Alle soorten › Pelikaanachtigen › Reigers › Amerikaanse blauwe reiger

Amerikaanse blauwe reiger | Ardea herodias

Great Blue Heron | Garza azulada

De Amerikaanse blauwe reiger is de grootste reiger van Noord-Amerika: een blauwgrijze vogel die rechtop en roerloos aan elke oever kan staan wachten tot een vis binnen bereik zwemt. Met de hals in een S-bocht opgevouwen en de lange gele snavel als speer klaar, is hij op elk stuk water op het continent te vinden. In het uiterste zuiden van Florida komt bovendien een geheel witte vorm voor die lang als aparte soort gold.

Amerikaanse blauwe reiger (Ardea herodias)
Foto: Ligocsicnarf89 — CC BY 4.0 · Wikimedia Commons

Geluid

Meestal een zwijgzame vogel, maar wie hem opschrikt hoort een schor, ver dragend fraank terwijl hij met trage vleugelslagen wegvliegt. Bij de broedkolonie is het geluid anders: een aanhoudend geschreeuw en geklepper met de snavel wanneer partners elkaar bij het nest aflossen. Jongen bedelen met een schril, aanhoudend gekrijs dat een drukke kolonie al van ver hoorbaar maakt.

Luister: Nachtelijke vluchtroepXC1106672

Opname: Jeff Stewart — CC BY-NC-SA 4.0 · Cavan-Monaghan (near Millbrook), Peterborough County, Ontario, Canada · xeno-canto

Herkenning

Een lange, slanke reiger met blauwgrijs verenkleed, een witte kop met een zwarte wenkbrauwstreep die in lange sierveren over de nek uitloopt, en een zware gele snavel die in het broedseizoen oranje kleurt. De hals wordt in vlucht in een S opgevouwen, met de poten ver achter de staart uitgestrekt — een silhouet waaraan hij op grote afstand te herkennen is. Jonge vogels zijn doffer, met een grijze in plaats van witte kop en zonder de lange sierveren. In het zuiden van Florida komt een zuiver witte vorm voor, met gele in plaats van zwarte poten.

Verwarrings­soorten

De Canadese kraanvogel vliegt met de hals gestrekt in plaats van opgevouwen en heeft een veel korter, zwaarder lichaam. De grote zilverreiger is geheel wit en aanmerkelijk lichter gebouwd, met zwarte in plaats van geelgroene poten — het belangrijkste onderscheid met de witte vorm van de Amerikaanse blauwe reiger, die verder een zwaardere snavel en grotere lichaamsbouw heeft. Van verre wordt de soort weleens verward met een grote roofvogel op een tak, tot hij zich beweegt en de lange hals ontvouwt.

Leefgebied

Vrijwel elk zoet, brak of zout water met voldoende ondiepte om te kunnen waden: moerassen, meeroevers, rivieroevers, kwelders, estuaria en getijdenslikken. Hij jaagt ook op droog land, op akkers en weiland, op muizen en andere kleine dieren. Voor de nestkolonie zoekt hij hoge bomen boven of dicht bij water, bij voorkeur op eilanden of in moeras waar roofdieren moeilijk bij kunnen. Enkel volledig bevroren of gesloten wateren mijdt hij.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld volgens de USNVC — de vegetatie-indeling van de Verenigde Staten en Canada — en CMECS voor zee en kust.

Verspreiding en trek

Broedt van Alaska en het zuiden van Canada tot in Mexico en de Caraïben, en is over vrijwel het hele areaal ten zuiden van de grens met Canada standvogel. Vogels uit het noorden van het areaal en het binnenland van Canada trekken in de winter naar de zuidelijke Verenigde Staten en Mexico, waar ze zich bij de blijvers voegen. De soort heeft van de aanleg van visvijvers en stedelijk groen duidelijk geprofiteerd en is in de afgelopen decennia ook in stadsparken gaan broeden.

  • Jaarrond
  • Broedvogel (zomer)
  • Winter
  • Doortrek
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
De kaart is een dichtheidsveld en geen ingetekende arealgrens: hij is opgebouwd uit de waarnemingen zelf en houdt zich daarom niet aan staats- of landsgrenzen. Zowel de seizoenskleur als de kleurdiepte komt per hokje uit de tellingen van GBIF (2006–2026), geteld per hokje van 0,7° en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. Elk hokje wordt afzonderlijk in juni–juli, december–januari en de trekmaanden geteld, en krijgt de kleur van het seizoen dat er wint; een hokje heet pas broedvogel of wintervogel als het andere seizoen er bijna leeg is. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Waar en wanneer kijken

Zoek hem bij zonsopgang of -ondergang aan de rand van vrijwel elk water: hij staat dan roerloos te wachten, vaak minutenlang zonder te bewegen, tot een vis dichtbij genoeg komt voor een snelle uitval met de snavel. Broedkolonies, soms tientallen nesten in dezelfde boomgroep, verraden zich in het vroege voorjaar door het lawaai van roepende en klepperende vogels.

Staat van instandhouding

Wijdverbreid en talrijk, met een populatie die zich de laatste decennia stabiel of licht toenemend toont. Net als andere reigers leed de soort in het midden van de twintigste eeuw onder verontreiniging met bestrijdingsmiddelen; verlies van moeras- en oeverhabitat blijft de belangrijkste zorg.

Wetenschappelijke naam

Ardea herodias | Linnaeus, 1758

Linnaeus beschreef de soort in 1758 als Ardea Herodias, in hetzelfde geslacht waarin ze nog altijd staat, zodat auteur en jaartal zonder haakjes blijven. Ardea is klassiek Latijn voor 'reiger'; herodias komt van het Griekse erōdios, eveneens 'reiger', zodat de wetenschappelijke naam letterlijk 'reiger-reiger' betekent. De typelocatie werd aanvankelijk vaag als 'Amerika' opgegeven, later gepreciseerd tot de omgeving van Hudsonbaai, naar een beschrijving van de natuuronderzoeker Edwards.