Alle soortenZangvogelsMussen › Huismus

Huismus | Passer domesticus

House Sparrow | Gorrión

De huismus is de meest geslaagde en de meest betreurde van alle vogels die in dit deel van de wereld zijn losgelaten. Hij kwam in 1859 in Nieuw-Zeeland aan en in 1863 in Melbourne, gehaald om rupsen uit de gewassen te pikken, en was binnen twintig jaar zelf tot plaag verklaard. Vandaag zit hij van Kaap York tot Campbell Island op elk terras, elk station en elke graanschuur.

Huismus (Passer domesticus)
Foto: Tony Hisgett — CC BY 2.0 · Wikimedia Commons

Geluid

De zang van het mannetje is geen zang maar een herhaald, onmuzikaal tsjilp vanaf een dakgoot of een draad, het hele jaar door en het luidst in het voorjaar. Beide geslachten gebruiken hetzelfde geluid in de gemeenschappelijke slaapstruik, waar tegen zonsondergang tientallen vogels tegelijk kwetteren en het als één ratelende massa klinkt. Bij een kat of een valk klinkt een scherp, hard tsjer-r-r, waarop de hele groep in dekking duikt.

Luister: RoffelXC1179572

Opname: Philippe Grange — CC0 · La Loge (near La Roche-sur-Yon), Vendée, Pays de la Loire, France · xeno-canto

Herkenning

Een gedrongen, kortpotige vogel van veertien tot zestien centimeter met een zware, kegelvormige snavel. Het mannetje heeft een grijze kruin, een kastanjebruine nek, witte wangen en een zwarte slab van kin tot borst, in de zomer het grootst en het zwartst; buiten de broedtijd is die slab door lichte veerranden versluierd en de snavel hoornkleurig in plaats van zwart. Het vrouwtje mist dat alles: grijsbruin, met een bleke wenkbrauwstreep achter het oog, een streperige bruine rug en een lichte vleugelstreep. Jonge vogels lijken op het vrouwtje.

Verwarrings­soorten

De ringmus (Passer montanus), in Australië beperkt tot Victoria en het Riverina-district, heeft een geheel kastanjebruine kruin, een zwarte vlek midden op de witte wang, en man en vrouw zien er hetzelfde uit. De bastaardnachtegaal (Prunella modularis) van de Nieuw-Zeelandse tuin is slanker en heeft een dunne, spitse snavel en een grijze kop. Het vrouwtje van de vink (Fringilla coelebs) heeft twee heldere witte vleugelstrepen en witte buitenste staartpennen.

Leefgebied

Stad en dorp, tuinen, parken, graanakkers, veestallen, silo's, rioolwaterbekkens en vuilstorten — overal waar mensen morsen. Hij nestelt onder dakpannen, achter regenpijpen en in gevelspleten, en waar geen gebouw staat in een holle boom of in een oud nest van een andere vogel. In Nieuw-Zeeland gaat hij een stap verder dan thuis: hij drinkt er nectar uit kowhai en harakeke en draagt daarbij stuifmeel over.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar hoofdgroep en formatie.

Verspreiding en trek

In Australië over vrijwel de hele oostelijke helft, van Tasmanië en Victoria tot Kaap York, en westwaarts tot in het Noordelijk Territorium en Zuid-Australië. West-Australië heeft hem buiten de deur gehouden: elke vogel die daar opduikt wordt gedood, en dat wordt al meer dan een eeuw volgehouden. In Nieuw-Zeeland overal behalve in het hoge gebergte en het gesloten bos, het talrijkst in het noorden en het droge oosten, en verder op Norfolk, de Chathams en met losse gevallen tot op de subantarctische eilanden.

  • Jaarrond
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
De kaart is een dichtheidsveld en geen ingetekende arealgrens: hij is opgebouwd uit de waarnemingen zelf en houdt zich daarom niet aan staatsgrenzen. De seizoenskleur komt uit de indeling per staat, de kleurdiepte uit de telling van GBIF (2006-2026), geteld per hokje van 0,7° en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Waar en wanneer kijken

Kijk in de zomer, van december tot februari, naar de slab van elk zingend mannetje: hoe zwarter en breder, hoe ouder de vogel. Ga tegen zonsondergang bij een dichte heg of klimplant staan waar het lawaai vandaan komt; dat is de gemeenschappelijke slaapplaats, en daar is in één blik te zien hoeveel mussen een straat werkelijk heeft.

Staat van instandhouding

Niet bedreigd (LC) en een van de succesvolste invasieve vogels ter wereld. De schade is echt: in Nieuw-Zeeland kost hij aan tarwe en gerst gemiddeld rond de vijf procent van de oogst, hij plundert fruitknoppen en zaaigoed, hij vervuilt stallen en veevoer, en hij bezet nestholten die inheemse holenbroeders nodig hebben. Uitroeien lukt in het oosten van Australië en in Nieuw-Zeeland niet meer; de grens van West-Australië is het enige dat werkt.

Wetenschappelijke naam

Passer domesticus | (Linnaeus, 1758)

Linnaeus beschreef de vogel in 1758 als Fringilla domestica, bij de vinken; omdat hij later in een ander geslacht kwam, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Passer werd in 1760 ingevoerd door Brisson; het is het gewone Latijnse woord voor mus, terug te voeren op een stam die snelheid en beweeglijkheid aanduidt. domesticus betekent 'van het huis', naar de band met menselijke bebouwing. De typelocatie is Zweden.