Alle soorten › Zangvogels › Buidelmezen › Zwartkopbuidelmees
Zwartkopbuidelmees | Remiz macronyx
Black-headed penduline tit | Pájaro moscón cabecinegro
De zwartkopbuidelmees is de buidelmees van de Kaspische rietvelden: hetzelfde piepkleine, viltige weverspoppetje, maar met een volledig zwarte kop in plaats van een zwart masker. Hij is een van de slechtst onderzochte vogels van Centraal-Azië, en de rand van zijn areaal raakt in de Oeraldelta net het kaartgebied van deze gids.
Geluid
Slecht gedocumenteerd, en dat is voor een vogel die zo dicht bij de buidelmees staat een gemis. Wat er is beschreven en opgenomen komt op hetzelfde neer: een hoog, ijl en licht dalend fluittoontje van het tsiiiuu-type, dat over het riet draagt maar tussen rietzangers makkelijk wegvalt, plus korte tsie-tsie-contactnootjes binnen een groepje. Het mannetje zingt zacht en sissend bij het nest. Wie het rietland afluistert, doet er goed aan elke buidelmeesroep binnen dit gebied serieus te bekijken.
Voor deze soort is nog geen vrij gelicentieerde opname beschikbaar.
Herkenning
Even klein en fijn gebouwd als de buidelmees, met een korte priemsnavel, stevige poten en een naar verhouding lange staart. Bij het volwassen mannetje is de hele kop gitzwart: voorhoofd, kruin, wang, oorstreek en nek, en bij de meeste vogels loopt het zwart door over de keel. Daaronder zit een warm kastanjebruine band over de bovenborst en de mantel, die naar de stuit toe zandkleurig verbleekt; de onderdelen zijn licht zandbruin. Het vrouwtje draagt dezelfde tekening in doffere tinten, met een bruin voorhoofd en een minder scherp begrensde kap. In vers najaarskleed maken lichte veerranden de hele vogel bleker en vager getekend. Jonge vogels missen het zwart en zijn effen zandbruin.
Verwarringssoorten
Vrijwel alleen de buidelmees, en die staat hem in het noorden van het Kaspische gebied ook werkelijk naast de deur. Het verschil zit in de kop: bij de buidelmees een zwart masker over het oog op een lichtgrijze kop, bij deze soort een aaneengesloten zwarte kap zonder grijs eromheen. Let daarbij op dat de Kaspische vorm van de buidelmees zelf al veel zwart in het gezicht heeft, zodat één blik op een half zwarte kop niet genoeg is — je wilt zien hoe ver het zwart over kruin en nek doorloopt. Verder naar het oosten deelt hij het rietland met de witkruinbuidelmees, die aan de bleke kruinvlek tussen het zwart te herkennen is. Overigens voeren AviList en de IOC-lijst hem als aparte soort, terwijl HBW en BirdLife hem sinds december 2020 weer bij de buidelmees onderbrengen.
Leefgebied
Riet-, lisdodde- en biesvelden in ondiep water langs meren, rivieren en oude armen, met tamarisk- en wilgenstruweel op de overgang naar het droge. Het nest hangt niet aan een twijg maar is tussen enkele rietstengels geweven, veertig centimeter tot anderhalve meter boven het water, van reepjes rietblad en plantenpluis; het mannetje doet vrijwel al het bouwwerk. Vijf tot zeven eieren van begin mei tot begin juli, waarschijnlijk twee broedsels, en uitgevlogen jongen in juli en augustus. Buiten de broedtijd zwerft hij door struweel en kleine rietveldjes, ook los van open water.
Waar de vogel het meest zit, ingedeeld volgens EUNIS — de Europese standaard voor leefgebieden.
Verspreiding en trek
Van de Kaspische Zee oostwaarts tot het Zaysanmeer in Kazachstan en zuidwaarts tot in Iran, in verspreide, van elkaar losstaande rietgebieden; in 2023 werd voor het eerst broeden in China vastgesteld. Binnen het kaartgebied van deze gids blijft daar één hoekje van over: de rietvelden van de Oeraldelta bij Atyrau, waar hij van april tot juli geregeld wordt gezien, met daarnaast oude waarnemingen uit de Lenkoranvlakte in Azerbeidzjan. Een eerste geval voor Turkije, een gevangen vogel aan de Aras, werd in 2022 gepubliceerd. Verreweg het grootste deel van zijn areaal ligt dus ten oosten van de kaartrand.
Waar en wanneer kijken
Wie hem wil zien, moet in mei naar de rietkragen van de Oeral bij Atyrau, waar het nog geen dagreis is van de stad naar de delta. Zoek laag: het nest zit tussen de stengels op ooghoogte boven het water en is grijs en viltig als dat van de buidelmees, maar zonder de vrij hangende tuit aan een wilgentak. En bekijk elke buidelmees die je in dit gebied tegenkomt op de kop, want het is precies hier dat de twee soorten elkaar raken.
Staat van instandhouding
Niet beoordeeld (IUCN: Not Evaluated). Dat is geen teken van zorg maar van boekhouding: BirdLife, dat de vogelbeoordelingen voor de Rode Lijst verzorgt, houdt hem sinds 2020 bij de buidelmees, en die staat als geheel op Least Concern. Over de aantallen is weinig bekend; het rietland van de Kaspische en Aralbekkens loopt terug door wateronttrekking, verzilting en rietbranden, en juist de westelijke deelbevolkingen zijn het slechtst onderzocht.


