Alle soorten › Genten en aalscholvers › Fregatvogels › Amerikaanse fregatvogel

Amerikaanse fregatvogel | Fregata magnificens

Magnificent Frigatebird | Fragata magnífica

De Amerikaanse fregatvogel hangt met ruim twee meter spanwijdte boven een tropische kust zonder ook maar een vleugelslag te maken, en is aan zijn diep gevorkte staart en scherp geknikte vleugels van kilometers ver te herkennen. Het mannetje blaast in de balts een vuurrode keelzak op tot een ballon zo groot als zijn eigen kop. Hij is de grootste en veruit de talrijkste fregatvogel van Amerika, en de enige die in de Verenigde Staten broedt.

Amerikaanse fregatvogel (Fregata magnificens)
Foto: Charles J. Sharp — CC BY-SA 4.0 · Wikimedia Commons

Geluid

Boven zee is hij stil; zelfs bij een achtervolging hoor je niets. In de kolonie is dat anders: baltsende mannetjes laten met opgeblazen keelzak een snel, hol getrommel horen, een ratelend rrrrr-rrrrr dat door de gespannen huid wordt versterkt, en klepperen daarbij met de snavel. Vrouwtjes geven een kort, schor gekras. De jongen bedelen met een doordringend, klagend gekrijs dat maandenlang boven de mangrove uit klinkt.

Luister: ZangXC190198

Opname: Leonardo Ordóñez-Delgado — CC BY-NC-SA 4.0 · Isla de los Pájaros, El Morro, Guayas, Ecuador · xeno-canto

Herkenning

Een grote, geheel donkere zeevogel met lange, smalle vleugels die in de pols scherp naar achteren knikken, een lange haaksnavel en een diep gevorkte staart die in de zweefvlucht meestal gesloten wordt gehouden en er dan als één punt uitziet. Het mannetje is zwart met een paarse glans en draagt een rode keelzak die buiten de balts als een slappe lap onder de snavel hangt. Het vrouwtje is groter, met een witte borst die scherp tegen de zwarte kop afsteekt, en heeft een blauwe oogring. Jonge vogels hebben een geheel witte kop en borst en doen er vier tot zes jaar over voor ze het kleed van de volwassen vogel bereiken. Het lichaam weegt bij die spanwijdte nauwelijks anderhalve kilo, en dat is aan het zweven te zien: de vogel draait op de kleinste thermiekbel.

Verwarrings­soorten

Binnen het gebied is verwarring met een andere fregatvogel zeldzaam maar niet uitgesloten: de grote fregatvogel (Fregata minor) en de kleine fregatvogel (F. ariel) duiken bij hoge uitzondering in de Caraïben en voor Californië op. Bij het vrouwtje zit het verschil in de keel en het oog: bij de Amerikaanse fregatvogel is de keel zwart en de oogring blauw, bij de grote fregatvogel is de keel grijs en de oogring rood. Volwassen mannetjes van de grote fregatvogel tonen een lichte band over de bovenvleugel, die bij de Amerikaanse ontbreekt. Van ver wordt een zwevende fregatvogel voor een kalkoengier aangezien, maar die heeft brede vleugels met opgewipte punten en een staart zonder vork.

Leefgebied

Warm kustwater en de lucht daarboven: hij zweeft boven riffen, lagunes, riviermondingen en de rand van de branding, waar tonijn en dolfijn vliegende vissen naar het oppervlak drijven. Hij kan dagen achtereen op zee blijven en daar in de vlucht overnachten, maar hij mijdt koud water en steekt de open oceaan zelden helemaal over. Om te broeden en te slapen heeft hij lage struiken of mangrove op een onbewoond eilandje nodig, waar hij vanaf een tak zo de wind in kan stappen. Vissershavens en visafvalplaatsen aan de kust worden graag bezocht.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld volgens de USNVC — de vegetatie-indeling van de Verenigde Staten en Canada — en CMECS voor zee en kust.

Verspreiding en trek

Broedt op eilanden aan beide kusten van Midden-Amerika: van Neder-Californië en de Golf van Californië zuidwaarts langs de Grote Oceaan, en van de Golf van Mexico via de hele Caraïben tot Noordoost-Brazilië; in de Verenigde Staten alleen op enkele eilandjes bij de Marquesas Keys en de Dry Tortugas in Florida. Aan de andere kant van de Atlantische Oceaan bestaat nog een vrijwel uitgestorven kolonie bij de Kaapverdische Eilanden. Jonge en niet-broedende vogels zwerven in de zomer langs de Golfkust en de Atlantische kust noordwaarts tot in de Carolina's, en aan de Grote Oceaan tot in Zuid-Californië. Een groot deel van het jaar hangen ze boven open zee, buiten elke kaarteenheid; die tijd staat dus niet op de kaart.

  • Jaarrond
  • Broedvogel (zomer)
  • Winter
  • Doortrek
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
De kaart is een dichtheidsveld en geen ingetekende arealgrens: hij is opgebouwd uit de waarnemingen zelf en houdt zich daarom niet aan staats- of landsgrenzen. Zowel de seizoenskleur als de kleurdiepte komt per hokje uit de tellingen van GBIF (2006–2026), geteld per hokje van 0,7° en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. Elk hokje wordt afzonderlijk in juni–juli, december–januari en de trekmaanden geteld, en krijgt de kleur van het seizoen dat er wint; een hokje heet pas broedvogel of wintervogel als het andere seizoen er bijna leeg is. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Waar en wanneer kijken

Kijk vanaf een pier of een veerboot in de Caraïben omhoog in plaats van naar het water: fregatvogels hangen vaak zo hoog dat ze alleen als een zwart ankertje tegen de lucht te zien zijn. Bij een kolonie is februari tot april de tijd om baltsende mannetjes met opgeblazen keelzak in de struiken te zien; vanaf een boot zijn die op tientallen meters te bekijken zonder ze te storen. Let bij elke vogel eerst op de onderzijde: geheel zwart is een mannetje, wit op de borst een vrouwtje, wit tot in de kop een jonge vogel.

Staat van instandhouding

De wereldpopulatie wordt op ruim honderdduizend broedvogels geschat en geldt als stabiel; de soort staat als niet bedreigd (LC) te boek. Toch is ze kwetsbaar doordat ze op weinig plekken broedt en per paar hooguit om het jaar één jong grootbrengt: verdwijnt een kolonie, dan duurt het lang voor dat is goedgemaakt. In de Caraïben zijn kolonies verloren gegaan door de bouw van hotels en havens, door ratten en katten op de broedeilandjes en door orkanen. De kolonie bij de Kaapverdische Eilanden, de enige aan de oostkant van de Atlantische Oceaan, is tot een handvol paren teruggelopen.

Wetenschappelijke naam

Fregata magnificens | Mathews, 1914

Mathews beschreef de vorm in 1914 als Fregata minor magnificens, dus als een ondersoort van de grote fregatvogel; ze is later tot zelfstandige soort verheven, maar omdat het geslacht daarbij niet veranderde, staan auteur en jaartal zonder haakjes. Het geslacht Fregata werd in 1799 ingevoerd door Lacépède, naar het Franse frégate, het snelle zeilschip waarnaar zeelieden deze vogels al noemden. magnificens is Latijn voor 'prachtig'. Het beschreven exemplaar kwam van Barrington, het huidige Santa Fe, in de Galápagoseilanden.