Alle soorten › Futen › Futen › Amerikaanse dodaars
Amerikaanse dodaars | Tachybaptus dominicus
Least Grebe | Zambullidor Menor
De Amerikaanse dodaars is de kleinste fuut van Noord-Amerika, een piepklein, donker duikertje met een fel goudgeel oog dat zich zelden ver van dichtbegroeide, ondiepe poelen waagt. In de Verenigde Staten bereikt hij nog maar net de zuidpunt van Texas; zuidwaarts, door heel Mexico, Midden-Amerika en een groot deel van Zuid-Amerika, is hij juist een van de gewoonste watervogels.
Geluid
Het meest gehoorde geluid is een snel, ratelend trillertje dat mannetje en vrouwtje vaak als duet ten gehore brengen, kort en hoog van toon. Tijdens de balts laat het mannetje een luide, schelle gemp horen terwijl hij met opgezette kop en opgeblazen flankveren voor het vrouwtje pronkt. Verder is hij een stil vogeltje dat zich vaker verraadt door een korte duik onder het kroos dan door geluid. Het duet wordt het hele jaar door gebruikt om het kleine territorium tegen soortgenoten af te bakenen.
Opname: Manuel Grosselet — CC BY-NC-SA 4.0 · Güendulain, Rojas de Cuauhtémoc, Oaxaca, Mexico · xeno-canto
Herkenning
Een klein, gedrongen watervogeltje met een slanke hals, een dun spits snaveltje en een goudgeel oog. In broedkleed is hij vrijwel egaal donker, staalgrijs met een paarsachtige glans op kop en hals en een zwarter keelveld, met af en toe een klein wit donsje bij de stuit zichtbaar. Buiten het broedseizoen is hij doffer en bruinachtiger, met een lichtere, geelachtige snavel en een witte keel. Jonge vogels lijken op de winterse volwassen vogel maar tonen vage lichte strepen op de kop. Hij ligt laag in het water zonder zichtbare staart, en duikt bij het minste gevaar geruisloos onder in plaats van op te vliegen.
Verwarringssoorten
De dikbekfuut (Podilymbus podiceps), die in het uiterste zuiden van Texas dezelfde poelen kan delen, is aanzienlijk groter en zwaarder gebouwd, met een dikke, ivoorkleurige snavel in plaats van het dunne, spitse snaveltje van de Amerikaanse dodaars, en mist het goudgele oog. Waar de twee samen voorkomen, is de Amerikaanse dodaars altijd de kleinere, donkerdere vogel die eerder wegduikt dan wegzwemt. Van de geoorde fuut en de kuifduiker, die in dezelfde regio als wintergast opduiken, onderscheidt hij zich door zijn veel kleinere formaat en het ontbreken van elke lichte wenkbrauw- of kuiftekening.
Leefgebied
Hij zoekt kleine, ondiepe, met waterplanten dichtgegroeide plassen, oxbowmeren — in Texas resacas genoemd —, rioolwaterzuiveringsvijvers en langzaam stromende sloten, met genoeg open water om te duiken en genoeg dekking om zich in terug te trekken. Grote, open meren zonder oeverbegroeiing en snelstromend water mijdt hij. Zelfs een tijdelijke plas die na regen is ontstaan, kan hem al aantrekken. Zuidwaarts in de tropen gaat hij ook in brakke kustlagunes en mangrovekreken.
Waar de vogel het meest zit, ingedeeld volgens de USNVC — de vegetatie-indeling van de Verenigde Staten en Canada — en CMECS voor zee en kust.
Verspreiding en trek
In de Verenigde Staten broedt de Amerikaanse dodaars vrijwel uitsluitend in het dal van de Beneden-Rio Grande in het uiterste zuiden van Texas, waar hij het hele jaar aanwezig is; noordelijker en westelijker, tot in het zuidoosten van Arizona, Louisiana en Californië, duikt hij slechts sporadisch op zonder er te broeden. Vanaf Mexico zuidwaarts is hij standvogel door vrijwel heel Midden-Amerika, het Caraïbisch gebied en Zuid-Amerika tot in Argentinië. Hij trekt niet, maar zwerft buiten het broedseizoen wel over korte afstand naar nieuw ontstane wateren.
- Jaarrond
- Broedvogel (zomer)
- Winter
- Doortrek
- donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Waar en wanneer kijken
Zoek hem in de resacas en waterzuiveringsvijvers rond Brownsville en het Rio Grande-dal in het uiterste zuiden van Texas, waar hij het hele jaar aanwezig is; scan de rand van het kroos en let op het goudgele oog voordat de vogel wegduikt. Op de meeste andere plekken in de Verenigde Staten is een waarneming vooral geluk — een zwervende vogel op een kleine plas na een natte periode.
Staat van instandhouding
Wereldwijd niet bedreigd (LC) en over grote delen van zijn areaal een van de gewoonste futen; de wereldpopulatie wordt op ruim een half miljoen vogels geschat. In de Verenigde Staten blijft hij beperkt tot een klein deel van Texas en is hij er gevoelig voor het droogvallen en verontreinigen van kleine wetlands. Elders in zijn areaal profiteert hij plaatselijk zelfs van door mensen aangelegde vijvers en zuiveringswateren.
Wetenschappelijke naam
Tachybaptus dominicus | (Linnaeus, 1766)
Linnaeus beschreef de soort in 1766 als Colymbus dominicus, in het toenmalige geslacht van de duikers; omdat ze sindsdien in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Tachybaptus is Grieks voor 'snelle duiker', naar het gemak waarmee deze futen onder water verdwijnen. De soortnaam dominicus verwijst naar Santo Domingo, de typelocatie op het eiland Hispaniola waar het eerste exemplaar vandaan kwam.



