Alle soorten › Zangvogels › Zwaluwen › Amerikaanse klifzwaluw

Amerikaanse klifzwaluw | Petrochelidon pyrrhonota

Cliff Swallow | Golondrina risquera

De Amerikaanse klifzwaluw is de kolonievogel onder de Noord-Amerikaanse zwaluwen: kalebasvormige nesten van modder, bij honderden tegen elkaar onder een brug, een duiker of een rotswand. Aan de vierkante staart, de witte voorhoofdsvlek en de okerkleurige stuit is hij in de vlucht al te plaatsen.

Amerikaanse klifzwaluw (Petrochelidon pyrrhonota)
Foto: Becky Matsubara — CC BY 2.0 · Wikimedia Commons

Geluid

Het gewone contactgeluid is een laag, krassend vrrt en een scherp nju; boven een kolonie klinkt een aanhoudend gepraat van piepende en knarsende notities. De zang is een langgerekte reeks van hetzelfde materiaal, zonder duidelijk begin of eind. Er zijn vijf roeptypen beschreven, waaronder een alarmroep en een herkenningsroep waarmee ouders en jongen elkaar in een kolonie van duizenden nesten terugvinden.

Luister: VluchtroepXC1019845

Opname: Stanislas Wroza — CC BY-NC-SA 4.0 · Québec, Capitale-Nationale, Québec, Canada · xeno-canto

Herkenning

Middelgrote zwaluw met korte, recht afgesneden staart — geen vork. Bovendelen donker blauwzwart met witte strepen op de mantel, de stuit okerkleurig tot roodbruin, de onderdelen wit. De kop heeft een romigwitte voorhoofdsvlek, kastanjebruine wangen en keel en een zwarte vlek op de bovenborst. Bij de zuidwestelijke vorm is het voorhoofd kaneelkleurig in plaats van wit. Jonge vogels zijn valer, met gevlekte keel en onregelmatig voorhoofd. De vlucht bestaat uit lange glijstukken op stijve, licht gebogen vleugels, gewoonlijk hoger boven het land dan bij de boerenzwaluw.

Verwarrings­soorten

De holenzwaluw heeft dezelfde vierkante staart en okerkleurige stuit, maar een bleke okerkleurige keel en een kastanjebruin voorhoofd — precies omgekeerd aan het patroon van de klifzwaluw. De boerenzwaluw heeft een diep gevorkte staart, een geheel roodbruine keel en geen lichte stuit. De oeverzwaluw is kleiner, egaal bruin en heeft een bruine borstband. In de vlucht is de lichte stuit tegen de donkere rug op afstand het snelste kenmerk.

Leefgebied

Open land met een verticale wand en modder binnen bereik: rivierkliffen en canyonwanden, en tegenwoordig vooral bruggen, duikers, viaducten en stuwdammen. Foerageert hoog boven weiland, prairie, akkers en water. Drie dingen moeten samenvallen: een overhangende plek om te bouwen, natte klei of leem om mee te metselen, en open lucht met vliegende insecten.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld volgens de USNVC — de vegetatie-indeling van de Verenigde Staten en Canada — en CMECS voor zee en kust.

Verspreiding en trek

Broedt van Alaska en het noorden van Canada zuidwaarts tot in Noord-Mexico, en in vrijwel de hele Verenigde Staten behalve het zuidoostelijke kustgebied. Overwintert in Zuid-Amerika, in Zuid-Brazilië, Uruguay en Argentinië, dus buiten het gidsgebied. De trek loopt in het oosten over Florida en de Golfkust, in het westen over Mexico en Midden-Amerika. De terugkeer in Californië, onder meer bij de missiekerk van San Juan Capistrano, valt gewoonlijk in maart.

  • Broedvogel (zomer)
  • Winter
  • Doortrek
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
De kaart is een dichtheidsveld en geen ingetekende arealgrens: hij is opgebouwd uit de waarnemingen zelf en houdt zich daarom niet aan staats- of landsgrenzen. Zowel de seizoenskleur als de kleurdiepte komt per hokje uit de tellingen van GBIF (2006–2026), geteld per hokje van 0,7° en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. Elk hokje wordt afzonderlijk in juni–juli, december–januari en de trekmaanden geteld, en krijgt de kleur van het seizoen dat er wint; een hokje heet pas broedvogel of wintervogel als het andere seizoen er bijna leeg is. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Waar en wanneer kijken

Zoek van april tot juli onder betonnen bruggen en duikers; één stop bij een beekbrug levert vaak de hele kolonie in beeld. Ga op enige afstand staan en kijk naar het nest zelf: de gesloten kalebasvorm met korte tunnelingang is ook zonder vogel te onderscheiden van de open kom van holenzwaluw en boerenzwaluw.

Staat van instandhouding

Partners in Flight (het Noord-Amerikaanse samenwerkingsverband voor vogelbescherming) schat de wereldpopulatie op ruwweg 44 miljoen vogels en de IUCN plaatst de soort in de categorie niet bedreigd (LC). Het areaal breidde zich in de twintigste eeuw sterk uit doordat bruggen en duikers nestplaatsen boden in streken zonder kliffen. Lokaal worden nesten van gebouwen verwijderd; in de Verenigde Staten valt de soort onder de Migratory Bird Treaty Act (het Amerikaans-Canadese trekvogelverdrag van 1918), zodat bezette nesten niet vernield mogen worden. Onderzoek aan de kolonies in Nebraska laat zien dat langdurige koude regen in het broedseizoen tot massale sterfte kan leiden.

Wetenschappelijke naam

Petrochelidon pyrrhonota | (Vieillot, 1817)

Vieillot beschreef de soort in 1817 als Hirundo pyrrhonota; omdat ze later naar een ander geslacht verhuisde, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Petrochelidon werd in 1850 ingevoerd door Cabanis, uit het Griekse petros 'steen, rots' en khelidon 'zwaluw', naar de nestplaats. De soortnaam komt van purrhos 'vlamkleurig' en -notos 'gerugd' en slaat op de roodbruine stuit. Het beschreven exemplaar kwam uit Paraguay, dus uit het overwinteringsgebied en niet uit het broedgebied.