Alle soorten › Roofvogels › Havikachtigen › Amerikaanse havik
Amerikaanse havik | Astur atricapillus
American Goshawk | Azor norteamericano
De Amerikaanse havik is de grootste van de drie sperwers en haviken van het werelddeel en een vogel van uitgestrekt, oud bos. Hij wordt zelden gezien voordat hij zelf beslist zich te laten zien, en bij het nest valt hij mensen en andere roofvogels rechtstreeks aan. Sinds 2023 wordt hij als aparte soort van de Euraziatische havik onderscheiden.
Klik op een duimnagel om de foto hierboven te wisselen.
Geluid
Het bekendste geluid is de alarmroep bij het nest: een snel, hard ki-ki-ki-ki, tien tot twintig keer herhaald, soms ingeleid door een gerekt krie-ja. Het vrouwtje gaat bij een indringer over in aanhoudend geschreeuw dat door het hele bos draagt. Beide partners gebruiken daarnaast een klagend krie-aa in verschillende vormen: het mannetje bij binnenkomst in het territorium, het vrouwtje korter bij het aannemen van prooi. Hoor je dit geluid, houd dan afstand — het betekent dat je binnen de verdedigde zone bent.
Voor deze soort is nog geen opname met een geschikte Creative Commons-licentie gevonden; hieronder staat wel waar je op moet letten.
Herkenning
De volwassen vogel is donker leigrijs boven en bleekgrijs met fijne grijze golving onder, met een oranje tot rode iris. De donkere kap met een brede witte wenkbrauwstreep erboven is het bruikbaarste kopkenmerk. Jonge vogels zijn bruin met zware, druppelvormige streping die over de hele onderzijde doorloopt op een warm gele ondergrond, met een vage wenkbrauw en een geel oog; hun staart heeft smalle, golvende donkere banden. Het silhouet is zwaar: brede, aan de basis volle vleugels, een lange brede staart met een wigvormige punt, en een trage, roeiende slag. Het vrouwtje benadert in maat een roodstaartbuizerd, terwijl het mannetje nauwelijks groter is dan een vrouwtje Coopers sperwer.
Verwarringssoorten
Coopers sperwer is de belangrijkste verwarringssoort: kleiner, bij de volwassen vogel met roestrode dwarsbanden in plaats van fijn grijs, zonder witte wenkbrauwstreep, en bij jonge vogels witter en fijner gestreept onder, met een schone witte buik. De Amerikaanse sperwer is zoveel kleiner dat hij alleen bij een eenzame vogel zonder maatstaf in beeld komt. Jonge haviken worden ook met de roodschouderbuizerd verward: die heeft een kortere staart met scherper afgetekende banden en smallere, meer doorschijnende vleugels in de vlucht. Bij twijfel zijn de golvende in plaats van rechte staartbanden en de brede witte wenkbrauw de betrouwbaarste kenmerken.
Leefgebied
Oud en volgroeid bos met een kroonsluiting van meer dan zestig procent: in het oosten loofbos van beuk, berk, esdoorn en hemlock, in het westen douglas- en dennenbos, espenbosjes en opstanden van papierberk. Hij jaagt langs beekdalen en over het opener terrein aan de bosrand, tot in de sagebrush (grijsgroen alsemstruweel van het droge westelijke binnenland)-steppe van Nevada toe. Dichtbevolkt gebied mijdt hij; wat hij vraagt is oppervlakte en rust. In een territorium liggen tot acht wisselnesten, waarvan hij er per jaar één gebruikt.
Waar de vogel het meest zit, ingedeeld volgens de USNVC — de vegetatie-indeling van de Verenigde Staten en Canada — en CMECS voor zee en kust.
Verspreiding en trek
Standvogel van Alaska en de boreale bossen van Canada zuidwaarts tot in de Rocky Mountains, de Sierra Nevada, de Cascades, het gebied van de Grote Meren, New England en de Appalachen. Hij trekt niet in een vaste richting, maar in winters waarin de sneeuwschoenhaas en de bosvogels schaars zijn, zakken vooral jonge vogels ver zuidwaarts af — een invasie, geen trek, en de ene winter verschilt sterk van de andere. In zulke jaren duiken haviken op bij trektelposten in het noordoosten en in staten waar ze anders ontbreken. In het zuiden van het areaal is het broedgebied plaatselijk gekrompen waar oud bos is gekapt.
- Jaarrond
- Broedvogel (zomer)
- Winter
- Doortrek
- donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Waar en wanneer kijken
De kans is het grootst in februari en maart, wanneer paren boven het kroondak baltsvluchten maken met de witte onderstaartdekveren opgezet. Verder is meeluisteren de beste methode: een aanhoudend ki-ki-ki in oud bos in mei of juni betekent bijna zeker een nest binnen tweehonderd meter. Loop dan weg in plaats van erop af — de aanval komt van achteren.
Staat van instandhouding
Partners in Flight (het Noord-Amerikaanse samenwerkingsverband voor vogelbescherming) schatte de wereldpopulatie vóór de splitsing van 2023 op 420.000 vogels; een aparte schatting voor de Amerikaanse havik is er nog niet, en om dezelfde reden is de soort nog niet apart geëvalueerd (NE). De Noord-Amerikaanse broedvogeltelling (Breeding Bird Survey) vond tussen 1966 en 2021 geen duidelijke verandering, maar de vogel is zo teruggetrokken dat trends slecht te meten zijn. Houtkap is de belangrijkste bedreiging: hij heeft oude bomen en een gesloten kroondak nodig, en broedende vogels reageren gevoelig op de aanleg van bospaden en op het slepen van gevelde stammen. De US Forest Service (de Amerikaanse dienst voor bosbeheer) voert hem als gevoelige soort, zodat beheerplannen met hem rekening moeten houden.
Wetenschappelijke naam
Astur atricapillus | (Wilson, 1812)
Alexander Wilson beschreef de soort in 1812 als Falco atricapillus, naar een vogel uit Philadelphia in Pennsylvania. Ze is daarna in Accipiter geplaatst en sinds 2024 in Astur, het geslacht dat Lacépède in 1799 invoerde en dat het laat-Latijnse woord voor 'havik' is; door die verhuizing staan auteur en jaartal tussen haakjes. atricapillus is Latijn voor 'zwartharig', naar de donkere kap. Tot 2023 werd de soort samen met de Euraziatische havik als Accipiter gentilis gerekend; de Nederlandse naam onderscheidt haar sindsdien als de Amerikaanse.



