Alle soorten › Zangvogels › Vireo's › Huttons vireo
Huttons vireo | Vireo huttoni
Hutton's Vireo | Vireo de Hutton
Huttons vireo is de kleinste vireo van Noord-Amerika en de enige die het hele jaar in hetzelfde bos blijft. Hij is olijfgroen, heeft twee lichte vleugelstrepen en een onderbroken witte oogring, en houdt zich op in groenblijvend eikenbos en naaldbos van Brits-Columbia tot Guatemala. Door het vleugelschokken en het formaat lijkt hij op het roodkroonhaantje, waarmee hij vaak wordt verwisseld.
Geluid
De zang is een korte frase die onafgebroken wordt herhaald: een stijgend zjoe-wie of een dalend zjo-zoe, ongeveer één keer per seconde, en een vogel kan dat tien minuten of langer volhouden zonder te stoppen. Er zit weinig variatie in één zangsessie, maar tussen individuen en tussen populaties verschilt de frase sterk. Anders dan de meeste vireo's zingt hij het hele jaar door en op elk uur van de dag, meestal vanaf een half verborgen tak in het bladerdek. De roep is een nasaal tsjoe en een vlak tsjit, vaak in een ratelend reeksje bij onrust.
Opname: Greg Irving — CC BY-NC-SA 4.0 · Dungeness Recreation Area, Clallam County, Washington, United States · xeno-canto
Herkenning
Klein en compact, met een olijfgroene kruin en rug, een vuilwitte tot geelwitte onderzijde met olijfkleurige waas, en gele randen aan slag- en staartpennen. De oogring is breed en wit maar boven het oog onderbroken, zodat er geen doorlopende bril ontstaat; de teugel is bleek. Over de vleugel lopen twee vuilwitte tot geelwitte strepen. De snavel is kort maar dik en aan de punt licht gehaakt, de poten zijn blauwgrijs, de iris donkerbruin. Vogels van de kust zijn groener en geler, die van het binnenland grijzer. Man en vrouw zijn gelijk. Hij foerageert langzaam en methodisch langs takken, hangt daarbij regelmatig ondersteboven en schokt met de vleugels.
Verwarringssoorten
Het roodkroonhaantje is de belangrijkste verwarringssoort en lijkt in kleur, formaat en vleugelschokken sterk op hem. Drie kenmerken scheiden ze. Ten eerste de vleugelstreping: bij het goudhaantje staat direct onder de witte vleugelstreep een zwarte baan op de basis van de armpennen, bij Huttons vireo ontbreekt die zwarte baan volledig. Ten tweede de snavel: die van Huttons vireo is dik, grijzig en aan de punt gehaakt, die van het goudhaantje is dun, zwart en spits. Ten derde het gezicht: het goudhaantje heeft een smalle, volledige witte oogring en de man toont bij opwinding een rode kruinvlek; Huttons vireo heeft een brede, boven onderbroken oogring, geen zwarte baan door of achter het oog, en nooit rood op de kruin. Ook de poten helpen: bij het goudhaantje zijn de tenen geel tegen een donkere poot. De cassinvireo heeft een doorlopende witte bril, een grijzere kop die tegen de witte keel afsteekt, en is groter.
Leefgebied
Groenblijvend bos: live oak (groenblijvende eik), kustnaaldbos met spar en hemlock, en in het zuidwesten dennen-eiken- en dennen-eiken-jeneverbesbos. Hij heeft een gesloten kroonlaag nodig en komt vooral voor in bospercelen van meer dan twintig hectare. Aan de kust zit hij van zeeniveau tot ongeveer 1800 meter, in Mexico en Guatemala tussen 1200 en 3500 meter. Randen van eikenbos, canyons met eiken en oude tuinen met veel opgaande eik worden ook bezet.
Waar de vogel het meest zit, ingedeeld volgens de USNVC — de vegetatie-indeling van de Verenigde Staten en Canada — en CMECS voor zee en kust.
Verspreiding en trek
Standvogel over het hele areaal, zonder trek. Het areaal loopt van Zuidwest-Brits-Columbia en Vancouvereiland langs de kust van Washington, Oregon en Californië, en verder door de bergen van Zuidoost-Arizona, Zuidwest-New Mexico en West-Texas naar de Mexicaanse hooglanden en het zuidwesten van Guatemala. In Texas broedt hij in de Davis Mountains, de Chisos, de Guadalupe Mountains en sinds de jaren negentig ook op het Edwards Plateau, wat een uitbreiding is ten opzichte van de situatie die Oberholser in 1974 beschreef. In Mexico is hij verspreid over de Sierra Madre Occidental, de Sierra Madre Oriental en het Transmexicaanse vulkanengordel.
- Jaarrond
- Broedvogel (zomer)
- Winter
- Doortrek
- donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Waar en wanneer kijken
Zoek hem op het geluid: een korte frase die minutenlang op hetzelfde ritme wordt herhaald verraadt hem sneller dan het beeld, en hij zingt ook in december en januari. Krijg je hem in beeld, kijk dan eerst naar de vleugel — zie je onder de witte vleugelstreep een zwarte baan, dan is het een roodkroonhaantje.
Staat van instandhouding
De soort is niet bedreigd (LC). Partners in Flight (het Noord-Amerikaanse samenwerkingsverband voor vogelbescherming) schat de wereldpopulatie op ongeveer 2,7 miljoen vogels en de soort staat niet op de aandachtslijst. De Noord-Amerikaanse broedvogeltelling (Breeding Bird Survey) laat tussen 1966 en 2015 een toename van ongeveer 1,3 procent per jaar zien. Knelpunten zijn selectieve houtkap, waardoor de gesloten kroonlaag verdwijnt, en sudden oak death, een schimmelziekte die aan de Californische kust levende eiken doodt.
Wetenschappelijke naam
Vireo huttoni | Cassin, 1851
John Cassin beschreef de soort in 1851 als Vireo huttoni; omdat ze nooit van geslacht is veranderd, staan auteur en jaartal zonder haakjes. Het beschreven exemplaar kwam uit Monterey, Californië. De soortnaam eert William Rich Hutton, landmeter en tekenaar in Californië, die de vogel verzamelde. Het geslacht Vireo werd in 1808 ingevoerd door Vieillot, naar het Latijnse vireo, de naam van een groene vogel, verwant aan virere 'groen zijn'.




