Alle soortenZangvogelsZwaluwen › Holenzwaluw

Holenzwaluw | Petrochelidon fulva

Cave Swallow | Golondrina pueblera

De holenzwaluw broedde in Noord-Amerika oorspronkelijk in kalkstenen grotten en zinkgaten van Texas en Nieuw-Mexico. Sinds het midden van de twintigste eeuw nam hij duikers en bruggen in gebruik en groeide het areaal sterk; daarnaast zit er een aparte, jaarrond aanwezige populatie in Zuid-Florida en op de Grote Antillen.

Holenzwaluw (Petrochelidon fulva)
Foto: Becky Matsubara — CC BY 2.0 · Wikimedia Commons

Geluid

De zang duurt drie tot vier seconden: een reeks piepende notities die overgaat in een aanhoudend, gevarieerd gekwetter, voller en lager dan bij de klifzwaluw. De gewone roep is een hoog, nasaal tsje, ook gebruikt bij verstoring aan het nest. Rond een kolonie is van maart tot augustus vrijwel de hele dag geluid te horen.

Voor deze soort is nog geen vrij gelicentieerde opname gevonden; hieronder staat wel waar je op moet letten.

Herkenning

Kleine zwaluw met vierkante staart, donker blauwzwarte bovendelen en een okerkleurige stuit. Het voorhoofd is kaneelkleurig tot kastanjebruin, de keel bleek okerkleurig en zonder donkere vlek; wangen en keel lopen zonder grens in elkaar over. Onderdelen vuilwit met okerkleurige zijden. De vogels van Florida en het Caribisch gebied hebben een warmer roodbruine keel dan die van Texas. Jonge vogels zijn valer, met een vaag voorhoofdsvlek.

Verwarrings­soorten

De klifzwaluw is het enige echte probleem: die heeft een wit of kaneelkleurig voorhoofdsvlek boven een donkere kastanjebruine keel met zwarte borstvlek — bij de holenzwaluw zit het donkere deel op het voorhoofd en het lichte deel op de keel. In de vlucht: de bleke keel van de holenzwaluw contrasteert nauwelijks met de witte buik, terwijl bij de klifzwaluw een scherp afgetekende donkere keel tegen wit staat. De boerenzwaluw heeft een gevorkte staart en geen lichte stuit.

Leefgebied

Kalksteengrotten, zinkgaten en verlaten mijnen in droog heuvel- en prairieland, en in toenemende mate betonnen duikers onder wegen en bruggen over snelwegen. Foerageert boven open grasland, akkers, veeweiden en water. In Florida vooral boven agrarisch land en langs kanalen.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld volgens de USNVC — de vegetatie-indeling van de Verenigde Staten en Canada — en CMECS voor zee en kust.

Verspreiding en trek

Het Noord-Amerikaanse kerngebied ligt op het Edwards Plateau, in Trans-Pecos-Texas en in het zuidoosten van Nieuw-Mexico, met uitbreiding naar noord en oost: tussen 1957 en 1999 nam het Noord-Amerikaanse broedareaal met bijna negenhonderd procent toe. Verder broedvogel in grote delen van Mexico en jaarrond aanwezig op Cuba, Jamaica, Hispaniola en Puerto Rico; in Zuid-Florida sinds de jaren tachtig. Texaanse vogels overwinteren grotendeels in Mexico. In de late herfst, van oktober tot december, verschijnen elk jaar groepjes aan de Atlantische kust en bij de Grote Meren, ver buiten het broedgebied.

  • Jaarrond
  • Broedvogel (zomer)
  • Winter
  • Doortrek
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
De kaart is een dichtheidsveld en geen ingetekende arealgrens: hij is opgebouwd uit de waarnemingen zelf en houdt zich daarom niet aan staats- of landsgrenzen. Zowel de seizoenskleur als de kleurdiepte komt per hokje uit de tellingen van GBIF (2006–2026), geteld per hokje van 0,7° en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. Elk hokje wordt afzonderlijk in juni–juli, december–januari en de trekmaanden geteld, en krijgt de kleur van het seizoen dat er wint; een hokje heet pas broedvogel of wintervogel als het andere seizoen er bijna leeg is. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Waar en wanneer kijken

Rijd in mei of juni over een weg op het Edwards Plateau en stop bij elke betonnen duiker: de vogels vliegen bij nadering onder de weg uit. Aan de oostkust is de kans het grootst bij aanlandige wind eind november, wanneer groepjes langs zeedijken en pieren jagen — let dan op de bleke keel, want de klifzwaluw is in die weken al lang vertrokken.

Staat van instandhouding

De IUCN plaatst de soort in de laagste categorie en de aantallen nemen toe; de uitbreiding hangt rechtstreeks samen met de aanleg van duikers en bruggen. Knelpunten zijn het schoonspuiten of afsluiten van duikers tijdens het broedseizoen en verstoring van grotten. In Florida is de populatie klein en beperkt tot een handvol kunstmatige nestplaatsen.

Wetenschappelijke naam

Petrochelidon fulva | (Vieillot, 1808)

Vieillot beschreef de soort in 1808 als Hirundo fulva, naar een exemplaar van Santo Domingo op Hispaniola; door de plaatsing in een ander geslacht staan auteur en jaartal tussen haakjes. Petrochelidon komt van het Griekse petros 'rots' en khelidon 'zwaluw'. De soortnaam fulva is Latijn voor 'geelbruin' en slaat op de okerkleurige stuit en keel. De Nederlandse naam en het Engelse Cave Swallow verwijzen naar de oorspronkelijke nestplaats in grotten, de Spaanse naam golondrina pueblera naar het huidige gebruik van bouwwerken.