Alle soortenZangvogelsKraaiachtigen › Blauwe ekster

Blauwe ekster | Cyanopica cooki

Iberian magpie | Rabilargo ibérico

De blauwe ekster is de vogel die iedere reiziger in de Spaanse dehesa als eerste opvalt: een zwarte kap, een roomwitte keel, azuurblauwe vleugels en een lange lichtblauwe staart, en dat alles in luidruchtige troepen die van boom naar boom trekken. Hij leeft nergens anders in Europa dan op het Iberisch schiereiland.

Blauwe ekster (Cyanopica cooki)
Foto: Charles J. Sharp — CC BY-SA 4.0 · Wikimedia Commons

Geluid

Een groep blauwe eksters hoor je eerder dan je hem ziet. Het gewone contactgeluid is een schel, omhoog krullend zjrieee, dat door meerdere vogels tegelijk wordt herhaald zodra de troep zich verplaatst. Daarnaast een korter, metaalachtig kwink-kwink-kwink, vaak ingeleid door één schor krarra, en bij onraad een ratelend alarm waarop de hele groep zich boven de indringer verzamelt. Een echte zang is er niet; het geluid is jaarrond te horen en het luidst in de vroege ochtend bij drinkplaatsen.

Luister: RoepXC431846

Opname: Joost van Bruggen — CC BY-SA 4.0 · Wikimedia Commons

Herkenning

Slanke kraaiachtige van vijfendertig centimeter, waarvan de staart bijna de helft inneemt. De kap is dofzwart en loopt door tot onder het oog en tot in de nek; daaronder steekt een roomwitte keel scherp af. Rug, borst en buik zijn zacht duifgrijs met een roze zweem, de vleugels hemelsblauw met witte buitenranden aan de handpennen, en de lange, trapsgewijze staart is lichtblauw met een lichte punt. Man en vrouw zijn gelijk. Jonge vogels hebben een doffere, bruinzwarte kap met lichte veerranden en een duidelijk kortere staart, wat ze in de zomer forser en gedrongener doet lijken dan ze zijn.

Verwarrings­soorten

Geen. Geen enkele andere Europese vogel draagt een zwarte kap boven een roomkleurige keel met azuurblauwe vleugels en een lange blauwe staart, en de troepen van tien tot zeventig vogels in de dehesa maken de herkenning alleen maar makkelijker. Ter ijking: een ekster is zwart-wit met een groen glanzende staart en veel forser, een gaai is roze-bruin met een wit stuitvlak en een klein blauw vleugelpaneeltje. De Iberische vogels worden sinds 2008 als aparte soort behandeld, eerst door de IOC-lijst en daarna door de andere wereldlijsten, los van de Oost-Aziatische Cyanopica cyanus, waarvan ze door negenduizend kilometer gescheiden zijn; oudere gidsen voeren beide nog onder één naam.

Leefgebied

Halfopen boomlandschap: de dehesa met steeneiken en kurkeiken boven kort gras, verder parasoldennenbossen, olijfgaarden, rivierbegeleidend geboomte, tuinen en stadsparken. Vliegt laag van boom naar boom en foerageert zowel in de kroon als op de grond, op eikels, dennenzaad, insecten, bessen, aas en etensresten van picknickplaatsen. Broedt in losse kolonies met één nest per boom, en jonge vogels uit een eerder jaar helpen geregeld bij het grootbrengen van het broedsel.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld volgens EUNIS — de Europese standaard voor leefgebieden.

Verspreiding en trek

Het zuidwesten en midden van het Iberisch schiereiland: Extremadura, Andalusië, Castilië, en in Portugal vooral de Alentejo en de Algarve. Ontbreekt in het noorden en oosten van Spanje en op de eilanden. Aan de noordrand van het areaal duiken de laatste jaren losse vogels op in Navarra en zelfs in Zuidwest-Frankrijk. In Nederland komt hij niet voor; wat hier als blauwe ekster wordt gemeld, is vrijwel altijd een ontsnapte Aziatische vogel of een verkeerd bekeken gaai.

  • Jaarrond
  • Winter
  • Doortrek
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2024-08-01 – 2026-07-31), geteld per hokje van 0,7° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Waar en wanneer kijken

Ga in Monfragüe of de Sierra de Andújar in het eerste uur na zonsopgang bij een drinkbak of een beekje zitten. De troep komt in ganzenpas achter elkaar aan, elke vogel wacht in de struik tot de vorige klaar is, en je hebt ze twintig minuten lang op tien meter. Verder zijn de picknickplaatsen langs de wegen in Extremadura bijna gegarandeerd: waar broodkruimels liggen, staat binnen een kwartier een blauwe ekster.

Staat van instandhouding

Wereldwijd niet bedreigd (IUCN: Least Concern), maar dat wereldwijd is hier klein: de hele bevolking van de soort zit in Spanje en Portugal, en wat daar met de dehesa gebeurt, bepaalt haar toekomst. De soort is talrijk en breidt zich aan de noordrand licht uit, terwijl het verouderen van de steeneikenweiden zonder aanplant van jonge bomen op de lange duur de grootste zorg is. Plaatselijk sneuvelen vogels nog bij illegale bestrijding die op andere kraaiachtigen is gericht.