Alle soortenZangvogelsVireo's › Witoogvireo

Witoogvireo | Vireo griseus

White-eyed Vireo | Vireo ojiblanco

De witoogvireo is de vireo van dicht struweel in het oosten van de Verenigde Staten: een kleine, grijsgroene vogel met gele brilvlekken en bij de volwassen vogel een witte iris. Hij blijft meestal onzichtbaar in de dekking en wordt vrijwel altijd eerst op geluid vastgesteld.

Witoogvireo (Vireo griseus)
Foto: Dominic Sherony — CC BY-SA 2.0 · Wikimedia Commons

Geluid

De zang is een snelle, harde en nasale frase van vijf tot zeven noten, aan begin en eind afgesloten met een scherpe tsjik; een gangbare weergave is tsjik-per-wiejo-tsjik. Het mannetje herhaalt één frasetype een aantal keren en gaat dan over op een volgend type; het repertoire van één vogel telt tientallen varianten. Tussen de frasen door worden nabootsingen van andere soorten ingevoegd. Roep is een korte zip en een harde nasale mauw die op die van het blauwgrijs muggenvangertje lijkt. In de winterkwartieren zingen ook vrouwtjes; in het broedseizoen zingen alleen mannetjes.

Luister: ZangXC1145335

Opname: steve — CC BY-SA 4.0 · Hillsborough, Orange County, North Carolina, United States · xeno-canto

Herkenning

Grijsgroen van boven, wit van onderen met scherp afgezette gele flanken, twee witte vleugelstrepen en een gele brilvlek die vóór het oog het breedst is. De iris van de volwassen vogel is wit tot geelwit en op korte afstand goed te zien; bij vogels van het eerste kalenderjaar is die nog donker. De snavel is kort en zwaar met een haakje. Man en vrouw zijn gelijk. De vogel foerageert traag, stap voor stap, meestal binnen twee meter van de grond, en strekt bij het zingen de hals met de snavel omhoog.

Verwarrings­soorten

De dikbekvireo van de Bahama's en de Caymaneilanden, dwaalgast in Florida, heeft een donkere iris en diffuus geel over de hele onderzijde in plaats van alleen op de flanken. Bells vireo is bleker, mist de gele brilvlek, heeft een veel vagere oogring en een lange staart die voortdurend zijwaarts wordt bewogen. De blauwkopvireo heeft een blauwgrijze kop met een scherpe witte bril en witte keel. Een eerstejaars witoogvireo met donker oog wordt het vaakst verwisseld: let dan op de scherp begrensde gele flanken tegen een witte buik.

Leefgebied

Dicht, laag struweel: verruigde akkers met bramen en doornstruiken, kapvlakten, bosranden, oeverbosjes langs beken, en in het zuiden ook struiklaag onder moerasbos. De aanwezigheid van een ondoordringbare struiklaag telt zwaarder dan de boomsoort. Buiten het broedseizoen ook in mangroverand, droog kustkreupelhout en verwaarloosde erven.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld volgens de USNVC — de vegetatie-indeling van de Verenigde Staten en Canada — en CMECS voor zee en kust.

Verspreiding en trek

Broedt in het oosten van de Verenigde Staten van New England en het zuiden van Michigan zuidwaarts, en westwaarts tot in Nebraska, Kansas en Centraal-Texas. Langs de Golfkust, in Florida en in het oosten van Mexico is hij standvogel; op Bermuda leeft een eigen, niet trekkende ondersoort. De noordelijke populaties trekken weg en overwinteren op Cuba, de Bahama's, langs de Golfkust en in Midden-Amerika tot Honduras en Nicaragua. Trek verloopt vooral in april en in september–oktober.

  • Jaarrond
  • Broedvogel (zomer)
  • Winter
  • Doortrek
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
De kaart is een dichtheidsveld en geen ingetekende arealgrens: hij is opgebouwd uit de waarnemingen zelf en houdt zich daarom niet aan staats- of landsgrenzen. Zowel de seizoenskleur als de kleurdiepte komt per hokje uit de tellingen van GBIF (2006–2026), geteld per hokje van 0,7° en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. Elk hokje wordt afzonderlijk in juni–juli, december–januari en de trekmaanden geteld, en krijgt de kleur van het seizoen dat er wint; een hokje heet pas broedvogel of wintervogel als het andere seizoen er bijna leeg is. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Waar en wanneer kijken

Leer de zang; een zingend mannetje is in mei en juni op vrijwel elk verruigd terrein in het zuidoosten hoorbaar, ook midden op de dag. Pishen werkt bij deze soort goed: de vogel komt vaak tot aan de buitenrand van de struik en laat dan de witte iris en de gele flanken zien. Reken erop dat je hem hoort voordat je hem ziet.

Staat van instandhouding

De soort geldt als niet bedreigd en de Noord-Amerikaanse broedvogelmonitoring laat over de lange termijn een stabiele tot licht stijgende trend zien; het verlaten van akkerland en de daaropvolgende verruiging leveren nieuw broedhabitat op. Koebroedparasitisme door de bruinkopkoevogel komt voor en verlaagt het broedsucces lokaal. In het noordwesten van het areaal, waar struweel weer bos wordt, verdwijnt hij plaatselijk.

Wetenschappelijke naam

Vireo griseus | (Boddaert, 1783)

Boddaert beschreef de soort in 1783 als Tanagra grisea, op grond van een gekleurde plaat; omdat ze later in Vireo is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. De typelocatie 'Louisiana' is in 1945 door Burleigh en Lowery beperkt tot New Orleans. Vireo is de Latijnse naam van een groene trekvogel, verwant aan virere 'groen zijn'; griseus is middeleeuws Latijn voor 'grijs'. De Nederlandse en Engelse naam verwijzen naar de witte iris, die op de oorspronkelijke plaat nog niet te zien was.