Alle soortenDuifachtigenDuiven › Barbarijse tortel

Barbarijse tortel | Streptopelia roseogrisea

African Collared Dove | Paloma de collar africana

De barbarijse tortel is geen vogel van de bush maar van de achtertuin: de verwilderde vorm van de tamme lachduif, zandkleurig tot roomwit, met een smalle zwarte halve halsband en een donkerrood oog. Overal waar mensen kooivogels hielden of houden, zitten kleine kolonies losgekomen vogels — in Nieuw-Zeeland rond Northland, Auckland, de Waikato en Hastings, in Australië rond Alice Springs, Darwin en Adelaide. Zijn zachte gekoer klinkt precies als een volière in de open lucht.

Barbarijse tortel (Streptopelia roseogrisea)
Foto: Noodle snacks ( jjharrison89@facebook.com ) — CC BY-SA 3.0 · Wikimedia Commons

Geluid

Een zacht, welluidend gekoer van twee tonen, telkens herhaald: koe-krroe, met de tweede toon langgerekt en rollend. Daarnaast een snel, opgewonden heh-heh-heh dat klinkt als een spottend lachje, meestal wanneer een paartje elkaar begroet of wanneer een vogel landt. Beide geluiden zijn voor veel mensen bekend uit de volière en verraden de soort in een woonwijk meteen.

Voor deze soort is nog geen vrij gelicentieerde opname gevonden; hieronder staat wel waar je op moet letten.

Herkenning

Een tortel van 28 tot 30 centimeter en ongeveer 140 gram. Het kleed is bleek zandkleurig tot roomgeel, het lichtst op kop en hals, met achter in de nek een smalle zwarte halve halsband die aan de bovenkant wit is afgezet. De ondertaart heeft witte punten, het oog is donkerrood en de poten zijn diep roze; jonge vogels zijn doffer, met een geelbruin oog en grijsbruine poten. Omdat de stam een gedomesticeerde kooivogel is, komen ook zuiver witte, roze getinte en bont bruingevlekte vogels voor, en sommige missen de halsband helemaal — een duif in een buitenwijk die 'in geen enkel boek staat' is meestal deze.

Verwarrings­soorten

De parelhalstortel (Spilopelia chinensis) is groter en donkerder en heeft in de nek een zwart veld met witte stippen in plaats van een effen halve band. De palmtortel (Spilopelia senegalensis) is kleiner en roziger en heeft het geschakeerde roodbruine veld op de zíjhals. De rotsduif (Columba livia) is zwaarder gebouwd en korter van staart en varieert net zo sterk in kleur, maar heeft nooit een halve halsband. De soort die wereldwijd de meeste verwarring geeft, de Turkse tortel (Streptopelia decaocto), komt in Australië en Nieuw-Zeeland niet voor — dat scheelt hier veel hoofdbrekens.

Leefgebied

Tuinen, parken, straatbomen, heggen, boerenerven en de randen van dorpen en steden: altijd binnen handbereik van mensen. Hij foerageert op de grond op gemorst graan, zaad en bijgevoerd vogelvoer. In inheems bos of onaangetast struweel komt hij niet; wie hem ver van bebouwing ziet, moet eerst aan een ontsnapte vogel denken.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar hoofdgroep en formatie.

Verspreiding en trek

In Nieuw-Zeeland gevestigd in Northland (Kerikeri, Whangārei), Auckland, de centrale Waikato en rond Hastings in Hawke's Bay, met zwervers elders, onder meer bij Wellington en Christchurch; in de vogelatlas van 1999–2004 werd hij in maar 2,3 procent van de hokken gevonden. In Australië gevestigd in Alice Springs en Darwin, met een kleine maar zichzelf in stand houdende groep in de buitenwijken van Adelaide — in 2009 werden daar 110 vogels in twaalf wijken geteld, met broedgevallen — plus losse broedpogingen in Melbourne en Perth die telkens zijn weggevangen, verspreide waarnemingen in Nieuw-Zuid-Wales sinds 1946 en meldingen uit Karratha. Alle bevolkingen gaan terug op ontsnapte of losgelaten volièrevogels. Het oorspronkelijke wilde areaal ligt in de Sahel, het noorden van de Hoorn van Afrika en zuidwestelijk Arabië.

  • Jaarrond
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
De kaart is een dichtheidsveld en geen ingetekende arealgrens: hij is opgebouwd uit de waarnemingen zelf en houdt zich daarom niet aan staatsgrenzen. De seizoenskleur komt uit de indeling per staat, de kleurdiepte uit de telling van GBIF (2006-2026), geteld per hokje van 0,7° en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Waar en wanneer kijken

Luisteren werkt hier beter dan zoeken: het zachte tweetonige gekoer uit een straatboom in een Nieuw-Zeelandse buitenwijk, of vanaf een caravanpark in Alice Springs, is vrijwel altijd deze duif. Controleer daarna de nek op het smalle zwarte bandje en het oog op de donkerrode kleur. Een duif die wit of bont is en zich nauwelijks laat opjagen, past eveneens.

Staat van instandhouding

Wereldwijd niet bedreigd (LC), zowel voor de wilde Afrikaanse stamvorm als — als huisdier — voor de verwilderde vogels; de vraag hier is dan ook geen bescherming maar beheersing. In Zuid-Australië is loslaten verboden onder de Landscape South Australia Act 2019, en West-Australië rekent de soort tot de categorie 'serious threat', de op een na hoogste risicoklasse: het klimaat past haar, ze zou met inheemse duiven kunnen concurreren, graan kunnen aanpikken en in dorpen overlast geven door geluid en bevuiling. Australische staten ruimen nieuwe kolonies op zodra ze die vinden; in Nieuw-Zeeland geldt ze eenvoudig als ingevoerde en ingeburgerde vogel, zonder bestrijding.

Wetenschappelijke naam

Streptopelia roseogrisea | (Sundevall, 1857)

Sundevall beschreef de wilde Afrikaanse vogel in 1857, in een ander geslacht, zodat auteur en jaartal tussen haakjes staan; het type kwam uit Noordoost-Afrika. roseogrisea is Latijn, van roseus, 'rozekleurig', en griseus, 'grijs', naar het rozegrijze kleed. Het geslacht Streptopelia werd in 1855 ingevoerd door Bonaparte, uit het Griekse streptos, 'halsband, gedraaide ketting', en peleia, 'duif'. De tamme lachduif, lang bekend als Streptopelia risoria (Linnaeus, 1758) — risorius, 'lachend' — is een gedomesticeerde vorm van deze soort; de Internationale Commissie voor Zoölogische Nomenclatuur besliste de kwestie in 2008 (Opinion 2215) in het voordeel van roseogrisea voor de wilde vogel. De Nederlandse naam verwijst naar Barbarije, de oude naam voor de Noord-Afrikaanse kust.