Alle soorten › Stormvogelachtigen › Pijlstormvogels › Arminjon-stormvogel
Arminjon-stormvogel | Pterodroma arminjoniana
Trindade Petrel | Petrel de Trinidad
De arminjon-stormvogel is een van de weinige stormvogels van zijn geslacht die de Golfstroom voor de Amerikaanse oostkust met enige regelmaat bereikt: van mei tot september duiken schaarse exemplaren op tussen de talrijke pijlstormvogels en stormvogeltjes van pelagische boottochten voor Cape Hatteras. Hij broedt op twee kleine, geïsoleerde eilandengroepen aan weerszijden van de wereld en komt voor in een lichte en een — in de Atlantische Oceaan verreweg overheersende — donkere kleurvorm.
Geluid
Op de broedeilanden, ver buiten dit gidsgebied, klinkt bij het hol 's nachts een schor, kakelend geroep, vergelijkbaar met dat van andere grote stormvogels van het geslacht Pterodroma. In de Golfstroom voor de Amerikaanse oostkust, waar de soort dit gebied bereikt, is hij net als de meeste van zijn verwanten volledig stemloos.
Opname: Kathryn Hodder — CC BY-NC-SA 4.0 · Round Island, Mauritius · xeno-canto
Herkenning
De arminjon-stormvogel is een middelgrote tot forse stormvogel met een zware, zwarte snavel. De donkere vorm, in de Atlantische Oceaan de meest gezien, is vrijwel geheel donkerbruin met alleen een vage lichtere basis van de handpennen; de lichte vorm heeft een witte borst en buik die scherp afsteken tegen de donkere kap en bovendelen, met tussenvormen die beide patronen combineren. Mannetje, vrouwtje en jong zijn in elke kleurvorm gelijk getekend. De vlucht is krachtig en buitelend, met hoge zwenkingen op relatief brede vleugels, typisch voor de grotere stormvogels van het geslacht Pterodroma.
Verwarringssoorten
Van de kermadecstormvogel, waarmee hij op Round Island zelfs hybridiseert en die in het Pacifische deel van zijn areaal als ondersoort wordt beschouwd, is de arminjon-stormvogel in het veld nauwelijks te onderscheiden; in de Golfstroom voor de Amerikaanse oostkust speelt die verwarring echter nauwelijks, omdat de kermadecstormvogel daar vrijwel nooit voorkomt. Van de eveneens in de Golfstroom geziene zwartkapstormvogel, die altijd een scherp wit-zwart patroon met een witte stuit toont, onderscheidt de donkere vorm van de arminjon-stormvogel zich door het ontbreken van elk wit op stuit en onderdelen. De bermudastormvogel, kleiner en met een dunnere snavel, is altijd overwegend wit van onderen. De combinatie van forse bouw, zware snavel en de overwegend donkere kleur blijft in de Golfstroom het beste kenmerk.
Leefgebied
Binnen dit gebied is de arminjon-stormvogel een vogel van de open, warme Golfstroom, ver voor de kust waar deze warme stroming de koelere kustwateren raakt. Voor het broeden gebruikt hij rotsachtige richels, kliffen en steile hellingen op vulkanische eilanden, geheel buiten dit gidsgebied. Land binnen Noord-Amerika gebruikt de soort nooit.
Waar de vogel het meest zit, ingedeeld volgens de USNVC — de vegetatie-indeling van de Verenigde Staten en Canada — en CMECS voor zee en kust.
Verspreiding en trek
De arminjon-stormvogel broedt op Trindade en Martim Vaz voor de Braziliaanse kust en op Round Island bij Mauritius in de Indische Oceaan. Vanaf de Braziliaanse broedeilanden verspreiden de vogels zich noordwaarts door de Atlantische Oceaan tot in de Golfstroom, waar ze van mei tot september als schaarse maar jaarlijkse doortrekker worden gezien voor North Carolina, Virginia en Maryland; de eerste waarneming voor het gebied van de American Birding Association dateert al van 1933. Zuidwaarts bereikt de soort de kust van Zuid-Brazilië, en aan de oostrand van de Caraïbische eilanden wordt hij eveneens sporadisch gemeld. De in de Grote Oceaan broedende populatie, ooit tot dezelfde soort gerekend, is inmiddels als aparte soort erkend, Pterodroma heraldica.
Waar en wanneer kijken
De beste kans is een meerdaagse pelagische boottocht in de Golfstroom vanuit Hatteras, North Carolina, tussen mei en september, wanneer gespecialiseerde tochten gericht zoeken naar zeldzame stormvogels van open, warm water; let op de zware, zwarte snavel en de overwegend donkere kleur zonder wit op de stuit.
Staat van instandhouding
De arminjon-stormvogel geldt als kwetsbaar (VU): de twee broedgebieden zijn klein en geïsoleerd, en verwilderde katten en ratten hebben op onderdelen van de eilandengroepen al kolonies doen verdwijnen of sterk doen afnemen. Voortgaand habitatverlies op de resterende eilanden wordt als aanhoudende bedreiging gezien. Binnen dit gebied gaat het steeds om dezelfde kleine, jaarlijks terugkerende aantallen doortrekkers uit de Braziliaanse populatie.
Wetenschappelijke naam
Pterodroma arminjoniana | (Giglioli; Salvadori, 1869)
De Italiaanse zoölogen Enrico Hillyer Giglioli en Tommaso Salvadori beschreven de soort in 1869 als Aestrelata Arminjoniana, op basis van materiaal dat tijdens de wetenschappelijke wereldreis van het Italiaanse marineschip Magenta was verzameld; omdat de soort sindsdien in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Pterodroma werd in 1856 ingevoerd door Bonaparte, uit het Grieks voor 'vleugel' en 'loper'. De soortaanduiding eert Vittorio Arminjon, de Italiaanse marineofficier die tijdens die reis het bevel voerde over de Magenta en zo bij het typemateriaal betrokken was. De typelocatie is Trindade, het Zuid-Atlantische eiland voor Brazilië waaraan de Engelse naam is ontleend.
