Alle soorten › Steltloperachtigen › Vechtkwartels › Roodrugvechtkwartel
Roodrugvechtkwartel | Turnix maculosus
Red-backed Buttonquail | Torillo moteado
De roodrugvechtkwartel is de kleinste vechtkwartel van Australië en een vogel van hoog, ruig gras langs moerassen in het tropische noorden. Zoals bij alle vechtkwartels is het vrouwtje de grootste en de felst getekende: zij roept, zij verovert de mannetjes en zij laat het broeden en het grootbrengen aan hen over. Wie hem wil zien moet meestal genoegen nemen met een vogel die op een meter afstand uit het gras opklapt en vijftig meter verderop weer verdwijnt.
Geluid
Het roepende geslacht is het vrouwtje, en haar geluid is een laag, dreunend oem, telkens herhaald met tussenpozen van een paar seconden en aanzwellend in kracht — een geluid dat in het gras van alle kanten lijkt te komen. Ze roept vooral in de schemering en 's nachts, en het meest in het natte seizoen. Daarnaast klinkt een zachter, koerend koe-koe tussen vogels onderling. Het mannetje is vrijwel stil, en een opvliegende vogel maakt niets anders dan het snorren van de vleugels.
Opname: Tom Tarrant — CC BY-NC-SA 4.0 · Rush Creek, Moreton Bay Region, Queensland, Australia · xeno-canto
Herkenning
Een klein, rond en kortstaartig vogeltje van twaalf tot zestien centimeter, met een geel snaveltje en gele poten en met drie tenen: de achterteen ontbreekt, wat alle vechtkwartels van de echte kwartels scheidt. Het vrouwtje heeft een roodbruine mantel en vleugels met zwarte dwarsbanden en witte spikkels, een grijs gezicht en een oranjebruine borst met zwarte vlekken op de flanken. Het mannetje is doffer, meer geelbruin dan roodbruin, met een blekere snavel en fijnere tekening. In de vlucht vallen de bleke dekveren op tegen de donkere handpennen; de vogel vliegt laag en snorrend, valt na enkele tientallen meters in en rent dan weg. Jonge vogels zijn donkerder dan het mannetje en dichter gespikkeld.
Verwarringssoorten
De kleine vechtkwartel (Turnix velox) is de gewone verwarring in het droge binnenland: veel bleker en zandkleurig, met een wit oog en een witte flankstreep, en hij mijdt het natte gras waar de roodrugvechtkwartel juist zit. De bonte vechtkwartel (T. varius) is groter, grijzer en met parelwitte vlekken bezet, en hoort in droog bos met bladstrooisel. De rosse vechtkwartel (T. castanotus) van het noordwesten is groter en warmer bruin en zit op stenige savannehellingen. De Chinese dwergkwartel (Synoicus chinensis) deelt het natte gras maar is een echte kwartel: donkerder, met een achterteen, en het mannetje met een blauwgrijze borst en een zwart-witte keeltekening.
Leefgebied
Hoog, ruig gras op vochtige bodem: de rand van moerassen en kreken, zeggeland, natte savanne en grasland dat na de regens dichtgroeit. Ook in suikerrietvelden, langs spoor- en wegbermen en in verruigd weiland, mits het gras hoog en dicht genoeg is om in te verdwijnen. Hij mijdt kort gegraasd land, kale grond en gesloten bos. In de droge tijd trekt hij zich terug op de laagste, langst vochtig blijvende stroken.
Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar hoofdgroep en formatie.
Verspreiding en trek
De tropische kustzone van Australië, van de Kimberley in West-Australië door het Noordelijk Territorium en langs de kust van Queensland tot in het noordoosten van Nieuw-Zuid-Wales; buiten de gids ook op de Kleine Soenda-eilanden, in Nieuw-Guinea en op de Filipijnen. Hij is standvogel waar het gras blijft staan en zwerver waar het verbrandt of verdroogt, zodat de bezetting van een terrein per jaar sterk verschilt. Na een nat seizoen duiken vogels op plekken op waar ze jaren niet zijn vastgesteld. Naar Nieuw-Zeeland komt hij niet.
- Jaarrond
- donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Waar en wanneer kijken
Loop in het natte seizoen bij het laatste licht langs de rand van een moerasje in de savanne en luister naar het lage boemen van het vrouwtje; dat is verreweg de betrouwbaarste manier om de soort vast te stellen. Zoek overdag naar de ronde, kale draaikuiltjes in de strooisellaag waar de vogels al scharrelend in het rond hebben gedraaid. Klapt er een vogel op, kijk dan naar de snavel en de poten: geel wijst op deze soort, grijsblauw op de kleine vechtkwartel.
Staat van instandhouding
Niet bedreigd (LC), met een ruim areaal en een grote, verspreide populatie waarvan geen betrouwbare telling bestaat. Aan de zuidoostrand van het verspreidingsgebied zijn kustgraslanden op grote schaal ontgonnen of te zwaar begraasd, en daar is hij plaatselijk zeldzaam geworden. Doordat hij zich alleen bij toeval laat zien en het geluid van het vrouwtje het enige betrouwbare kenmerk op afstand is, staat elke trend voor deze soort op losse schroeven.
Wetenschappelijke naam
Turnix maculosus | (Temminck, 1815)
Temminck beschreef de vogel in 1815 als Hemipodius maculosus; omdat hij later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Turnix werd in 1791 ingevoerd door Bonnaterre en is een verkorting van het Latijnse coturnix, 'kwartel'. maculosus betekent 'gevlekt'. Als typelocatie stond aanvankelijk 'Nieuw-Holland' opgegeven, de oude naam van Australië; dat bleek onjuist en de plaats is later gecorrigeerd tot Timor.



