen vrij gelicentieerde opname beschikbaar.
Herkenning
Een kleine, zachte, rondgevormde kraaiachtige, kleiner dan een gaai en met een korte zwarte snavel. Het lichaam is grijsbruin en effen, met een donkerbruine kap die tot achter het oog doorloopt, een bleker voorhoofd en een vuilwitte tot beige keel; het losse, donzige verenkleed doet hem in de kou nog boller lijken. Het roestrood is het kenmerk: de buitenste staartveren, de stuit, de onderstaartdekveren en een vlek op de vleugelbocht zijn warm roestoranje, en juist bij het opvliegen en draaien lichten die vlakken tegelijk op. De vlucht is licht en geruisloos, met korte glijstukken tussen de stammen door, en het silhouet is dat van een langstaartige, kortvleugelige vogel die zich door dicht bos beweegt.
Verwarringssoorten
In het bos waar hij zit, deelt hij zijn areaal met twee andere kraaiachtigen die niemand met hem verwart als hij eenmaal goed is gezien. De gaai is duidelijk groter en veel bonter: roze lijf, blauw vleugelpaneel, witte stuit tegen een zwarte staart. De notenkraker is even groot als de gaai en chocoladebruin met witte druppels en een witte staartrand. De taigagaai heeft géén tekening: hij is effen grijsbruin, en al zijn kleur zit in het roestrood van staartzijden, vleugelbocht en stuit. Zwarte kraai en roek dienen alleen als maatstaf — die zijn ruim anderhalf keer zo lang en volledig donker. Op een slechte waarneming lijkt hij nog het meest op een grote, langstaartige lijster of een zeer grote mees, en dan is het roestrood in de staart de beslissing.
Leefgebied
Oud, dicht naaldbos van de taiga, bij voorkeur sparrenbos met een gesloten kroondak en veel baardmos aan de takken, en gemengd bos met spar, den en berk. Blijft daar het hele jaar; een taigagaai komt zelden verder dan enkele kilometers van zijn territorium. Eet bessen, zaden, insecten, paddenstoelen en aas, en soms eieren en jonge vogels. Legt de winter door in kleine voorraadjes aan die hij met kleverig speeksel achter schorsschilfers en in bosjes baardmos vastplakt. Leeft in familiegroepen waarin jongen van het vorige jaar bij het volgende nest helpen.
Waar de vogel het meest zit, ingedeeld volgens EUNIS — de Europese standaard voor leefgebieden.
Verspreiding en trek
Broedvogel van de naaldbosgordel van Noorwegen, Zweden en Finland oostwaarts door heel Rusland tot in Oost-Siberië, met uitlopers naar Noord-Mongolië en Noordoost-China. Hij is dus geen Europese soort in de enge zin: het Scandinavische deel is maar de westrand van een areaal dat vrijwel over de hele breedte van Noord-Azië doorloopt. In Zweden en Finland ligt de zuidgrens tegenwoordig noordelijker dan een halve eeuw geleden; in Noorwegen komt hij tot in de binnenlandse dalen. Ten zuiden en westen daarvan komt hij niet voor, ook niet als dwaalgast van betekenis.
- Jaarrond
- Broedvogel (zomer)
- Winter
- Doortrek
- donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Waar en wanneer kijken
Zoek hem in Zweeds of Fins Lapland, en dan het liefst bij een schuilhut, een vuurplaats of een parkeerplaatsje bij een wandelpad in oud sparrenbos: hij is niet schuw en komt uit zichzelf kijken wat je in je hand houdt. Dat maakt hem geen tamme vogel — het zijn wilde taigagaaien die geleerd hebben dat mensen kruimels achterlaten. De mooiste waarneming krijg je door daarna te blijven zitten tot de groep verder trekt, en te kijken hoe de vogels om beurten een stuk brood achter een schorsschilfer wegwerken.
Staat van instandhouding
Wereldwijd niet bedreigd (IUCN: Least Concern) dankzij een zeer groot areaal, maar in het Europese deel gaat het minder goed. In Finland broeden nog veertig- tot tachtigduizend paren en staat de soort op de nationale lijst als gevoelig; in Zuid-Finland en Midden-Zweden is hij van veel plekken verdwenen. De reden is steeds dezelfde: hij heeft oud, gesloten sparrenbos nodig om zich in te verstoppen, en moderne bosbouw met kaalkap en gelijkjarige aanplant laat dat niet over. Waar oude opstanden blijven staan, blijft de vogel ook.

