Alle soorten › Zangvogels › Sprinkhaanzangers › Spinifexzanger
Spinifexzanger | Poodytes carteri
Spinifexbird | Yerbera del spinifex
De spinifexzanger leeft in het stekeligste leefgebied dat Australië te bieden heeft en komt daar bijna nooit uit: een onopvallende bruine vogel met een lange, slap hangende staart, die tussen de Triodia-pollen door rent alsof hij een muis is. Wie hem wil zien, moet in de vroege ochtend een pol beklimmen en wachten tot een mannetje boven op een stengel gaat zitten zingen — daarna is hij weer een uur zoek.
Geluid
De zang bestaat uit korte, tsjilpende zinnetjes die aan een karekiet doen denken maar zachter en haastiger zijn, met een opgewekt tsjwie-tsjwie-tsjer dat over de vlakte niet ver draagt. Als contactroep klinkt een scherp, droog tsjik, vaak herhaald wanneer de vogel door de pollen beweegt. In de winter, in juni en juli, is hij vrijwel zwijgzaam en dan bijna niet vast te stellen.
Voor deze soort is nog geen vrij gelicentieerde opname gevonden; hieronder staat wel waar je op moet letten.
Herkenning
Een slanke, langgerekte zanger van veertien tot zestien centimeter, warm roodbruin op de kruin en goudbruin met donkere streping op rug en vleugels; de onderzijde is vaal beige. De lange, brede staart wordt vrijwel altijd laag gedragen en soms opgezet, en is het eerste wat opvalt. Man en vrouw zijn gelijk. De vlucht is zwak en fladderend: hij stijgt een halve meter boven de pollen uit en ploft er tien meter verder weer in, met de staart nawapperend.
Verwarringssoorten
De grasklimmers van het geslacht Amytornis delen het spinifexland maar dragen de staart rechtop, zijn fijn wit gestreept op kop en rug en hippen met beide poten tegelijk. Cincloramphus mathewsi is korter van staart, heeft een roestbruine stuit en zingt in de vlucht. Poodytes gramineus, de naaste verwant in het geslacht, zit uitsluitend in nat riet en overlapt in droog spinifexland dus niet. Op afstand kan een wegvluchtende spinifexzanger op een muis of een kleine hagedis lijken.
Leefgebied
Uitsluitend oude, dichte pollen van Triodia: het spinifexland van het binnenland, de dalen tussen de rode duinruggen van de zandduinwoestijn, en de spinifex (stekelig, pollenvormend woestijngras van het binnenland) op steenpuin en langs gorges in de bergketens. Hij heeft pollen nodig die groot genoeg zijn om een nest in te bouwen, en verdwijnt daarom na een brand jaren uit een gebied — tot het spinifex weer dicht genoeg is.
Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar hoofdgroep en formatie.
Verspreiding en trek
Alleen het droge binnenland van Australië, van de Pilbara en de Kimberley in West-Australië oostwaarts door het Noordelijk Territorium tot in westelijk Queensland, met uitlopers naar het noordwesten van Nieuw-Zuid-Wales. Buiten Australië komt hij niet voor. Hij trekt niet en zwerft niet: hij blijft zijn leven lang in hetzelfde stuk spinifex, wat de soort na een brand extra kwetsbaar maakt.
- Jaarrond
- donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Waar en wanneer kijken
Zoek een gebied waar het spinifex al vijf tot tien jaar niet gebrand heeft — hoge, ringvormige pollen met een kale kern — en loop er in de vroege ochtend langzaam doorheen. Sta stil zodra je het droge tsjik hoort en wacht: de vogel klimt uit nieuwsgierigheid vaak zelf even boven op een pol. Draag een lange broek; de bladpunten van Triodia gaan door alles heen.
Staat van instandhouding
Niet bedreigd (LC). De soort heeft een enorm areaal en is in geschikt oud spinifex plaatselijk gewoon, maar ze wordt zelden gezien en er zijn geen goede aantalschattingen. Het brandregime is de bepalende factor: te vaak of te grootschalig branden houdt het spinifex jong en maakt hele streken jarenlang onbewoonbaar, terwijl het kleinschalige brandpatroon van traditioneel Aboriginal-landbeheer juist pollen van alle leeftijden naast elkaar oplevert.
Wetenschappelijke naam
Poodytes carteri | (North, 1900)
North beschreef de vogel in 1900 als Eremiornis carteri, in een eigen geslacht dat 'woestijnvogel' betekent, van het Griekse eremia, 'woestijn', en ornis, 'vogel'; omdat de soort inmiddels elders is ondergebracht, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Sinds moleculair onderzoek in 2018 staat ze in Poodytes, een geslacht dat Cabanis in 1851 invoerde uit het Griekse poa, 'gras', en dutes, 'duiker'. carteri eert Thomas Carter, de Engelse veehouder en verzamelaar die bij Point Cloates in West-Australië het type verzamelde.


