Alle soortenGenten en aalscholversGenten › Kaapse jan-van-gent

Kaapse jan-van-gent | Morus capensis

Cape Gannet | Alcatraz de el cabo

De kaapse jan-van-gent broedt op zes eilanden voor Zuid-Afrika en Namibië en is in dit gebied een zeldzame gast. Hij wordt vrijwel altijd tussen Australische jan-van-genten aangetroffen, staand op een nest in een kolonie, en verraadt zich daar door de lange zwarte keelstreep en de geheel zwarte staart.

Kaapse jan-van-gent (Morus capensis)
Foto: Avitopia www.avitopia.net — CC BY-SA 3.0 · Wikimedia Commons

Geluid

In de kolonie roept hij hetzelfde harde, ratelende arrah-arrah-arrah als de Australische jan-van-gent, maar duidelijk lager — ongeveer twee derde octaaf, en dat verschil is met enige oefening hoorbaar tussen de duizenden stemmen van een kolonie door. Buiten de kolonie zwijgt hij. Een enkele vogel tussen Australische verraadt zich soms eerder aan de toonhoogte dan aan het uiterlijk.

Voor deze soort is nog geen vrij gelicentieerde opname gevonden; hieronder staat wel waar je op moet letten.

Herkenning

Een jan-van-gent van negentig centimeter en zo'n tweeëneenhalve kilo, wit met zwarte handpennen en een goudgele kop met een oranje waas, iets groter en zwaarder dan de Australische jan-van-gent. De keelstreep is een lange, onbevederde zwarte streep die tot midden op de keel doorloopt, ongeveer driemaal zo lang als bij de Australische. De staart is geheel zwart, niet alleen in het midden, en ook de armpennen zijn zwart; de iris is wit en de lijnen over poten en tenen zijn helder cyaanblauw. Jonge vogels zijn bruin met witte spikkels en zijn in het veld niet met zekerheid van jonge Australische te scheiden.

Verwarrings­soorten

Dit is bij deze soort het blok dat telt. De Australische jan-van-gent (Morus serrator) heeft een korte keelstreep die niet voorbij de kin komt, witte buitenste staartpennen tegen een zwart middenpaar, een bleekgrijze iris, een meer goudgele en minder oranje kop en een hogere stem. Kruisingen tussen beide soorten komen in de Australasische kolonies voor en vertonen een keelstreep van tussenlengte of een staart met deels wit; noteer daarom alle kenmerken afzonderlijk en laat de keel en de gespreide staart fotograferen voordat je een vogel benoemt. Een vogel die alleen op de kopkleur of op de indruk van grootte wordt gedetermineerd, is niet gedetermineerd.

Leefgebied

Koel, voedselrijk water boven het continentaal plat, waar hij op sardine en ansjovis duikt vanaf tien tot dertig meter hoogte. Broeden gebeurt op vlakke eilandtoppen en guanorotsen, in dichte kolonies waarin de nesten op snavelafstand van elkaar liggen. In dit gebied houdt hij zich op waar de Australische jan-van-genten zijn: op kolonies op kapen en rotseilanden en op de visgronden daaromheen.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar hoofdgroep en formatie.

Verspreiding en trek

Broedt uitsluitend op zes eilanden voor Zuid-Afrika en Namibië, met verreweg de meeste vogels op Bird Island in de Algoabaai; buiten de broedtijd trekken vogels langs beide Afrikaanse kusten tot in Mozambique en de Golf van Guinee. In Nieuw-Zeeland zijn de gevallen zeldzaam en goed gedocumenteerd: een volwassen mannetje verbleef van 1997 tot 2005 in de kolonie van Cape Kidnappers, en in december 2015 zat een vogel op de Farewell Spit. In Australië gaat het eveneens om enkele gevallen, waarvan een vogel bij de jan-van-gentkolonie van Point Danger bij Portland in Victoria, in maart 2018, het bekendste is.

  • Broedvogel (zomer)
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
De kaart is een dichtheidsveld en geen ingetekende arealgrens: hij is opgebouwd uit de waarnemingen zelf en houdt zich daarom niet aan staatsgrenzen. De seizoenskleur komt uit de indeling per staat, de kleurdiepte uit de telling van GBIF (2006-2026), geteld per hokje van 0,7° en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Waar en wanneer kijken

Zoek hem niet op zee maar in een kolonie, in het broedseizoen van september tot februari: Cape Kidnappers en Muriwai in Nieuw-Zeeland, Point Danger en de Lawrence Rocks in Victoria. Werk de zittende vogels rij voor rij af met de telescoop en let alleen op de keel; wacht daarna tot de vogel zijn staart spreidt of opvliegt, want pas dan is te zien of de buitenste staartpennen wit zijn.

Staat van instandhouding

Bedreigd (EN). De wereldpopulatie is in enkele tientallen jaren sterk teruggelopen en concentreert zich nu voor driekwart op één eiland, wat het risico van één olieramp of één ziekte-uitbraak groot maakt. De belangrijkste oorzaak is de ineenstorting van de sardine- en ansjovisbestanden voor de westkust van zuidelijk Afrika; daarnaast eisen olievervuiling, bijvangst achter trawlers en predatie door pelsrobben op de kolonies hun tol.

Wetenschappelijke naam

Morus capensis | (Lichtenstein, 1823)

Lichtenstein beschreef de vogel in 1823 als Dysporus capensis; omdat hij later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Morus werd in 1816 ingevoerd door Vieillot, van het Griekse moros, dwaas, naar de tamheid waarmee broedende jan-van-genten zich lieten vangen. capensis betekent van de Kaap. De typelocatie is Kaap de Goede Hoop, en daaraan ontleent de vogel ook zijn Nederlandse naam.