Alle soorten › Zangvogels › Spitsvogels, orgelvogels en verwanten › Grijze klauwierkraai
Grijze klauwierkraai | Strepera versicolor
Grey Currawong | Verdugo cenizo
De grijze klauwierkraai is de klauwierkraai van het zuiden: een grote, valgrijze vogel met een fel geel oog en een zware zwarte snavel, die in mallee (laag, veelstammig eucalyptusstruweel van droog zuidelijk Australië), droog bos en voorstadstuinen van Perth tot Tasmanië opduikt. Ze verschilt per streek zo sterk van kleur en stem dat sommige ondersoorten een eigen Engelse naam dragen — de Tasmaanse vogels heten naar hun metalige klink-roep.
Geluid
De roep is luid en ver dragend, maar anders dan het galmende koera-wong van de bonte klauwierkraai: op het vasteland een krachtig, wat schrapend kar-plonk of prink, op Tasmanië een helder, metalig klink-klink alsof er op staal wordt getikt. Daarnaast klinken hese kraakgeluiden en een hoog, oplopend fluitje. Vogels roepen vaak vanuit de kroon en beantwoorden elkaar over grote afstand.
Opname: Romuald Mikusek — CC BY-NC-SA 4.0 · Wilsons Promontory, South Gippsland Shire, Victoria, Australia · xeno-canto
Herkenning
Een grote, langstaartige vogel van 45 tot 50 centimeter, doffer en grijzer dan de andere klauwierkraaien, al lopen de ondersoorten van asgrijs tot bijna roetzwart. Er is een grote witte vleugelvlek die in de vlucht als een breed venster oplicht, een witte staartpunt en witte onderstaartdekveren — maar géén witte stuit. Het oog is helder geel, de snavel zwaar, zwart en gehaakt.
Verwarringssoorten
De bonte klauwierkraai (Strepera graculina) is zwarter, heeft een witte stuit en wit aan de staartbasis en een kleinere vleugelvlek. De zwarte klauwierkraai (S. fuliginosa) is vrijwel geheel zwart met alleen wit aan de vleugelpunten en de staartpunt; op Tasmanië komen beide soorten naast elkaar voor, en daar is de grijze klauwierkraai te herkennen aan de vale grijze tint, de grotere witte vleugelvlek en de metalige klink-roep. De raven en kraaien (Corvus) hebben een wit oog en missen elk wit in vleugel en staart.
Leefgebied
Mallee, droog eucalyptusbos en open bos, kwongan-heide (soortenrijk heideachtig struweel van zuidwestelijk Australië) en ander struweel van het zuiden, plus aangeplante straatbomen, parken en tuinen aan de rand van steden. Ze foerageert in de kroon, op de grond, in schorsspleten en in de strooisellaag, en is in de winter ook op boerenland en langs wegen te vinden. Op Tasmanië komt ze tot in het natte bos.
Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar hoofdgroep en formatie.
Verspreiding en trek
Zuidelijk Australië, van westelijk Nieuw-Zuid-Wales en Victoria door Zuid-Australië tot het zuidwesten van West-Australië, plus Tasmanië en enkele eilanden; de tropen ontbreken volledig. Zes ondersoorten, met opvallende verschillen in kleur en stem: arguta op Tasmanië, melanoptera in de mallee, plumbea in het westen en halmaturina op Kangaroo Island. Standvogel, met plaatselijke verplaatsingen buiten het broedseizoen.
- Jaarrond
- donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Waar en wanneer kijken
Kijk naar de stuit: grijs of zwart betekent deze soort, wit de bonte klauwierkraai. Let op de grootte van het witte vleugelvenster bij overvliegende vogels — bij de grijze klauwierkraai is het ruim. Laat op Tasmanië de stem beslissen: het heldere metalige klink hoort bij deze soort, het rauwe kar-week-week bij de zwarte klauwierkraai.
Staat van instandhouding
Niet bedreigd (LC) als soort, maar het beeld verschilt sterk per ondersoort. De vogels van het mallee-gebied hebben onder het grootschalig rooien van mallee voor akkerbouw geleden en zijn plaatselijk sterk afgenomen, terwijl de Tasmaanse en zuidwestelijke populaties stabiel lijken. Versnippering van droog bos en het verdwijnen van oude bomen met zware takken zijn de belangrijkste aandachtspunten.
Wetenschappelijke naam
Strepera versicolor | (Latham, 1801)
Latham beschreef de soort in 1801 als Corvus versicolor, bij de kraaien; door de latere verhuizing staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Strepera werd in 1831 ingevoerd door Lesson, naar het Latijnse streperus, 'lawaaierig'. versicolor betekent 'van wisselende kleur' — een treffende naam voor een soort waarvan de ondersoorten van grijs tot bijna zwart lopen.



