Alle soorten › Eendachtigen › Eenden, ganzen en zwanen › Amerikaanse zwarte zee-eend
Amerikaanse zwarte zee-eend | Melanitta americana
Black Scoter | Negrón americano
De Amerikaanse zwarte zee-eend is de meest egale van de drie zee-eenden in dit hoofdstuk: het mannetje is van kop tot staart volledig zwart, met als enige onderbreking een felgele, bolle snavelknobbel. Hij broedt in kleine aantallen op afgelegen toendrapoelen in het hoge noorden en brengt de rest van het jaar door in dichte, luidruchtige groepen op zee. Tot voor kort gold hij als dezelfde soort als de zwarte zee-eend (Melanitta nigra), waarvan hij zich vooral door de baltsroep en de vorm van de snavelknobbel onderscheidt.
Geluid
Het mannetje balst met een melodieus, fluitend pjoe-pjoe-oe, ongewoon zangerig voor een zee-eend en goed te onderscheiden van de kortere, hardere roep van de zwarte zee-eend. Groepen baltsende mannetjes roepen vaak gezamenlijk, waardoor een fluitend koor over het water draagt dat op flinke afstand hoorbaar is. Het vrouwtje is aanzienlijk stiller en laat vooral een laag, schor gekras horen als ze wordt opgeschrikt.
Opname: Stanislas Wroza — CC BY-NC-SA 4.0 · Stationnement des dunes (near Tadoussac), Côte-Nord, Québec, Canada · xeno-canto
Herkenning
Het mannetje is het enige zee-eendachtige met een volledig glanzend zwart verenkleed, onderbroken door een grote, helgele, opgeblazen knobbel aan de snavelbasis. Het vrouwtje is donkerbruin met een scherp afstekende, lichte wang en keel tegen een donkere kruin, mist de knobbel van het mannetje en heeft een egaal donkere snavel. Juveniele vogels lijken op het vrouwtje maar zijn over het algemeen lichter van onderen. In vlucht toont de soort geen enkele witte vleugeltekening, in tegenstelling tot de andere twee zee-eenden in dit hoofdstuk, en vliegt hij in lange, laag over het water golvende linten.
Verwarringssoorten
De brilzee-eend (Melanitta perspicillata) en de Amerikaanse grote zee-eend (Melanitta deglandi) zijn de voor de hand liggende verwarringssoorten: beide mannetjes tonen wit op de kop of in de vleugel, terwijl de Amerikaanse zwarte zee-eend als enige volledig zwart is. Vrouwtjes van de drie soorten zijn lastiger te scheiden; let dan op de kopstructuur en de scherpte van de lichte wangvlek — bij de Amerikaanse zwarte zee-eend is die vrij groot en helder afgegrensd. In Europa en Azië komt de nauw verwante en sterk gelijkende zwarte zee-eend (Melanitta nigra) voor, met een kleinere, minder bolle snavelknobbel bij het mannetje; de twee soorten overlappen in Noord-Amerika niet in het broedseizoen.
Leefgebied
Broedt op geïsoleerde poelen en kleine meren in open toendra en subarctisch naaldbos, meestal niet ver van de kust en zonder dichte oeverbegroeiing. Buiten het broedseizoen is hij een echte zee-eend van beschutte baaien, riffen en ondiepe kustwateren met een zanderige of grindige bodem, waar hij duikend naar mosselen en andere schelpdieren zoekt. Diep, open water zonder schelpdierbanken gebruikt hij nauwelijks, en zoet water buiten het broedseizoen vrijwel nooit.
Waar de vogel het meest zit, ingedeeld volgens de USNVC — de vegetatie-indeling van de Verenigde Staten en Canada — en CMECS voor zee en kust.
Verspreiding en trek
Broedt verspreid en in kleine aantallen van westelijk Alaska door het noorden van Canada tot Newfoundland, met de grootste dichtheden rond Hudsonbaai en in de toendra van de Northwest Territories. Overwintert in twee gescheiden gebieden: langs de Grote Oceaankust van de Aleoeten tot Midden-Californië, en langs de Atlantische kust van Newfoundland tot in Florida. Van de broedbiologie is relatief weinig bekend, omdat de nesten verspreid en moeilijk bereikbaar liggen; de meeste kennis over de soort komt van de grote wintergroepen langs de kust.
- Jaarrond
- Broedvogel (zomer)
- Winter
- Doortrek
- donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Waar en wanneer kijken
Zoek hem in de winter tussen gemengde groepen zee-eenden voor de kust en let op vogels die van kop tot staart volledig zwart zijn — de gele snavelknobbel van het mannetje is op flinke afstand al te zien als een lichte vlek. De fluitende baltsroep is in het vroege voorjaar, vlak voor de vogels naar het noorden vertrekken, het duidelijkste signaal van de soort.
Staat van instandhouding
De wereldwijde status is gevoelig (NT): de aantallen nemen af, en over de precieze omvang van de populatie bestaat door het afgelegen broedgebied relatief veel onzekerheid. Olievervuiling in de wintergebieden en veranderingen in de kwaliteit van schelpdierbanken langs de kust gelden als de belangrijkste risico's. Omdat de soort grotendeels buiten het bereik van reguliere tellingen broedt, is de trend lastiger te volgen dan bij de meeste andere eenden in dit hoofdstuk.
Wetenschappelijke naam
Melanitta americana | (Swainson, 1832)
William Swainson beschreef de soort in 1832 als Oidemia americana; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Melanitta werd in 1822 ingevoerd door de Duitse natuuronderzoeker Friedrich Boie, samengesteld uit het Griekse melas, 'zwart', en netta, 'eend'. De soortnaam americana is Latijn voor 'van Amerika' en onderscheidt de soort van zijn Euraziatische tegenhanger, de zwarte zee-eend Melanitta nigra. Swainson beschreef het typemateriaal van de kust van Hudsonbaai.



