Alle soortenZangvogelsKraaiachtigen › Roek

Roek | Corvus frugilegus

Rook | Graja

De roek is de enige kraaiachtige die zich in Nieuw-Zeeland heeft weten te vestigen: een Europese vogel, tussen 1862 en 1874 door de acclimatisatiegenootschappen losgelaten en sindsdien nooit meer weggegaan. Het is een zwarte vogel met een kale, grijswitte snavelbasis en een spitse snavel, die in Europa in luidruchtige kolonies broedt maar hier door tientallen jaren van bestrijding stil en uiterst schuw is geworden.

Roek (Corvus frugilegus)
Foto: Hobbyfotowiki — CC0 · Wikimedia Commons

Geluid

De roep is een schor, vlak kaah, herhaald in reeksen van drie of vier, met daarnaast een lager kroh en een knarsend gag; bij het nest klinkt soms een hoog kjoe. In Europa is een roekenkolonie in het voorjaar één aanhoudend rumoer; in Nieuw-Zeeland roepen de vogels veel minder en meestal pas als ze opvliegen, wat het opsporen aanzienlijk moeilijker maakt.

Luister: VluchtroepXC1176592

Opname: Philippe Grange — CC0 · Arrondissement de la Roche-sur-Yon (near La Roche-sur-Yon), Vendée, Pays de la Loire, France · xeno-canto

Herkenning

Een geheel zwarte vogel van vijfenveertig centimeter met paarsblauwe glans, een steile voorhoofdslijn en een spitse, recht toelopende snavel. Bij volwassen vogels is de snavelbasis kaal en grijswit, een kenmerk dat de soort op afstand vastlegt; jonge vogels hebben die kale plek nog niet en zijn daaraan ook doffer te herkennen. De dijveren staan uit als een losse broek. In de vlucht valt de betrekkelijk lange, wigvormige staart op en het smalle handvleugelprofiel.

Verwarrings­soorten

In Nieuw-Zeeland is er geen tweede zwarte kraaiachtige, dus de verwarring loopt via andere vogels: de zwartrugfluitvogel (Gymnorhina tibicen) is zwart met wit op nek en vleugel en veel korter van staart, en de spreeuw (Sturnus vulgaris) is op afstand een derde zo groot met een korte staart en een snelle, roeiende vlucht. Wie uit Australië komt, moet weten dat de Australische kraaiachtigen daar een wit oog hebben; de roek heeft een donker oog.

Leefgebied

Graanakkers, weiland en kort begraasd land waar hij met de spitse snavel in de bodem prikt naar emelten, engerlingen en wormen, en waar in de zomer graan te halen valt. Voor het nest heeft hij hoge bomen nodig: in Nieuw-Zeeland vrijwel altijd een rij oude naaldbomen, populieren of eucalyptus in een windsingel of aan de rand van een bosplantage. Hij komt ook aan de rand van dorpen en op vuilstorten.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar hoofdgroep en formatie.

Verspreiding en trek

Verspreid over Nieuw-Zeeland, met het zwaartepunt in Hawke's Bay en het restant van een tweede kern in Canterbury; de vroege loslatingen bij Nelson en Auckland mislukten. Het areaal is sinds de jaren zeventig sterk gekrompen en bestaat nu vooral uit losse vogels over een groot gebied. De vogel is standvogel: hij verlaat de streek niet, maar zwervende exemplaren duiken tot ver buiten de bekende kernen op, en juist die worden gemeld.

  • Jaarrond
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
De kaart is een dichtheidsveld en geen ingetekende arealgrens: hij is opgebouwd uit de waarnemingen zelf en houdt zich daarom niet aan staatsgrenzen. De seizoenskleur komt uit de indeling per staat, de kleurdiepte uit de telling van GBIF (2006-2026), geteld per hokje van 0,7° en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Waar en wanneer kijken

Zoek hem in het najaar en de winter, van maart tot augustus, op omgeploegd land en pas gemaaid weiland, en houd afstand: in Nieuw-Zeeland vliegt een roek al op tweehonderd meter op. Scan windsingels van hoge naaldbomen op oude nesten, die als donkere kluwens in de kale kroon blijven staan. Kijk altijd naar de snavelbasis; bij zittende vogels is de kale grijswitte vlek het snelst te zien.

Staat van instandhouding

Niet bedreigd (LC) op wereldschaal — de soort is talrijk in Europa en Azië. In Nieuw-Zeeland is de status omgekeerd: de roek staat er te boek als ongewenst organisme, en de regionale raden bestrijden hem stelselmatig. Tussen 1971 en 1985 werden alleen al in Hawke's Bay ongeveer vijftigduizend vogels gedood, en in 2012 vernielde de regionale raad daar zevenhonderd nesten. De aantallen zijn daardoor sterk teruggelopen.

Wetenschappelijke naam

Corvus frugilegus | Linnaeus, 1758

Linnaeus beschreef de soort in 1758 als Corvus frugilegus, en in dat geslacht staat ze nog steeds, zodat auteur en jaartal zonder haakjes blijven. Corvus is het gewone Latijnse woord voor raaf. Het epitheton frugilegus is samengesteld uit frux, frugis, 'veldvrucht, gewas', en legere, 'verzamelen', en betekent dus 'gewas vergarend' — een verwijzing naar het foerageren op akkers, dat de vogel in Europa eeuwenlang zijn slechte naam heeft bezorgd.