Alle soorten › Zangvogels › Vireo's › Bells vireo

Bells vireo | Vireo bellii

Bell's Vireo | Vireo de Bell

Bells vireo is een kleine, vaal olijfgrijze vireo van dicht struweel langs beken, arroyo (droge, steilwandige geul die alleen na regen water voert)'s en prairieranden in het midden en zuidwesten van de Verenigde Staten. Het verenkleed is weinig getekend; de soort wordt vooral op de gehaaste, raspende zang en op de voortdurend zijwaarts bewegende staart vastgesteld.

Bells vireo (Vireo bellii)
Foto: Andy Reago & Chrissy McClarren — CC BY 2.0 · Wikimedia Commons

Geluid

De zang is een gehaaste, raspende reeks van zes tot tien noten in twee delen: het eerste deel eindigt stijgend, het tweede dalend, alsof een vraag door een antwoord wordt gevolgd. Het mannetje zingt aanhoudend, ook op het heetst van de dag, en herhaalt beide delen om beurten. Vrouwtjes zingen zelden. Jonge mannetjes laten laat in het seizoen een zachtere, onvaste versie horen. De alarmroep is een snel, nasaal scheldgeluid dat aan een winterkoning doet denken; daarnaast klinken losse zip- en tsjurt-noten en een hoge, snijdende gil.

Luister: ZangXC1178592

Opname: Scott Crabtree — CC BY-NC-SA 4.0 · Tucson, Pima County, Arizona, United States · xeno-canto

Herkenning

Vaal olijfgrijs van boven, vuilwit van onderen met een gele waas op de flanken bij de oostelijke vogels; de westelijke vogels zijn grijzer en bleker. De tekening op de kop is zwak: een dunne, vage witte oogring en een korte streep naar de snavel, geen scherpe bril. Eén vleugelstreep is duidelijk, de tweede vaak nauwelijks. De staart is voor een vireo lang en wordt bij het foerageren onophoudelijk zijwaarts bewogen. Het nest hangt in een vork van een lage tak.

Verwarrings­soorten

De witoogvireo heeft een scherpe gele bril, scherp afgezette gele flanken en bij volwassen vogels een witte iris; Bells vireo heeft een donker oog en een vage oogring. De grijze vireo van het zuidwesten is groter, effen grijs, heeft een duidelijkere oogring en beweegt de staart eveneens, maar leeft in droog jeneverbesstruweel en niet aan het water. Een zanger als de grauwe fitis of de ruigpootzanger heeft een dunne, spitse snavel, terwijl Bells vireo een zware snavel met een haakje heeft. De staartbeweging in combinatie met de raspende tweedelige zang is het snelste kenmerk.

Leefgebied

Dicht, laag struweel met een gesloten onderlaag: wilgen- en populierenopslag langs beken en rivieren, mesquitebossen, doornstruweel in arroyo's, verruigde prairieranden en jonge opslag na kap. De structuur van de struiklaag telt zwaarder dan de plantensoort. In de westelijke woestijnen is hij vrijwel beperkt tot de groene stroken langs waterlopen.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld volgens de USNVC — de vegetatie-indeling van de Verenigde Staten en Canada — en CMECS voor zee en kust.

Verspreiding en trek

Broedt van Centraal- en Zuid-Californië oostwaarts door Arizona, New Mexico en Texas tot in Oklahoma, Kansas, Nebraska, Iowa, Missouri, Arkansas en Illinois, en in het noorden van Sonora, Chihuahua en Neder-Californië. Alle populaties trekken weg: de winter wordt doorgebracht langs de westkust van Mexico van Neder-Californië Sur en Sinaloa zuidwaarts tot Guerrero en Oaxaca, en in kleinere aantallen tot in Guatemala en Honduras. De trek loopt in het voorjaar door de noordoostelijke Mexicaanse deelstaten en Centraal-Texas; de aankomst in het broedgebied valt in april en mei, het vertrek in augustus en september.

  • Jaarrond
  • Broedvogel (zomer)
  • Winter
  • Doortrek
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
De kaart is een dichtheidsveld en geen ingetekende arealgrens: hij is opgebouwd uit de waarnemingen zelf en houdt zich daarom niet aan staats- of landsgrenzen. Zowel de seizoenskleur als de kleurdiepte komt per hokje uit de tellingen van GBIF (2006–2026), geteld per hokje van 0,7° en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. Elk hokje wordt afzonderlijk in juni–juli, december–januari en de trekmaanden geteld, en krijgt de kleur van het seizoen dat er wint; een hokje heet pas broedvogel of wintervogel als het andere seizoen er bijna leeg is. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Waar en wanneer kijken

Zoek hem in mei en juni in een wilgenstrook langs een beek en luister naar de tweedelige zang, waarvan het eerste deel met een vraagteken lijkt te eindigen. Pishen levert vaak een kort moment op waarop de vogel de staart laat zien. Uiterlijk zegt weinig: zet de zang boven het verenkleed.

Staat van instandhouding

Soortbreed geldt Bells vireo als niet bedreigd (LC), maar de aantallen zijn in een groot deel van het areaal afgenomen door verlies van oeverstruweel aan begrazing, waterwinning en akkerbouw. De ondersoort van Zuid-Californië, de least Bell's vireo, is sinds 1986 federaal beschermd als bedreigd; die telde toen ongeveer 300 broedparen en steeg tot circa 2.000 paren tegen 1998, bij gelijktijdig herstel van oeverbos en wegvangen van bruinkopkoevogels. De koevogel legt in ongecontroleerde situaties in een groot deel van de nesten eieren; in hoger gelegen struweel buiten de beekdalen is het parasitisme lager.

Wetenschappelijke naam

Vireo bellii | Audubon, 1844

Audubon beschreef de soort in 1844 naar een exemplaar dat hij tijdens zijn reis over de Missouri had verzameld, even benedenstrooms van Black Snake Hills bij het huidige St. Joseph in Missouri. Hij noemde de vogel naar John Graham Bell, de prepareur die hem op die reis vergezelde; auteur en jaartal staan zonder haakjes, want de soort staat nog altijd in het geslacht waarin ze werd beschreven. Vireo is de Latijnse naam van een groene trekvogel, verwant aan virere 'groen zijn'.