Alle soorten › Nachtzwaluwachtigen › Nachtzwaluwen › Horsfields nachtzwaluw
Horsfields nachtzwaluw | Caprimulgus macrurus
Large-tailed Nightjar | Chotacabras macruro
Horsfields nachtzwaluw is de nachtzwaluw van het tropische noorden van Australië, en de enige die je 's avonds gewoon op een tuinpad of een landweg in Darwin kunt tegenkomen. Wie hem niet ziet, hoort hem wel: de hele nacht door klinkt een eentonig, houtachtig geklop dat de soort in heel Azië bijnamen als 'hamervogel' en 'timmerman' heeft opgeleverd.
Geluid
De roep is het kenmerk waaraan hij in het donker met zekerheid te herkennen is: een hard, hol tsjonk ... tsjonk ... tsjonk, ongeveer één noot per seconde, alsof iemand verderop met een bijl tegen een boomstam tikt. Hij houdt die reeks minutenlang vol en begint er meestal mee zodra het licht wegvalt, om er bij het eerste ochtendlicht nog eens mee te komen. In de vlucht klinken zachtere, kwakende noten, en bij het nest sist en blaast hij en spreidt hij de vleugels in een afleidingsdans. Het geklop draagt ver en is 's nachts in het noorden van Australië een van de vaste achtergrondgeluiden.
Voor deze soort is nog geen vrij gelicentieerde opname gevonden; hieronder staat wel waar je op moet letten.
Herkenning
Een middelgrote nachtzwaluw van vijfentwintig tot drieëndertig centimeter, naar verhouding langstaartig — vandaar de Engelse naam. Het kleed is grijsbruin, fijn gemarmerd en gestreept, met een witte vlek op de keel en okergele onderdelen met dwarsbanden. Het mannetje heeft duidelijke witte vlekken op de buitenste handpennen en brede witte punten aan de buitenste staartpennen; bij het vrouwtje zijn die vlekken kleiner en okerkleurig en de staartpunten smaller. Juist die brede witte staarthoeken zijn het beste kenmerk: ze lichten op zodra de vogel opvliegt of draait. Overdag drukt hij zich plat op de bosbodem tussen het blad, waar het kleed hem vrijwel onzichtbaar maakt.
Verwarringssoorten
De baardnachtzwaluw (Eurostopodus mystacalis) is groter en donkerder, heeft grote witte keelvlekken en — beslissend — géén wit in de staart; hij hoort op de oostelijke bergruggen thuis en overlapt alleen in het noordoosten van Queensland. De argusnachtzwaluw (Eurostopodus argus) is bleker en roodbruiner gevlekt, heeft grote witte vensters in de handpennen maar eveneens geen witte staarthoeken, en zit in het droge binnenland. De Australische dwergnachtzwaluw (Aegotheles cristatus) is kleiner, kortvleugeliger en fladdert laag rond boomholten. In alle gevallen beslist de roep meteen: het houtachtige geklop van Horsfields nachtzwaluw lijkt op geen van de andere.
Leefgebied
Bosranden en halfopen terrein in de tropen: moessonbos en vine thicket, mangrove en de zoom erachter, savanne met eucalyptus, rivierbos langs kreken, en verder plantages, erven, tuinen en parken tot in de bebouwde kom van Darwin en Cairns. Hij heeft open, kale grond nodig om overdag op te rusten en te broeden, met bosschages of struiken vlak in de buurt om vanaf te jagen. Gesloten regenwoud zonder open plekken en de droge binnenlanden mijdt hij.
Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar hoofdgroep en formatie.
Verspreiding en trek
Het tropische noorden van Australië: de Kimberley in West-Australië, de Top End van het Noordelijk Territorium met Darwin en Kakadu, en de oostkust van Kaap York zuidwaarts langs de kust van Queensland. Binnen dat gebied is hij standvogel en trekt hij niet weg, al zwerven jonge vogels wat rond. Buiten Australië strekt het areaal zich uit over Nieuw-Guinea en een groot deel van Zuid- en Zuidoost-Azië, maar binnen het kaartvenster van deze gids blijft hij tot de noordelijke kuststrook beperkt. In Nieuw-Zeeland komt hij niet voor.
- Jaarrond
- donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Waar en wanneer kijken
Rijd in de eerste uren na zonsondergang stapvoets over een onverharde weg door moessonbos of langs een mangrovezoom en let op de rode oogweerkaatsing op het wegdek; de vogel laat een auto dicht naderen en vliegt dan met witte staarthoeken weg. Nog eenvoudiger is het luisteren: ga op een erf of een camping in het noorden na donker even stilstaan en het geklop komt vanzelf. In Darwin en omgeving zit hij tot midden in de woonwijken, dus je hoeft er niet ver voor te reizen.
Staat van instandhouding
Niet bedreigd (LC), met een zeer groot areaal van Pakistan tot Australië en binnen Australië geen aanwijzingen voor achteruitgang. Hij past zich goed aan bij de mens en broedt tot in tuinen en op erven, wat hem minder kwetsbaar maakt dan de meeste grondbroeders. De verliezen die er zijn, komen vooral van aanrijdingen op landwegen waar hij op het warme wegdek rust, en van verwilderde katten rond dorpen en kampeerterreinen.
Wetenschappelijke naam
Caprimulgus macrurus | Horsfield, 1821
Thomas Horsfield beschreef de vogel in 1821 als Caprimulgus macrurus, en in dat geslacht staat hij nog steeds, zodat auteur en jaartal zonder haakjes blijven. Horsfield was een Amerikaanse arts en natuuronderzoeker die jarenlang op Java werkte, en de Nederlandse naam eert hem. Het geslacht Caprimulgus werd in 1758 ingevoerd door Linnaeus, uit het Latijnse capra, 'geit', en mulgere, 'melken' — het oude volksgeloof dat nachtzwaluwen 's nachts geiten leegdronken. macrurus is Grieks voor 'langstaartig', van makros en oura, waar ook de Engelse naam naar verwijst. De typelocatie is Java; de Australische vogels horen bij de ondersoort schlegelii.




