Alle soortenSteltloperachtigenMeeuwen, sterns en schaarbekken › Visdiefje

Visdiefje | Sterna hirundo

Common Tern | Charrán común

Het visdiefje is in Australië en Nieuw-Zeeland geen broedvogel maar een zomergast uit het noorden: tussen oktober en april staan groepjes op zandbanken en havenhoofden, meestal tussen veel grotere grote kuifsterns. De vogels die hier aankomen horen vrijwel allemaal tot de oostelijke ondersoort longipennis uit Noordoost-Azië, en die heeft een zwarte snavel en donkere poten in plaats van het oranjerood dat op Europese platen staat. Wie hier op een rode snavel wacht, wacht tevergeefs.

Visdiefje (Sterna hirundo)
Foto: Charles J. Sharp — CC BY-SA 4.0 · Wikimedia Commons

Geluid

Op de slaapplaats blijft hij meestal stil, maar bij opvliegen klinkt een hard, omlaagglijdend kier-jah met de klemtoon voorop — hetzelfde alarm waarmee hij in het noorden zijn kolonie verdedigt. Tussen vogels onderling gaat een kort, droog kip kip kip heen en weer, vooral als een groep van de ene zandbank naar de andere verkast. Zijn stem is voller en lager dan die van de noordse stern. In dit gebied hoor je hem vooral 's ochtends vroeg boven een estuarium, en zelden lang achtereen.

Voor deze soort is nog geen vrij gelicentieerde opname gevonden; hieronder staat wel waar je op moet letten.

Herkenning

Een middelgrote stern van ruim dertig centimeter, lichtgrijs boven en wit tot zeer licht grijs onder, met een diep gevorkte staart die in rust tot aan de vleugelpunten reikt maar er niet voorbij steekt. In het kleed waarin je hem hier vrijwel altijd ziet — het niet-broedkleed — is het voorhoofd wit, ligt het zwart alleen nog als een kap over achterhoofd en nek, is de snavel zwart en loopt er een duidelijke donkere schouderstreep over de vleugelboeg. In vlucht verdonkeren de buitenste handpennen tot een brede, vaag begrensde wig in de vleugelpunt, die naarmate het kleed slijt steeds opvallender wordt. De poten zijn kort maar niet extreem kort: de loopbeenlengte van 19,5 mm is ruim een zesde meer dan bij de noordse stern, en dat zie je aan een staande vogel.

Verwarrings­soorten

De noordse stern (Sterna paradisaea) is de lastigste: die staat op zichtbaar kortere poten, heeft staartslierten die in rust voorbij de vleugelpunten steken, een van onderen doorschijnende hand met een smalle, scherp afgetekende zwarte achterrand, en mist de donkere schouderstreep. De tara-stern (S. striata) is een maat groter, veel witter, en heeft een lange geheel zwarte snavel; in Nieuw-Zeeland is zij de standaardstern en het visdiefje de uitzondering. De zwartnekstern (S. sumatrana) van de koraaleilanden heeft juist een witte kruin met een zwarte nekband. Dougalls stern (S. dougallii) is bleker, met lange witte staartlinten en een stijvere, ondiepere vleugelslag. De grote kuifstern (Thalasseus bergii) waartussen hij meestal staat, is met zijn gele snavel en ruige kuif het maatlatje: het visdiefje komt niet verder dan zijn schouder.

Leefgebied

Wadplaten, zandbanken en slikken in estuaria en ondiepe baaien, met daarnaast havendammen, strandhoofden en pieren als slaapplaats. Hij jaagt biddend boven ondiep kustwater, in de branding en boven scholen kleine vis vlak buiten de golfbreking, en volgt daarbij graag een getijstroom bij een riviermond. Ver op open zee komt hij in dit gebied zelden; het is een vogel van de kustlijn en de eerste kilometers daarbuiten.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar hoofdgroep en formatie.

Verspreiding en trek

Van oktober tot april langs de oost- en zuidkust van Australië, het talrijkst in Nieuw-Zuid-Wales, Victoria, Tasmanië en Zuid-Australië, met doortrek langs de Queenslandse kust en de Straat Torres. In Nieuw-Zeeland is hij schaars maar jaarlijks, vooral in de Firth of Thames en de havens van Manukau en Kaipara. Hij broedt nergens binnen het kaartvenster: alle vogels hier komen uit Siberië, Mongolië en Noordoost-China en keren in het zuidelijke najaar terug.

  • Jaarrond
  • Broedvogel (zomer)
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
De kaart is een dichtheidsveld en geen ingetekende arealgrens: hij is opgebouwd uit de waarnemingen zelf en houdt zich daarom niet aan staatsgrenzen. De seizoenskleur komt uit de indeling per staat, de kleurdiepte uit de telling van GBIF (2006-2026), geteld per hokje van 0,7° en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Waar en wanneer kijken

Loop bij laagwater een slaapplaats van grote kuifsterns af en zoek de kleinere, slankere vogels ertussen; een visdiefje verraadt zich door de donkere schouderstreep en de zwarte snavel. Februari en maart zijn de beste maanden, want dan zijn de aantallen het hoogst en beginnen de eerste vogels aan hun voorjaarsrui, waarbij het zwart weer naar het voorhoofd kruipt. Kijk bij elke opvliegende groep naar de vleugelpunt: een brede, vaag begrensde donkere wig is zijn handtekening.

Staat van instandhouding

Niet bedreigd (LC): wereldwijd gaat het om miljoenen vogels, en de soort broedt over bijna het hele noordelijk halfrond. Binnen dit kaartvenster valt er niets te beschermen aan nesten, maar wel aan slaapplaatsen: een groep die op een zandbank of een strandhoofd telkens wordt opgejaagd door honden, quads of boten verliest de rust die ze na een reis van tienduizend kilometer nodig heeft. Daarnaast raakt de soort, net als andere sterns, verstrikt in vislijn en verslikt zich in plastic.

Wetenschappelijke naam

Sterna hirundo | Linnaeus, 1758

Linnaeus beschreef de soort in 1758 als Sterna hirundo, en omdat ze nog in datzelfde geslacht staat, gaan auteur en jaartal zonder haakjes. Sterna gaat terug op het Oudengelse stearn, een woord voor stern dat al rond het jaar duizend in het gedicht The Seafarer staat. hirundo is het Latijn voor zwaluw, naar de gevorkte staart en de lichte vlucht. De typelocatie is Europa, later beperkt tot Zweden. De vogels van dit gebied horen tot de ondersoort longipennis, in 1835 beschreven door Nordmann; longipennis betekent 'langvleugelig'. De Nederlandse naam zegt wat de vogel doet: hij steelt vis uit het water, en het verkleinwoord onderscheidt hem van de grotere sterns.