Alle soortenFlamingo'sFlamingo's › Rode flamingo

Rode flamingo | Phoenicopterus ruber

American Flamingo | Flamenco del Caribe

De rode flamingo is de felst gekleurde van alle flamingo's: vermiljoen tot dieproze, met zwarte slagpennen die pas in de vlucht te zien zijn. Hij is de enige flamingo die in het wild in Noord-Amerika voorkomt, met broedkolonies in Yucatán, op Cuba en op de Bahama's. In Florida is hij na een eeuw afwezigheid teruggekeerd, en juist daar is de vraag wat een wilde en wat een ontsnapte vogel is het scherpst.

Rode flamingo (Phoenicopterus ruber)
Foto: Charles J. Sharp — CC BY-SA 4.0 · Wikimedia Commons

Geluid

Een kolonie klinkt als een weiland vol ganzen: een aanhoudend, nasaal geschetter van honderden vogels tegelijk, dat kilometers ver draagt. In de vlucht roepen groepen elkaar toe met een laag, tweelettergrepig ka-ha, waarmee ouders en jongen elkaar in het gedrang terugvinden. Foeragerende vogels grommen zacht en aanhoudend terwijl ze de snavel door het slik trekken. Op afstand is het geluid vaak het eerste teken dat er achter een mangrovegordel een groep zit.

Luister: RoepXC737280

Opname: Justin Watts — CC BY-SA 4.0 · Celestun, Yucatan, Mexico · xeno-canto

Herkenning

Volwassen vogels zijn over het hele lichaam roze tot vermiljoenrood, met bloedrode vleugeldekveren en zwarte slag- en handpennen die alleen bij open vleugel te zien zijn. De snavel is roze met een wit deel en een zwarte punt en lijkt halverwege geknikt; poten en zwemvliezen zijn roze. Jonge vogels zijn grijsbruin en vuilwit met een grijze snavel en donkere poten, en doen er twee tot drie jaar over om de kleur van de ouders te krijgen; de kleurstoffen komen uit de kreeftachtigen en algen die ze eten. In de vlucht is de vorm onmiskenbaar: hals en poten volledig gestrekt, de hals iets doorhangend, met snelle vleugelslagen en zonder glijden, in lange linies of ijle V's. Foeragerend loopt hij traag met de kop ondersteboven onder water, zodat de bovensnavel onderaan zit, en zeeft hij het slik met de lamellen langs de snavelrand.

Verwarrings­soorten

In parken en dierentuinen van Noord-Amerika zitten vooral twee andere soorten, en een losgebroken vogel is dan ook eerder een van die twee dan een dwaalgast: de Europese flamingo (Phoenicopterus roseus) is groter en veel bleker, wittig roze met een lichtroze snavel, en de Chileense flamingo heeft grijze poten met opvallend rode knieën en een snavel die voor meer dan de helft zwart is. De rode lepelaar is in Florida het meest gemaakte misverstand: even roze, maar veel kleiner, met een korte hals en een platte lepelsnavel. Kijk verder naar de poten: een ring, een kleurmerk of geknipte slagpennen wijzen op een vogel uit een collectie.

Leefgebied

Ondiep, zeer zout of brak water: lagunes, zoutpannen, getijdenslikken, baaien achter mangrovegordels en de randen van zoutmeren. Hij heeft water nodig waarin hij kan waden en dat dicht bezet is met kleine kreeftachtigen, wormen, weekdieren en algen. Broeden doet hij op kale modderbanken en eilandjes waar geen roofdier bij kan, in dichte kolonies van soms tienduizenden paren, elk op een afgeplatte kegel van modder met één ei erop. Diep of stromend water en dichte begroeiing gebruikt hij niet.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld volgens de USNVC — de vegetatie-indeling van de Verenigde Staten en Canada — en CMECS voor zee en kust.

Verspreiding en trek

Het broedgebied ligt in het Caribisch gebied: de grote kolonies zitten in Yucatán bij Ría Lagartos en Celestún, op Cuba, op Great Inagua op de Bahama's, op Bonaire en langs de kust van Venezuela, met een klein afgezonderd bestand op de Galápagos. Niet-broedende vogels verblijven het hele jaar op de Turks- en Caicoseilanden, waar ruim 5.300 vogels zijn geteld, en verder op Hispaniola, Curaçao en in Zuid-Florida. In Florida zaten in de negentiende eeuw duizenden vogels in Florida Bay; door de verenhandel waren ze rond 1900 verdwenen, en pas vanaf de jaren negentig keerden groepen van enkele tientallen terug. Dat die vogels wild zijn en niet ontsnapt, blijkt uit een geringde vogel uit Ría Lagartos die in 2002 in Florida opdook, en uit onderzoek dat in 2018 vaststelde dat de aanname 'het zullen wel parkvogels zijn' nauwelijks op bewijs steunde. Broeden doen ze in Florida vooralsnog niet.

  • Jaarrond
  • Broedvogel (zomer)
  • Winter
  • Doortrek
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
De kaart is een dichtheidsveld en geen ingetekende arealgrens: hij is opgebouwd uit de waarnemingen zelf en houdt zich daarom niet aan staats- of landsgrenzen. Zowel de seizoenskleur als de kleurdiepte komt per hokje uit de tellingen van GBIF (2006–2026), geteld per hokje van 0,7° en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. Elk hokje wordt afzonderlijk in juni–juli, december–januari en de trekmaanden geteld, en krijgt de kleur van het seizoen dat er wint; een hokje heet pas broedvogel of wintervogel als het andere seizoen er bijna leeg is. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Waar en wanneer kijken

In Florida zijn Florida Bay en de slikplaten bij Snake Bight de vaste plek; kijk er met telescoop vanaf de kust of vanuit een boot, want de vogels staan ver uit de kant. Ga niet op kleur af maar op gedrag en gezelschap: een groep die in ondiep zout water foerageert en 's avonds gezamenlijk opvliegt, is bijna altijd wild, terwijl een enkele vogel in een vijver in het binnenland vaak uit een collectie komt. Wie zeker wil zijn, zoekt de poten af op ringen — en in Yucatán of op Great Inagua is de soort met duizenden tegelijk te zien en is die vraag helemaal niet aan de orde.

Staat van instandhouding

De wereldbevolking wordt geschat op 260.000 tot 330.000 volwassen vogels en neemt toe. De klap kwam van de verenhandel, die in de negentiende eeuw hele kolonies wegvaagde; de bescherming die na 1918 in de Verenigde Staten van kracht werd, en later ook elders, maakte herstel mogelijk. Wat nu telt is rust op de kolonies: verstoring, aanleg van zoutwinning en kustbebouwing, en orkanen die op het verkeerde moment over een broedkolonie trekken. Na orkaan Idalia in augustus 2023 werden 300 tot 400 vogels tot in Wisconsin en Pennsylvania verwaaid; een deel bleef in Florida hangen, en in juli 2025 stond er een groep van 125 in Florida Bay.

Wetenschappelijke naam

Phoenicopterus ruber | Linnaeus, 1758

Linnaeus beschreef de soort in 1758 als Phoenicopterus ruber; auteur en jaartal staan zonder haakjes, want ze staat nog in het geslacht dat hij er in hetzelfde werk voor maakte. Phoenicopterus komt van het Griekse phoinikopteros 'roodvleugelig', uit phoinix 'purperrood' en pteron 'vleugel'. ruber is Latijn voor 'rood'. Als vindplaats schreef Linnaeus 'Africa, America, rarius in Europa', omdat hij de flamingo's van de Oude en de Nieuwe Wereld nog voor één soort hield; de typelocatie is later beperkt tot West-Indië.